Glimp van een duister verleden

De archiefdozen van de Bijzondere Rechtspleging hebben iets van hun geheimen prijsgegeven. Onderzoekers haalden de namen van negenduizend slachtoffers, overwegend Joden, uit strafdossiers van politiemensen die in de oorlog jaagden op onderduikers. Voor nabestaanden kunnen de laatste vragen worden beantwoord.

Sinds tien jaar ligt het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging opgeslagen in de kelders van het Nationaal Archief. Vier kilometer strekkende meters onverwerkt verleden. In de 100.000 bruine archiefdozen zitten de strafdossiers van de 300.000 Nederlanders die 'fout' waren in de oorlog. De dossiers van NSB'ers, collaborateurs, Nederlandse SS'ers. Én van de mensenjagers, politie-beambten die in de oorlogsjaren speciaal belast waren met het opsporen van onderduikers en die zich niet zelden met stuitend fanatisme van die taak hebben gekweten.

De dossiers zijn op naam van de dader gerangschikt. Er zit een schat aan informatie in. Tijdens de na-oorlogse rechtspleging is een bulk aan belastend materiaal verzameld, het zijn de processen-verbaal van de verhoren. Foto's. Verklaringen van getuigen. Feiten over arrestaties en opsporingsacties in de oorlogsjaren. Brieven van verraders. Maar ook brieven van een kind aan zijn ondergedoken vader.

Het zijn gegevens die voor nabestaanden van onderduikers van onschatbare waarde kunnen zijn, omdat voor velen een geschiedenis pas echt kan worden afgesloten als ook de laatste vragen beantwoord zijn. Maar de documenten met die laatste brokjes informatie zijn vrijwel onvindbaar. Alleen als een nabestaande toevallig de naam kende van de politieman die destijds de arrestatie had verricht of het verhoor had afgenomen, kon de informatie worden opgespoord.

Daar komt verandering in. Onder leiding van journalist en historicus Ad van Liempt en archivaris Jan Kompagnie van het Nationaal Archief hebben zes jonge wetenschappelijk onderzoekers, met geld van het ministerie van VWS, een half jaar lang de dossiers doorgeploegd van de 150 meest notoire en beruchte Jodenjagers.

Het was een enorme klus, soms ook belastend. "Het was vooral moeilijk als ik documenten tegenkwam over kinderen. Ik heb een dossier gelezen over het ontruimen van een tehuis met Joodse kinderen. Dan lees je hoe die kinderen door politiemensen letterlijk in een bus werden geslagen en werden afgevoerd", aldus één van de onderzoekers, Anne-Marie Mreijen. "Je komt dingen tegen die je soms echt moet verwerken."

Van Liempt publiceerde in 2002 het boek 'Kopgeld', waarin hij beschreef hoe Nederlandse premiejagers in de oorlog op Jodenjacht gingen. Ze konden 5 gulden premie krijgen per opgebrachte Jood, een bedrag dat in de loop van de oorlog opliep tot 40 gulden. Ook de Nederlandse politiemensen die meededen aan de klopjacht, kregen dat soort premies. Van Liempts boek was mede gebaseerd op onderzoek van vijftig dossiers in het Nationaal Archief. Hij kreeg na publicatie veel vragen van mensen die wilden weten of hij bij het archiefonderzoek namen was tegengekomen van familieleden die tijdens de oorlog waren omgekomen. "Dat was, eerlijk gezegd, slechts zelden het geval."

In overleg met archivaris Kampagnie besloot Van Liempt een lijst op te stellen van de meest actieve Jodenjagers die Nederland heeft gekend. Het waren veelal politieagenten die werkten bij speciale afdelingen van korpsen in de grote steden. Die diensten hadden uiteenlopen namen: Politieke Politie, Centrale Commissie Groep Tien (in Rotterdam) of Bureau Joodsche Zaken (in Amsterdam). Ook plaatsen als Apeldoorn, Dordrecht, Leiden en Nijmegen hadden zeer actieve afdelingen van politiemensen die achter Joodse onderduikers aan zaten.

In de dossiers van deze oorlogsmisdadigers is gezocht naar namen van slachtoffers. Er zijn er inmiddels negenduizend gevonden. Deze namen worden in de komende weken gekoppeld aan namen in de database van het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap, waarin gegevens van ruim honderdduizend Joodse slachtoffers van de oorlog zijn opgeslagen.

Nabestaanden van de negenduizend oorlogsslachtoffers uit het archief van de Bijzondere Rechtspleging zullen straks in het digitaal monument een verwijzing aantreffen naar het Nationaal Archief. Ze kunnen op afspraak het dossier komen inkijken. De dossiers zijn overigens beperkt openbaar: ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen, mogen alleen documenten worden ingezien over personen van wie vaststaat dat ze niet meer in leven zijn.

De politiemensen die Joden opspoorden waren veelal NSB'ers. Ze voerden hun werk met meer dan gemiddelde ijver uit, aldus Van Liempt. "Vaak zelfs met een ongebreideld fanatisme. Dat had ook wel iets met de organisatie te maken. Bij de meeste politiekorpsen werd dit werk overgelaten aan speciale afdelingen, die in feite criminele organisaties waren binnen het politiebureau. De NSB'ers binnen het korps knapten het vuile werk op, het gaf de rest van het korps de mogelijkheid afstand te nemen van het vuile werk - ook binnen het politiekorps was wegkijken kennelijk de norm."

In de dossiers staan de bewijzen van het toepassen van structureel geweld bij de verhoren - ze sloegen hun arrestanten geregeld bewusteloos. De onderzoekers stuitten op schokkende verhalen over de wreedheid en de meedogenloosheid van de gespecialiseerde Jodenjagers. Van Liempt: "Ze gebruikten buitensporig veel geweld om arrestanten te dwingen informatie te geven over adressen waar zich nog meer onderduikers konden bevinden."

Dat laatste was al langer bekend. Minder bekend volgens Van Liempt is de doorslaggevende rol die NSB'ers hebben gehad in de jacht op Joden. "In de organisatie van de Jodenvervolging in Nederland was toen geen rol weggelegd voor de NSB als instituut. Daar voelde de bezetter niets voor, die verachtte de NSB als organisatie. Maar tegelijkertijd waren het in de meeste gevallen individuele NSB-leden die binnen de politie het vuile werk deden."

"Het is de paradox van de NSB: als organisatie onbeduidend in de Jodenvervolging, maar in de dagelijkse praktijk vormen de individuele NSB-leden met een sterk antisemitische inslag, de harde kern van de Jodenvervolgers. Ik moet helaas vaststellen dat sommige van deze Nederlandse politie-agenten de Duitsers in wreedheid en doortraptheid overtroffen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden