Giotto's menselijke heiligen zetten de toon voor Renaissance

AMSTERDAM - Voor studenten kunstgeschiedenis die de geboorte van de renaissance bestuderen, waren tot voor kort in Italië twee plaatsen van belang. De ene stad is Padua, waar Giotto een compleet beeldverhaal rond Christus in de zogeheten Arenakapel (ook wel Scrovegnikapel) heeft geschilderd. De tweede is Assisi, waar in de Franciscus-basiliek aan Giotto toegeschreven fresco's de overgang van het Byzantijnse schilderen naar de renaissance markeren.

CEES STRAUS

Die schilderingen zijn van grote waarde omdat ze direct vergeleken kunnen worden met de aanpalende fresco's van Cimabue, de leermeester van Giotto. De aardbeving in Toscane en Umbrië heeft in de basiliek van Sint Franciscus zo huisgehouden dat voor de totale vernietiging van verscheidene kunstwerken wordt gevreesd.De beschadiging van een fresco van Giotto, dat althans aan hem (en leerlingen) wordt toegeschreven, zou nogal meevallen. Foto's laten echter een dikke breuklijn zien, dwars door de voorstelling. Herstel zal altijd zijn sporen nalaten. Met Cimabue is het veel erger gesteld: zijn schilderingen, die net als bij Giotto onderdeel van een cyclus in de gewelven in de bovenkerk vormen, zijn naar beneden gekomen en in duizenden fragmentjes uiteengespat.

De fresco's zijn van groot belang. In Italië begint de renaissance (letterlijk de wedergeboorte, in dit geval de herleving van de aandacht voor de mens in de kunst) rond 1300. Dat is precies de periode waarin Giotto (1266-1337), die algemeen wordt beschouwd als de eerste renaissance-schilder, zijn werkzaamheden in de Franciscus-Basiliek moet hebben beëindigd - zo hij dat al deed, want kunsthistorici hebben recentelijk feiten blootgelegd die suggereren dat dat niet het geval is. Stilistisch passen de schilderingen echter in een trits van ontwikkelingen. Voor Giotto begonnen die ontwikkelingen in Assisi, waarna hij de lijn voortzette in Padua (1317), om tenslotte in de Santa Croce in Florence te worden beëindigd. Wie deze drie hoofdwerken uit zijn oeuvre na elkaar ziet, merkt dat er een logische opeenvolging in zit.

In het laatste kwart van de 13de eeuw zat de schilderkunst nog vast aan een reeks van conventies die teruggreep op de aloude Griekse schilderkunst, ook wel de 'maniera greca' genoemd. Schilders moesten religieuze voorstellingen in een vast pogramma afbeelden volgens eeuwenoude regels. Tot de meest toonaangevende kunstenaars die in deze Byzantijnse traditie werkten behoorde de in Florence werkende Cimabue (letterlijk ossenkop, zijn echte naam was Cenno di Pepe), die leefde van 1240 tot na 1302. Op grond van zijn grote kwaliteiten werd hij uitgenodigd om schilderingen voor de Franciscus-basiliek in Assisi te maken. De bouw van die basiliek was al in 1228 begonnen, twee jaar na de dood van de beroemde heilige. Hoewel de kerk niet werd gebouwd op de plek waar Franciscus werkelijk heeft geleefd, bevat het een aantal relieken, waaronder een mantel die hij ooit heeft gedragen.

In de basiliek heeft Cimabue Franciscus uitgebeeld in een voorstelling waarin hij hem combineert met de Moeder Gods en een groep engelen. Het was niet de enige voorstelling in de kerk; Cimabue heeft er een groot aantal scènes geschilderd. Daaronder ook de voorstelling met de Kruisiging, die vrijdag naar beneden is gekomen.

Toen het hele programma van Cimabue gereed was, bezorgde het hem in één keer roem. Die werd pas overtroffen toen Giotto werd gevraagd om een aantal schilderingen te maken. Giotto di Bondo, zoals hij voluit heette, was afkomstig uit een klein dorp in Toscane, maar als schilder groot geworden in Florence, waar hij bij Cimabue in de leer was. Hij stond enige tijd sterk onder invloed van zijn leermeester. Maar in de jaren '90 van de 13de eeuw, toen hij de opdracht van de Franciscus-basiliek moet hebben gekregen, was hij al bezig zich los te worstelen van het nauwe pak aan schilderkunstige conventies. Wat Giotto deed, werd in zijn tijd uitermate revolutionair gevonden. Hij doorbrak de Byzantijnse traditie, kantte zich tegen de schematische stilering in het vlak en de weergave van de gewaden met lange rechte lijnen die nogal hoekig worden gebroken. Giotto zocht, en dat was werkelijk een vernieuwing, naar volumina en eenvoudige, ongecompliceerde bewegingen.

Zijn de kunstwerken uit de laat-Byzantijnse traditie aristocratisch en verfijnd, bij Giotto lijken de heiligen mensen uit onze eigen omgeving. Dit menselijke beeld zou de toon zetten voor de kunst van de komende twee eeuwen. In de Franciscus-basiliek was de aanzet daartoe te zien, voor de uitwerking komt de Arenakapel in aanmerking. De verwoesting in de kerk in Assisi schrapt aldus een bijzonder deeltje uit de geschiedenis van de westerse kunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden