Giro af, giro bij

Onze leider JPdeMP begon er terloops over en sindsdien lees je het in tal van kranteverhalen: een vergelijking tussen de crisis van nu en die van de jaren dertig, die ook toen in Amerika begon, in 1929 na de beurskrach. Zelf geloof ik dat de vergelijking mank gaat. De crisis van de jaren dertig trof drommen mensen die zich in lange rijen bij de stempellokalen moesten melden en die voor hun avondmaal niet zelden afhankelijk waren van de gaarkeuken. De crisis van nu is ook geen pretje, maar ze treft mensen die, als ze werkloos raken, een beroep kunnen doen op een fatsoenlijke uitkering. Ze hoeven niet meer in tochtige en vochtige kelders te wonen waarin hun kinderen zich kapot hoesten aan de tbc.

Ik weet dat het lang niet voor iedereen opgaat, ook in het Nederland van nu is er nog schrijnende armoe. Ik besef ook dat ik, als bovenmodale tweeverdiener, vergeleken met de zuchtende onderklassers, makkelijk praten heb. Maar geldt niet voor verreweg de meeste Nederlanders dat ze zich, in de vele jaren van voorspoed, een tamelijk comfortabele buffer van redelijke welvaart hebben kunnen verwerven? Het mooiste voorbeeld daarvan zijn de arme IJslandspaarders, die blijkbaar vele tienduizenden euro’s aan reserve hadden die ze, tegen een paar tienden van een procentje meer, veilig dachten weg te zetten bij de geisers en die nu door de regering voor dat graaigedrag nog gecompenseerd worden ook.

Ik geloof niet dat ik het leuk of makkelijk zal vinden, daar niet van. Ik ben nu eenmaal ook zo’n welvaartskind dat meer verstand heeft van giro af dan van giro bij. Maar in mijn onverantwoorde uitgavenpatroon zit zonder meer een flinke ruimte om het ’wat minder aan’ te doen, zonder dat ik voor ziekte, geldgebrek of andere ongeluk hoef te vrezen.

Toen ik jong was en nog bij mijn ouders thuis woonde kreeg ik van mijn moeder als antwoord op de vraag: „Wat eten we vanavond?”, te horen: „Spinazie.” Of: „Andijvie.” Of, het ergste van al: „Postelein.” Ze benoemde het eten naar de groente die ze ons die avond voor zou zetten. Ze zei nooit: „Draadjesvlees.” Of: „Gehakt.” Of: „Kippeboutjes.” Vlees aten we alleen op zondag, bij wijze van feestmaal.

Nogmaals, ik kan niet zeggen dat ik erg naar die tijd terugverlang. Maar de AEX mag nog een heel end naar beneden duikelen voordat de gas-, telefoon- en elektrarekening onbetaald blijven en de ossehaasjes van tafel verdwijnen. Bovendien moet spinazie erg gezond zijn. Andijvie ook. Over postelein zwijg ik.

Heimelijk beleef ik zelfs wel enig plezier aan de crisis. Nu heb ik het niet over al die ongelukkigen die hun baan gaan verliezen, dat gun je niemand. Nu heb ik het over het feit dat al die apologeten van de vrije markt met lede ogen toe moeten kijken hoe hun dolle geldwereld in elkaar stort en vervangen wordt door een beschaafde vorm van staatskapitalisme. En over al die bonusgraaiers die hun bij elkaar gevogelde rijkdom met de dag verder, nieuw woord in ons vocabulaire, zien ’verdampen’.

Het grootste probleem dat ik met de huidige crisis heb is dat ik er in wezen geen bal van begrijp. Ik lees zo ongeveer alles wat er in kranten over verschijnt. Natuurlijk zijn er kenners als Maarten Schinkel in NRC Handelsblad die enorm hun best doen om het allemaal uit te leggen. Maar zodra er een deskundige econoom aan het woord komt, hoor je zo ongeveer alle opvattingen die er in hun wereld voorhanden zijn. Dat de crisis over een paar maanden voorbij is. Dat de crisis 2011 haalt. Dat het allemaal nog veel erger wordt. Dat het allemaal best mee gaat vallen. Economie is blijkbaar eerder een verzameling elkaar uitsluitende meningen dan een vorm van exacte wetenschap.

Nog een vreemd aspect van de crisis: als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat ik er persoonlijk erg weinig van merk. Voor een deel komt dat natuurlijk omdat ik, als onnozele giro-af persoon, over geen enkel op de beurs verhandelbaar aandeeltje beschik. Maar ook in mijn omgeving zie ik weinig mensen die met de handen in het haar hun schaarse centen zitten te tellen.

Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik iets te vieren. Dat deden we in een van de meer prijzige restaurants van Amsterdam. Het zat er redelijk vol. Iedereen liet het zich goed smaken. Wij ook. En bij het afrekenen beknibbelde niemand op de fooi.

Diep in mijn hart geloof ik zelfs dat er uit de crisis ook best iets moois tevoorschijn kan komen. Behalve die beschaafde vorm van staatskapitalisme bijvoorbeeld ook het besef dat de meesten van ons in een ongehoord enorm geweldig welvarend land leven. En dat het nog lang zal duren voordat ook hier de jaren dertig terugkeren.

Een klein somber slotakkoord. Nu al voelen onbegrijpelijk veel bange Nederlanders zich gesterkt door de schimpscheuten van een man als Geert Wilders. Ik vrees dat er, als de crisis hardhandig toeslaat, steeds meer ontevredenen zullen komen die de gevestigde orde klote vinden en Wilders een puike kerel. En dat lijkt wél op de jaren dertig, toen de NSB de vergaarplaats werd voor de onvrede.

Daar houd ik mijn hart voor vast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden