Giselle is weer van deze tijd

(Trouw)Beeld fotograaf Deen van Meer

Het Nationale Ballet vond het hoog tijd voor een frisse versie van de klassieker ’Giselle’, en gaf mannen ook ruimte om te schitteren.

Wat ’Hamlet’ is voor het toneel, dat is ’Giselle’ voor het ballet. Rachel Beaujean van Het Nationale Ballet (HNB) knijpt ’m dus best een beetje voor de reacties op haar bewerking van de romantische klassieker. „Insiders beschouwen ’Giselle’ als hun kindje, het is hún ballet. Daar mag je niet zomaar aankomen.”

Nederlands grootste balletgezelschap besloot na dertig jaar de versie van choreograaf Peter Wright van Royal Ballet te hebben gedanst, dat het tijd werd voor een frisse versie. Aan hoofd artistieke staf Rachel Beaujean, in artistiek tweeverbond met balletmeester Ricardo Bustamante, viel „de enorme eer” te beurt ’Giselle’ de nieuwe tijd in te loodsen.

„’Giselle’ is een proeve van de academische ballettechniek. Om het gezelschap in topvorm te houden, en je je aan topniveau wilt blijven meten, moet het ballet binnen het repertoire rouleren. Peter Wrights versie heeft lang op het repertoire gestaan, maar toen we deze de laatste keer dansten, was de rek eruit. Tot dan toe gold: als je een klassieker doet, dan kun je rekenen op volle zalen. Maar dat was opeens niet meer het geval. Er was ons met ’Giselle’ iets ontglipt, het publiek pikte het niet meer op.”

Qua aankleding bleek ’Giselle’ gedateerd, maar ook inhoudelijk werd het ballet als oubollig ervaren. Beaujean: „Dat betrof vooral de eerste akte, waarin het drama zich ontrolt: het eenvoudige boerenmeisje Giselle wordt verliefd op Albrecht, een edelman die zich bij wijze van lolletje als boer heeft vermomd.” Dat gebeurt met het grote gebaar: veel mime, met een problematisch expliciete scène waarin Giselle de hand aan zichzelf slaat als ze achter Albrechts ware identiteit komt.

Beaujean: „De eerste akte staat totaal haaks op de tweede, ’witte akte’. Daarin herrijst Giselle als een van de ’Wili’s’: geesten van bedrogen vrouwen die mannen in hun val lokken en ze laten dansen tot ze doodvallen. Ook al hebben we het hier over het negentiende-eeuwse ’ballet blanc’, het ’voelt’ nu heel modern: abstracte formatiedansen met een etherische, spirituele strekking. Maar dat wezenlijke verschil tussen de twee aktes, die typerende romantische discrepantie tussen aards en etherisch, is voor een modern publiek minder goed te volgen.”

In de nieuwe versie verloopt die dynamiek organischer, aldus Beaujean. Daarin past een hoger tempo. „We hebben aan de eerste akte meer dans toegevoegd en de volgorde van bestaande dansen herzien. Na de witte akte komt de dramatische afwikkeling nogal uit de lucht vallen. Dat is flink schakelen voor het publiek. We willen nu een logisch verhaal vertellen.”

Logisch is ook een nieuwe benadering van de mannenrollen. Sinds de oerversie die Jules Perrot en Jean Coralli in 1841 voor de Parijse Opéra maakten, is ’Giselle’ in de vele versies die daarna volgden vooral een vehikel voor vrouwelijke dansvirtuositeit. „Met mannen in de rol van ’porteur’, letterlijk ’drager’ om de dame te laten schitteren. Maar wij laten de heren ook uitgebreid aan bod komen, inclusief een solo voor Albrecht. Dat personage is in onze ogen meer dan de ’player’ zoals hij in de opvoeringgeschiedenis vaak is neergezet. Bij ons is Albrecht oprecht verliefd op Giselle en is hij daadwerkelijk kapot van haar dood. De man speelt in deze versie een gelijkwaardige rol; hij is van vlees en bloed.”

Voor Beaujean werkt een bewerking van ’Giselle’ alleen als je dicht bij de emotie blijft. „Dit ballet gáát over gevoel. Het is geen ’Zwanenmeer’ waarin een prins verliefd wordt op een zwaan, of iets anders sprookjesachtigs een excuus voor de dans moet zijn; in ’Giselle’ gebeurt iets échts. Het gegeven van onmogelijke liefde, lijnrecht tegen afkomst of religie in, is universeel.”

Waarachtigheid bleek het sleutelwoord in de zoektocht naar de kern van ’Giselle’. Vele dvd’s gezien, en daarmee vele uitvoeringen en opvattingen verder, kwamen Beaujean en haar bewerkingspartner Ricardo Bustamante uit bij de ingetogen benadering van de ’Giselles’ uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. „Balletdiva’s als Carla Fracci en Alicia Alonzo: virtuoos, maar toch naturel en menselijk. Giselle-vertolksters vervallen vaak tot een soort freak, in liefdeswaanzin totaal over the top.” „Een balletdiva als Carla Fracci bleef boven alles een mens die in direct contact stond met haar publiek.”

Geen sinecure om die ingetogenheid vijftig jaar later op een nieuwe dansgeneratie over te dragen, ondervond Beaujean. „Dansers van nu hebben hun bewegingsterritorium letterlijk vrijgevochten. Er is de laatste decennia een enorme fysieke vrijheid ontstaan: ’losse’ armen, een flexibele torso en elastische benen die het liefst zo hoog mogelijk willen. Maar om de kracht ingetogen te houden, terwijl het vuur van binnen woedt, dáár is juist controle voor nodig. ’Giselle’ mag geen kunstige pose zijn, de beweging moet gevóerd worden.”

Opmerkelijk is dat Het Nationale Ballet vanuit eigen gelederen tot een nieuwe ’Giselle’ komt. Het is bij balletgezelschappen gangbaar om een ’revivalspecialist’ in te vliegen. Pierre Lacotte is zo’n erkende ’Giselle’-bewerker, of Patrice Bart die in 1991 ter gelegenheid van 150 jaar ’Giselle’ een nieuwe versie voor de Parijse Opéra creëerde. „De spoeling van specialisten wordt steeds dunner”, erkent Beaujean, „maar wij wilden het deze keer echt anders doen. Het siert artistiek leider Ted Brandsen dat hij zo’n vertrouwen heeft in zijn eigen team. Er wordt altijd gezegd dat Nederland geen ballettraditie kent, maar die aanname is inmiddels door de geschiedenis ingehaald.”

HNB heeft in de bijna vijftig jaar van zijn bestaan een enorme knowhow opgebouwd, stelt Beaujean. Choreografen als Hans van Manen en Rudi van Dantzig hebben hun signatuur diep in het gezelschap-DNA geprint. Beaujean: „Het is interessant om te zien hoe die handtekening inwerkt op een romantisch ballet als ’Giselle’. In die zin is deze bewerking typisch Nederlands. Wat je van ver haalt, is allang niet meer per se lekkerder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden