Girokantoor voor wereldleed

Directeur Lex Winkler van Artsen zonder Grenzen verlaat in een hectische periode de organisatie van emotionele idealisten. Winkler vindt dat noodhulp gepaard moet blijven gaan met inmenging in politieke kwesties. Maar hij is wel voorzichtiger geworden.

De vertrekkend directeur van Artsen zonder Grenzen (AzG), praat steeds sneller. Een adviesraad onder leiding van ex-premier Ruud Lubbers stelde eind vorig jaar dat organisaties als de zijne zich buiten het politieke debat moeten houden.

Lex Winkler, verontwaardigd: ,,We zijn overal bij. De totale destabilisatie, begin jaren negentig in Gorazde en Banja Luka. De stille oorlog in Ethiopië, die maar doorwoedt en waarschijnlijk meer doden heeft gekost dan de Kosovo-crisis. Natúúrlijk houden we ons dan niet stil.'' Al is het politieke lobbywerk wel moeilijker geworden sinds de 'cijfercrisis'. De beschuldigingen van het overdrijven van dodencijfers hebben AzG buitengewoon voorzichtig gemaakt. Monddood, bijna.

Winkler (49) weet nog hoe hij zelf de muren witte in een noodgebouw op een voormalig ziekenhuisterrein in Amsterdam-West. Nu is het Nederlandse hoofdkwartier van Artsen zonder Grenzen (AzG) gevestigd op het Max Euweplein, hartje stad. Een royale zolderverdieping, uitzicht op de hoofdingang van het Vondelpark, tegen een zacht prijsje gehuurd van de staalindustrie. Het organisatieschema voorziet in 140 volledige banen, naast de 500 tot 600 hulpverleners die jaarlijks 'het veld' ingaan.

En dit betreft alleen nog de Nederlandse vestiging. AzG zit ook in België, Frankrijk, Spanje en Zwitserland. Wat in 1984 begon als een vriendenclubje van 10 of 15 mensen, is nu een grote, internationale organisatie. Met alle problemen van dien: morrende werknemers, harde kritiek van buiten, en scheurtjes in het ideaalbeeld van een club jonge helden. Dan worden bejubelde organisaties als AzG opeens 'big business' genoemd, of 'girokantoren voor wereldleed'.

AzG werd in 1984 opgericht en Winkler, van huis uit neuroloog, was er vrijwel vanaf het begin bij betrokken. Zo werkte hij midden jaren tachtig in Thailand, in kampen voor Cambodjanen die de Vietnamese overheersers waren ontvlucht. In 1992 werd hij directeur operaties van AzG, in 1996 volgde hij oprichter Jacques de Milliano op als algemeen directeur. Voor drie jaar, was de afspraak. Op 1 juli geeft hij het estafettestokje daarom door aan Engelsman Austen Davis. Voorlopig is zijn agenda leeg, hij wil eerst bijkomen. Lex Winkler is moe.

Het waren dan ook zware jaren. Al sinds het begin, met de hongersnood in Soedan, met de grote aardbeving in Mexico. ,,We hebben onze positie moeten bevechten naast organisaties voor ontwikkelingshulp, zoals de Novib en Unesco. Noodhulp was iets nieuws. Alleen maar pleisters plakken, vonden sommigen. Als ze al niet vonden dat wij de ontwikkelingswerkers voor de voeten liepen.''

Hij herinnert zich een epidemie van kala azar, 'de zwarte dood', in het zuiden van Soedan. ,,Het ministerie van buitenlandse zaken zei dat het geen zin had alleen de ziekte aan te pakken, zonder tegelijk de basale gezondheidszorg op poten te zetten. Wij meenden: voor je daar íets aan ontwikkelingshulp gaat doen, moet je eerst die ziekte aanpakken. Anders ben je te laat en sterft het hele volk uit.'' Uiteindelijk sprong een Canadese organisatie bij, die AzG genoeg geld verschafte om de eerste tienduizend mensen te behandelen.

De noodhulp maakte sindsdien een glansrijke carrière. Regeringen ontdekten dat ze er goede sier mee konden maken en begonnen er geld in te steken. Maar AzG raakte in opspraak met de 'cijfercrisis'. Toenmalig directeur De Milliano waarschuwde eind 1996 voor een dreigende ramp in het grensgebied van Rwanda en Oost-Zaïre, ten tijde van de etnische strijd tussen Hutu's en Tutsi's. In het rampgebied verbleven meer dan een miljoen mensen, mét de risico's op het uitbreken van epidemieën. AzG hield er rekening mee dat zo'n veertigduizend mensen het leven zou laten, door epidemieën en moordpartijen.

Een veel te hoge schatting, bleek later, en dat kwam AzG duur te staan. De hulporganisatie zou zich schuldig maken aan misleiding, aan het promoten van zichzelf over de rug van de slachtoffers. Winkler: ,,We hebben níet fondsen geworven door te sjoemelen met cijfers. We hebben níet gezegd, 'veertigduizend doden, uw gift is hard nodig'. De Milliano noemde cijfers waarmee we rekening hielden bij de inzet van hulpverleners, in de wetenschap dat het jaar daarvoor in dat gebied 54 000 doden waren gevallen door cholera. Het pakte dit keer anders uit.''

Getallen noemen ze sindsdien niet meer bij AzG. ,,We houden onze mond, zijn ongelooflijk voorzichtig geworden'', aldus Winkler. Monddood gemaakt, voelt hij zich soms. Zoals recent bij de Kosovo-crisis. ,,Achteraf kwamen de verwijten. Dat de hulporganisaties niet voorbereid waren, dat we inefficiënt werkten. Onzin. We hielden er van meet af aan rekening mee dat wij tussen de vijftig- en honderdduizend vluchtelingen zouden opvangen. Meer kunnen we niet aan. De UNHCR (de VN-organisatie voor vluchtelingen) rekende op in totaal twintigduizend vluchtelingen. We konden haar er niet van overtuigen dat ze met meer mensen moest komen. Vroeger zouden we dat naar buiten hebben gebracht, met de cijfers erbij. Maar dat durven we niet meer.''

Nu deed de Navo de eerste opvang van vluchtelingen, AzG en andere hulporganisaties kwamen er pas later aan te pas. ,,De Navo heeft het goed gedaan, daar niet van. Maar op de langere termijn werkt dit gewoon niet. Humanitaire hulp lijkt zo een bijprodukt van de Navo.''

Humanitaire hulpverlening moet volstrekt onafhankelijk zijn, stelt Winkler. Al was het maar voor de veiligheid van de hulpverleners. Neem de hongersnood in Somalië, begin jaren negentig. ,,Amerikaanse troepen kwamen eerst om hulpverleners te beschermen, maar later gingen ze achter krijgsheer Aidid aan. De bevolking keerde zich toen tegen de Amerikanen, en later ook tegen de hulpverleners.'' Mensen van AzG werden gegijzeld, er vonden schijnexecuties plaats. Enkele hulpverleners van andere organisaties kwamen om het leven.

Hij wijst naar het televisietoestel, afgestemd op Teletekst: 'Serviërs blijven massaal vluchten'. ,,Wij als AzG moeten niet alleen de Kosovaren helpen, maar ook de Serviërs die nu voor hen op de vlucht slaan. Dan moeten we niet als Navo-adept worden gezien.'' Omdat de Navo-landen partij zijn in het Kosovo-conflict, wijst AzG geld uit die hoek voorlopig af. ,,Noorwegen heeft ons geld aangeboden, maar dat hebben we teruggegeven.''

Wat niet betekent dat AzG zich in politieke vraagstukken op de vlakte houdt, integendeel. Ondanks het rapport 'Humanitaire hulp: naar een nieuwe begrenzing', november vorig jaar uitgebracht door de Adviesraad internationale vraagstukken. Deze raad, onder voorzitterschap van ex-premier Lubbers, vond dat noodhulp niet gepaard mag gaan met inmenging in politieke kwesties.

,,Dat willen we nu juist wél'', zegt Winkler opgewonden. Hij somt de voorbeelden op. De terugtrekking van AzG uit Noord-Korea, vorig najaar. ,,Volgens de autoriteiten was er hongersnood, maar daar zagen we niets van. Toen we verder het land wilden ingaan, werden we tegengehouden.'' In Soedan, in het stadje Ajiep, zag de hulporganisatie Lifeline niet toe op een eerlijke verdeling van voedsel onder de ontheemde bevolking, vond AzG. ,,Dan treden we naar buiten, en dat zullen we blijven doen.''

'We', nog even. Na vijftien jaar vertrekt Winkler bij AzG. Zo'n lange carrière bij de hulporganisatie zal niemand meer doorlopen, denkt hij. ,,Onze mensen krijgen alleen nog contracten voor twee of drie jaar, met hooguit één verlenging. Want de keerzijde van een oudere, professionelere organisatie is dat je kunt verstarren, dat je een zichzelf herhalende machine wordt.''

Dat is moeilijk uit te leggen: ,,Mensen zetten zich met hart en ziel in. Dat neem je ze af.'' Het was een van de redenen voor de onvrede onder het personeel, denkt hij. Een rapport hierover kwam begin dit jaar onbedoeld in de publiciteit. Over de inhoud laat hij zich nog in dezelfde bedekte bewoordingen uit als toen. Verschillende mensen vertrokken na meningsverschillen met de AzG-leiding over de organisatieverandering, dat wil hij wel kwijt. Maar verder: het rapport was 'achterhaald', 'grote reorganisaties gaan per definitie gepaard met onvrede'. ,,Bovendien, dit is een emotionele organisatie. Men gaat in debat, men bevecht elkaar.''

Wat hij na 1 juli gaat doen? Voorlopig niets. Hij heeft zichzelf een jaar vrij beloofd. En daarna - misschien iets op het gebied van geneesmiddelen. ,,Resistentie tegen geneesmiddelen voor dysenterie of tbc is een enorm probleem in de derde wereld. De farmaceutische industrie is daar niet druk mee, want het gaat om landen waar weinig te verdienen valt.'' Het wordt in ieder geval, weet hij, weer een baan in de frontlinie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden