column

Ging het er in alle sporten maar zo amateuristisch aan toe als in het cricket

Beeld Maartje Geels

Ik heb het in deze kolommen te weinig, of misschien wel nooit, over cricket gehad. Daar heb ik overigens een goed excuus voor, ik snap namelijk niks van het spel en zoals de filosoof Wittgenstein al wist: waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.

Maar ik kan niet langer zwijgen. Nu een randsport als curling opeens een televisiesport blijkt te zijn geworden, met zelfs BN'ers die het doen, kan het cricket niet achterblijven. Mijn onbekendheid met de sport is mede te wijten aan het feit dat niemand in mijn vriendenkring het doet. Wij zijn allemaal van de populaire sporten, voetbal, tennis, wielrennen of schaatsen en het meeste dan nog in ruste. Ik ken slechts één persoon die werkelijk cricket: Erik van Muiswinkel. En dat is niet genoeg.

Ik heb het, uitgezonderd die keer in India waar een stel jochies het op straat nadeden, ook nooit in het echt zien spelen. Dat geeft het een geheimzinnige glans, iets van een mysterie. Van de schaarse optredens op televisie weet ik dat cricket erg lang kan duren en dat er mannen met witte hoeden aan te pas komen. En verder dat het erg angelsaksisch is, wat mij als anglofiel natuurlijk wel bevalt.

Nobel

Cricket heeft zo, alleen al vanwege de uitstraling, iets rijks en nobels dat andere sporten in steeds mindere mate bezitten, helaas. Wat mij ook imponeert is dat iedere wedstrijd een 'test game' heet, alsof het nooit goed genoeg is en het ultieme, prachtigste potje cricket nog ooit gespeeld moet worden, in een ideale wereld. In zo'n sport moet het wel eerlijk toegaan, denk je, er staat immers alleen iets ridderlijks op het spel.

Die indruk werd dit weekend ruw verstoord door het nieuws dat ons uit Zuid-Afrika bereikte. In opdracht van aanvoerder Steve Smith van het Australische cricketteam dat deze dagen tegen Zuid-Afrika speelt, had speler Cameron Bancroft geprobeerd het cricketballetje (heet dat zo?) te beïnvloeden met een stukje tape, waarop hij enige gritkorrels had geplakt. Door er onreinheid op te poetsen, hoopte hij dat het balletje onbestuurbaar zou worden (voor de tegenstander, neem ik aan).

Helaas betrapte de camera hem tijdens deze wandaad; toen hij merkte in beeld te zijn, probeerde hij het stukje tape nog in z'n onderbroek weg te moffelen maar het was al te laat.

Schande! Heel Australië is er overstuur van. Ik vind het ontroerend nieuws. Geen dopingprogramma's, geen gesjoemel met voedsel of urine, maar een eenvoudig stukje cellotape. Het is duidelijk dat ze in cricket nog niet weten hoe het moet. Het zijn als het ware beginnende crimineeltjes. Snel in de kladden pakken, zou ik zeggen, en naar het verbetergesticht, dan kan er nog wat van terecht komen.

Tot die tijd zou je wensen dat het er in de grote volkssporten ook zo amateuristisch toeging. Een van de termen die ik in mijn onwetendheid van het cricket toch onthouden heb, is het goed rijmende begrip 'wicket'. Ik neem aan dat er in de Australische pers nu grapjes worden gemaakt over het begrip 'wicked' (verdorven). Laat mij anders de eerste zijn die deze onvermijdelijke woordspeling lanceert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden