'Glenn': intrigerende veelstemmigheid theater

Theater Bellevue, Amsterdam t/m 28-11. Toernee t/m half januari.

Hij droeg, ook midzomers, dikke winterkleding, speelde piano vanaf een belachelijk lage 'pygmeeenkruk', bromde en humde dat het een aard had tijdens zijn spel en zegde in '64 het concertpodium opeens voorgoed vaarwel. Niet meer gehinderd door publiek en andere bijgeluiden meende hij volmaaktheid slechts te kunnen bereiken in de stilte van de studio, met behulp van alle technische verworvenheden. Een figuur die fascinatie en weerstand opriep, bij leven al een legende.

Trots zijn weerzin tegen de ongemakken en onzekerheden van liveoptredens heeft een fan het bestaan hem, tien jaar na zijn dood, zonder pardon de toneelvloer weer op te schoppen. In meervoud zelfs. De schrijver David Young liet zich voor zijn stuk 'Glenn' inspireren door Goulds zogenoemde aangeboren aanleg voor polyfoon leven, de tegenstrijdigheden in diens leefwijze, maar vooral de hem typerende veelstemmige muziek: Gould was in staat elke toon als een afzonderlijk karakter te laten klinken (naar verluidt zat hij zo laag, opdat niet de zwaarte van zijn armen de klank zou bepalen, maar de lichte druk van zijn vingers op de toetsen).

Die karakteristiek heeft de vorm bepaald van het stuk en de voorstelling die nu door Gijs de Lange, ook al een fan, op eigen initiatief bij Toneelgroep Amsterdam wordt geregisseerd. Het is een portret dat is samengesteld uit Glenn Gould als Het Wonderkind (Hein van der Heijden), De Concertpianist (Mark Rietman), De Perfectionist (Hans Kesting) en De Puritein (Han Kerckhoffs). Zoals Glenn Gould eens Glenn Gould over Glenn Gould interviewde, spreken zij elkaar tegen, door elkaar heen, tot elkaar en over elkaar.

Geholpen door het decor van Paul Gallis en Eric van der Palen is De Lange er beter dan schrijver Young zelf in geslaagd enig inzicht in de gecompliceerde persoonlijkheidsstructuur van Gould te geven. Tussen volgestouwde tafels, stoelen en technische apparatuur, waarachter de op een lichte verhoging gezette concertvleugel bijna in het niet verdwijnt, varieren spel en bewegingspatroon van in zichzelf gekeerde rust tot licht schizofrene reacties. Teksten worden afgewisseld met muziekfragmenten. Monologen en dialogen worden nu eens naast en dan weer door of over elkaar heen geschoven. Het is een, ook in visuele zin, intrigerende manier om een polyfoon effect op te roepen.

Young heeft het stuk grotendeels samengesteld uit teksten van Gould zelf, wat ook betekent dat je soms zit aan te hikken tegen eindeloze theoretische verhandelingen, al doen De Lange en zijn spelers hoorbaar hun best deze als muziek te laten klinken. Vooral Kerckhoffs, die op 78-toerensnelheid kan praten, is daar een meester in.

Wat ze niet helemaal kunnen verbloemen, ondanks de daaraan referende typecasting, is dat Young de vier verschillende persoonlijkheden niet helder heeft weten te onderscheiden. Verwarrender nog maakt hij het door een paar extra figuren in te lassen, wat wel een enkele komische scene oplevert, zoals een praatshowtje met een professordeskundige, maar 'Glenn' als karaktercompositie minder spannend maakt.

Roerend

De Lange slaagt er met mooie vondsten in de voorstelling over die tekortkomingen heen te trekken. Roerend is de vergeefse poging van Gould om zich via de andere drie Glenns aan een onbehaaglijk lang durend applaus te onttrekken. Schitterend ook is de scene waar de vier Glenns met Goulds vliegangst worstelen eentje van stoel wil ruilen: “E is niet mijn goede toonsoort.” Na 'Glenn' krijg je bovendien zin om Goulds muziek te gaan draaien. Dat kan niet anders dan een compliment zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden