gingen Nederlanders en Fransen vliegen

De eerste KLM-vluchten gingen van Londen naar Amsterdam. In de hele historie van de Koninklijk Luchtvaart Maatschappij is geen lijntje te vinden met Parijs. Toch komen de directieven uit die richting nu de firma is overgenomen door Air France.

Misschien schuilt de oorsprong van de plotselinge Franse connectie in een detail: zowel KLM als Air France werd opgericht op 7 oktober. KLM wordt morgen 84 jaar en is daarmee de oudste maatschappij ter wereld. De Fransen vieren een heus jubileum. Air France, in de crisisjaren (1933) op aandringen van de overheid ontstaan na een fusie van vier afzonderlijke bedrijven, bestaat 70 jaar.

De KLM mag dan ouder zijn, de eerste acties in de lucht hadden plaats boven Frans territorium. Een Braziliaanse waaghals, Alberto Santos-Dumont, studeerde in Parijs en met een klein luchtschip vloog hij in 1900 een rondje om de Eiffeltoren. Eerder, al in de achttiende eeuw, wisten de broers Montgolfier van de grond te komen met een ballon vol hete lucht.

De oudste Franse luchtvaartmaatschappij werd opgericht in 1909 en heette Compagnie Generale Transaerienne. Volgens de beschrijvingen in het tijdschrift Air Transport World exploiteerde de onderneming luchtschepen, maar ook watervliegtuigen. Een reguliere basis, met lijndienst en kaartverkoop, was er nog nauwelijks. Die kwam pas na de Eerste Wereldoorlog. Eén van de firma's die toen ontstonden, was Les Lignes Latecoere, opgericht in 1918 en eigendom van de vliegtuigbouwer Pierre-Georges Latecoere. Latecoere vervoerde post en sleutelde in een werkplaats in de buitenwijken van Toulouse. Deze Zuid-Franse stad is nog steeds de belangrijkste vestiging van Airbus, de enige grote vliegtuigbouwer van Europa.

Latecoere is een grote naam gebleven in de Franse luchtvaart. Vanaf 1927 kreeg hij gezelschap van Jean Mermoz die voor het eerst 's nachts ging vliegen voor Aeropostale, een postkoerier die koers zette naar onder meer Spanje, Marokko en Zuid-Amerika. Bij Aeropostale werkt ook Antoine de Saint-Exupery, wellicht de beroemste Franse piloot. Hij schreef Le Petit Prince, over een figuurtje dat vertelt over zijn reizen en ontmoetingen, een van de beroemste Franse boeken.

In een ander boek, Terre des Hommes, noteerde De Saint-Exupery: ,,De bezorging van post, de menselijke stem, transport van glinsterende plaatjes, in deze eeuw en in andere, onze hoogste prestaties hebben steeds als enig doel om de mensheid tot elkaar te brengen.''

Tegen deze vergezichten kunnen de Nederlandse pioniers in de luchtvaart niet op. ,,Dit vliegen, dat een hel was, kan een hemel worden'', is de beroemdste uitspraak van Albert Plesman, de grondlegger van KLM in 1919. Plesman, die uit het leger kwam, had negen jaar eerder voor het eerst een vliegtuig gezien: ,,Ik kon mijn gevoelens van enthousiasme nauwelijks beheersen toen ik me realiseerde dat zich daar hoog in de lucht een mens in een machine voortbewoog.''

Plesman organiseerde met zijn collega luitenant-vlieger Marinus Hofstee in 1919 een grote luchtvaartshow, de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam (E.L.T.A.). Buitenlandse bouwers wilden hun vliegtuigen ter beschikking stellen. Ook Nederlandse firma's leverden een bijdrage, zoals auto- en vliegtuigfabriek Trompenburg die Spijkervliegtuigen uitleent. De N.V. Van Berkels Patent in Rotterdam, fabrikant van vleessnijmachines en weegschalen, bracht een watervliegtuigje.

De tentoonstelling werd een groot succes. Na een tochtje door de lucht kregen de bezoekers een door Plesman getekend brevet. Een miljoen mensen kwamen erop af in amper vijf weken tijd. Als er zoveel belangstelling is voor het vliegen, is er ruimte voor een Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën, concludeerde Plesman.

Alhoewel Plesman de leiding nam, was op de achtergrond Frits Fentener van Vlissingen, rijk geworden met de Steenkolen Handels Vereeniging (SHV), de stille kracht. Samen met onder anderen Anton Kröller van het Rotterdamse havenbedrijf Wm. H. Müller & Co legde Fentener van Vlissingen geld op tafel om KLM een financiële basis te geven.

Met die andere pionier in Nederland, Anthony Fokker, boterde het niet. Plesman kocht wel Fokker-toestellen, maar wantrouwde de vliegtuigbouwer. Er waren vele ruzies over de kwaliteit van de toestellen, maar altijd zaten er vliegtuigen van Fokker in de KLM-vloot.

Na de Tweede Wereldoorlog kon Plesman -een deel van de oorlog zat hij gevangen in Scheveningen- de draad bij KLM weer oppakken met geld van de Nederlandse staat. Hij besteedde 23 miljoen gulden aan nieuwe vliegtuigen die hij kocht bij fabrikanten in de Verenigde Staten. Nederland wilde snel de route naar Indië nieuw leven inblazen. De vluchten naar Batavia waren een belangrijke inkomstenbron voor de KLM.

Zo raakten de Nederlandse staat en KLM met elkaar verbonden. Dat was natuurlijk ook het geval in Frankrijk, waar Air France de lijnen onderhield met de koloniën in Afrika. Air France was eerder al tot stand gekomen op aandringen van de overheid. De geschiedenis van de luchtvaart staat bol van staatsbemoeienis.

En uiteindelijk is er nu de overeenkomst tussen KLM en Air France. Les Ailes en bleu (De vleugels in het blauw) heet de nieuwe film waarin 70 jaar Franse luchtvaart wordt belicht. Het is de soepele overgang naar het blauw van KLM. De vraag is of er straks van KLM nog meer zal resten dan die kleur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden