Gijsbert Six woont aan een wolvencorridor: ‘Bij mijn buurman zijn zes schapen te pakken genomen’

Schapenhouder Gijsbert Six en zijn kudde van zo’n dertig Drentse heideschapen.  Beeld Kees van de Veen
Schapenhouder Gijsbert Six en zijn kudde van zo’n dertig Drentse heideschapen.Beeld Kees van de Veen

In de aanloop naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten, proeft Hans Marijnissen de regionale thema’s. Vandaag aflevering 4: beschermt Drenthe de wolf of het schaap?

Zeg tegen Gijsbert Six uit Benneveld niet dat zijn Drentse heideschapen dunne pootjes hebben, want dan legt hij streng uit dat dit ras ‘droog beenwerk’ heeft, met alleen pezen en geen spieren. De hobbyhouder verzorgt zo’n dertig rammen en ooien, die hij in de lente en zomer laat ‘omweiden’. Tegen een geringe vergoeding struint de kudde dan op verzoek een natuurperceel of een boomgaard af, om na een week of wat elders aan de slag te gaan.

Maar of hij kan doorgaan met dat omweiden is de grote vraag. De wolf rukt op in dit gebied ten westen van Emmen, en Six kan zijn schapen rond zijn eigen boerderij wel beschermen, maar als de kudde buiten zijn erf graast, is het vee weerloos.

Volgens Peter Six woont hij aan een ‘wolvencorridor’. “Daar kom je achter door echt als een wolf te denken.” Pak vervolgens de lichtkaart erbij die ruimtestation ISS van Nederland heeft gemaakt, en stel je voor dat je als wolf vanuit Duitsland een nieuwe roedel wil beginnen. “Rechts zie je dan het licht van Emmen, en links het licht van Nieuw-Amsterdam. Daar moet-ie niks van hebben. De wolf kiest dan voor het donkere gat daartussen, en komt via Sleen precies in het buitengebied van Benneveld uit.” Six’ achtertuin dus.

Six heeft gemengde gevoelens over de komst van de wolf naar Nederland. “Bij mijn buurman zijn afgelopen jaar zes blauwe Texelaars door een wolf te pakken genomen. In principe doodt een wolf om te eten, maar ze hebben ook een jachtinstinct. Jonge wolven oefenen ook op makkelijke prooien. En dat zijn schapen. Het dier is onbeschermd, trager en kleiner.”

Nutteloos doden

‘Wolvenknuffelaars’, zoals Six de mensen noemt die genieten van de komst van de wolf, benadrukken soms dat de wolf heel voorzichtig is, risicomijdend, en niet naar de mens komt. “Dat is ook zo, een wolf die kreupel wordt, is ten dode opgeschreven. Dus hij kijkt wel uit. Maar dat ogenschijnlijk nutteloze doden van meerdere prooidieren behoort óók tot zijn natuurlijke gedrag.”

Schapenhouder Gijsbert Six uit Benneveld. Beeld Kees van de Veen
Schapenhouder Gijsbert Six uit Benneveld.Beeld Kees van de Veen

Six is als natuurmens ook geïntrigeerd door de wolf die op eigen houtje Nederland opzoekt en hij volgt met grote interesse het publieke de debat. “Zijn komst dwingt ons over natuur na te denken, en dan ben ik niet zozeer van het afschot van alles wat enige hinder veroorzaakt.” Six zoekt liever naar praktische oplossingen. Zo is hij de eerste schapenhouder die een zelf bedacht wolvenhek heeft laten plaatsen. Het hek ziet eruit als een normale omheining, maar heeft zes stroomdraden.

Hij is ook op zoek gegaan naar bestuurlijke oplossingen. Een Wolvenplan dat de provincies eerder hebben opgesteld, gaat volgens hem niet ver genoeg omdat daarin alleen is geregeld dat het Faunafonds door wolven gedode dieren vergoedt. Dat is veel te reactief, vindt Six. Daarom probeerde hij de provincies tot actie te bewegen. “Maar dan stuit je op het probleem dat die de burgerparticipatie niet kennen. Ze zitten niet te wachten op meedenkers.”

Drenthe is wat hem betreft een uitzondering. In de schapenprovincie bij uitstek is Henk Jumelet de enige gedeputeerde die met de betrokkenen om tafel is gaan zitten. “Op basis van die gesprekken heeft de provincie gesteld dat er geen onderscheid meer mag zijn tussen professionele schapenhouders en de hobbyhouders”, zegt Jumelet. “Ze ondervinden allemáál schade en die moet worden vergoed. Daarnaast hebben we ‘leenhekken’ beschikbaar gesteld en ‘leencamera’s’, zodat schapenhouders niet zelf hoeven te investeren.” Drenthe maakt zich hard voor duidelijke regels. “Nu is het zo dat een wolf die ‘bij herhaling’ schade aanricht, afgeschoten mag worden. Dankzij Drenthe komt er straks een landelijke bepaling wanneer precies dat moment is aangebroken.”

Six heeft een plan dat veel verder gaat. Zijn uitgangspunt is dat de schapenhouders geen enkele schuld hebben aan de komst van de wolf, maar wel schade gaan ondervinden. “Daarom zouden zij een eenmalige vergoeding van 200 euro per schaap moeten krijgen. Dat kunnen zij zien als een herstructurering. Een grote schapenhouder met 3000 schapen ontvangt zo zes ton. Maar schapenhouders kunnen ook kiezen om met dat geld iets aan beveiliging te doen.” Ze komen in het plan van Six na de eenmalige uitkering nooit meer in aanmerking voor vergoedingen. Ze houden schapen op eigen risico. En daar kunnen ze zelf voor kiezen.

Lees ook: 

De wolf is in Nederland, wat kunnen we ervan verwachten?

De wolf lijkt zich te gaan vestigen in Nederland. Wat kan van het roofdier worden verwacht? Vijf vragen over de komst van de wolf.

Zijn kuddehonden de oplossing voor de oprukkende wolven?

Schapenhouders vrezen voor hun dieren nu de wolf zich in Nederland vestigt. Kuddehonden bieden mogelijk uitkomst. In Salland wordt geëxperimenteerd met deze agressieve dieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden