GIJS SCHOLTEN VAN ASCHAT: 'ER IS AL GENOEG TINNEF'

Zijn spel flitst heen en weer tussen bekakt en plat, precieus en vulgair, Ons Soort Mensen en plebs. De winnaar van de Louis d'Or, Nederlands meest prestigieuze toneelprijs, Gijs Scholten van Aschat: toen Steef en Les in 'Decadence', nu Vic in 'Pleidooi' en straks dokter Astrov in 'Oom Wanja'. 'Oom Wanja' is vanaf dinsdag 29 maart te zien in De Brakke Grond in Amsterdam: t/m 9 april; daarna elders (inl. tel. 020 6207953). 'Pleidooi', inmiddels het negende deel van de tweede reeks van deze tv-serie: maandag 28 maart, 20.26 uur, Nederland 1 (AVRO).

Vorig jaar schitterde Gijs Scholten van Aschat bij Het Nationale Toneel in 'Decadence': als Steef, genotzuchtige Hagenaar, type oesters met Dom Perignon. Een fantastische vertolking, te meer daar de andere helft van die dubbelrol bestond uit de volkse Les, door Scholten van Aschat overtuigend gekneed tot snelle ritselaar, type patatje oorlog. Die kant van de acteur kenden we nog niet. Zijn spel flitste heen en weer tussen bekakt en plat, precieus en vulgair, Ons Soort Mensen en plebs. Hij kreeg er de Louis d'Or voor, Nederlands meest prestigieuze toneelprijs.

Nooit geweten dat hij zo goed plat-Haags kon praten.

“Dat wist ik zelf ook niet. Tenslotte ben ik geen geboren Hagenaar. Ik heb het van de portier van de Koninklijke Schouwburg geleerd. En natuurlijk ben ik er ook via Koot en Bie vertrouwd mee geraakt.”

Geboren Hagenaar of niet, zijn acteurs-imago is Haags.

Niet zo vreemd, vindt hij zelf. Hij heeft immers zijn meeste rollen in Den Haag gespeeld. Eerst bij de Haagse Comedie, daarna bij Het Nationale Toneel. Maar na zijn aandeel in 'Richard II' (als vrije produktie uitgebracht in 1990'91), wilde hij daar niet meer op vaste basis werken. Sindsdien is hij free-lancer.

Maar hij is niet echt weg uit Den Haag. Volgend jaar gaat hij er 'Britannicus' doen, samen met Peter Blok, vriend en collega in 'Pleidooi' (Cas). En over twee jaar staat hij, weer met Peter Blok, in Amsterdam bij Orkater in een muziektheatervoorstelling. “Daar verheug ik me nu al op.”

Lichte verbazing: muziektheater?

“Ja, ik kan redelijk zingen, doe het ook graag.” Hij vertelt over zijn zangclubje vrienden, en plotseling duikt in het hoofd van zijn bezoek een herinnering op. Amsterdam, Koninginnedag, zo'n acht jaar geleden, vier jongens die ergens langs een gracht veel applaus en geld oogstten met hun enthousiaste close harmony vertolking van gospel en folk: Scholten van Aschat, Blok, Pierre Bokma (nu Toneelgroep Amsterdam), Alfred van den Heuvel (Purper). Lang niet slecht.

“Ik speel ook sax, maar niet echt goed. Ik kan er niet het toneel mee op.”

Geen Gijs Clinton dus? Hij grijnst bij het idee.

Vanaf volgende week is Gijs Scholten van Aschat bij het Amsterdamse theatergezelschap Art en Pro te zien als dokter Astrov in Tsjechovs 'Oom Wanja'. In de regie van Frans Strijards, bekend als scherp ontleder van menselijk gedrag. En als aanjager: zijn spelers plegen als motorisch dolgedraaide types over het toneel te wervelen. Een opmerkelijke overstap voor een acteur die aan een meer psychologische benadering van een stuk gewend is.

“Ik wilde wel eens iets anders. Zo simpel ligt dat. Het idee voor deze voorstelling komt trouwens van Frans. Hij wilde 'Wanja' doen, met mij als Astrov. Neen, ik heb niet gezegd: ik doe graag mee, maar dan als Wanja. Frans had Rudolf Lucieer voor die rol in zijn hoofd, daar kon ik goed inkomen. Bovendien, Astrov is mooi om te spelen. Zelf zou ik ook voor Astrov hebben gekozen.”

“Ik heb Frans altijd met interesse gevolgd. Niet alles wat hij deed, vond ik goed, maar wel altijd heel verfrissend. Bij 'Wanja' is zijn aanpak trouwens minder extreem, minder fysiek, dan ik had verwacht. Onder Johan Doesburg ging het er in 'Decadence' fysiek steviger aan toe. Frans is hier niet bezig met zijn verhouding tot de opvoeringsgeschiedenis van het stuk. Het gaat hem er niet om deze voorstelling af te zetten tegen voorgaande versies. Hij wil gewoon zijn 'Wanja' maken en heeft daar heel eigen, goede ideeen over. Ik ben er wat mijn rol betreft nog niet helemaal uit. Wat wel helpt, is dat ik al eerder Tsjechov heb gespeeld. Eigenlijk heeft die maar een stuk geschreven: al zijn stukken zijn variaties op hetzelfde thema.”

Buiten, op de Rozengracht, ruist de avondspits langs. Het voormalige Mickery-pand waar Art en Pro sinds kort gehuisvest is, valt na de repetitie langzaam stil. Met nog twee weken te gaan tot de premiere praat Scholten van Aschat over Astrov als “een verlegen, verknoopte man. Norsig. En geen intellectueel, ook al is hij dokter. Hij zit niet voor niets in de provincie in plaats van in Moskou. Hij beschikt wel over realiteitszin, zijn eigen lot kan hij uitstekend analyseren. Dat kunnen de figuren bij Tsjechov sowieso erg goed. Om vervolgens dan toch het tegenovergestelde te doen.”

Zelf is hij tussen z'n vierde en z'n vijftiende opgegroeid in het Betuwse Tiel. Dus dat provinciaalse herkent hij wel? Hij sputtert tegen. “Nou, provinciaals, provinciaals . . . Tiel is geen Wamel of Erichem. Het is toch echt een stadje.”

Tussen Steef/Les in 'Decadence' en Astrov in 'Oom Wanja' is hij alleen op televisie, in 'Pleidooi', te zien geweest. Zorgt zo'n eerste nieuwe toneelrol na het winnen van de Louis d'Or nou niet voor extra druk?

Schouderophalen. “Ik ben er niet erg mee bezig. Misschien dat mensen die rollen gaan vergelijken. Dat zou jammer zijn, want ze zijn heel verschillend. 'Decadence' gaf mij de kans als acteur te excelleren. Deze 'Wanja' is veel meer een team-voorstelling. Met z'n allen proberen we de betekenis van het stuk zichtbaar te maken. Volgens Frans gaat het over het misverstand tussen mensen. Een tijdloos gegeven.”

De druk van de Louis d'Or voelde hij wel toen hij daarna aan een nieuwe serie voorstellingen van 'Decadence' begon. Hij dacht: misschien komen mensen erop af omdat ze gehoord hebben dat ik voor deze rol ben onderscheiden. En misschien zeggen ze dan: is dat het nou? Mwah.

De 'Decadence'-versie van Het Zuidelijk Toneel heeft hij gezien, natuurlijk. En nu moet hij daar zeker iets over zeggen?

Graag.

Zuchtend gaat hij verzitten, denkt na. Voorzichtig zijn woorden kiezend: “Het had met zulke goede acteurs als daar stonden een interessante voorstelling kunnen worden. Maar ik vond Dora van der Groens regie flets, ik begreep niet waarom ze dit stuk eigenlijk wilde doen. Het stond zo ver van me af. Ik werd er, eh, niet geil van. Ze hebben het in het Engeland van Thatcher laten spelen. Dat is oud nieuws. Terwijl er op dit moment in Engeland van alles aan de hand is waar dit stuk juist over gaat. Dode politici in jarretels, bij voorbeeld.”

Veel enthousiaster praat hij over 'Richard III' bij Toneelgroep Amsterdam, met Pierre Bokma als de moordzuchtige, clowneske Richard. “Een goede voorstelling, een mooie rol. Zoiets had ik ook wel gewild. Ik wil sowieso graag weer samen met Pierre Shakespeare doen. Dat had ik al na onze samenwerking in 'Richard II'. Probleem is alleen dat Shakespeare meestal een figuur centraal stelt. Eigenlijk zijn alleen Othello en Jago gelijkwaardige rollen. Maar misschien, als we goed zoeken . . .”

Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma kennen elkaar al vanaf de toneelschool in Maastricht, maar hadden voor 'Richard II' nog nooit samen op het toneel gestaan. Destijds vond regisseur Adrian Brine het een feest naar die twee te kijken terwijl ze aan het repeteren waren: “Je ziet dat ze in het echte leven vrienden zijn.”

Bokma vertrok op zeker moment naar Amsterdam, Scholten van Aschat naar Den Haag. Met beiden is het sindsdien hard gegaan. Bij de Haagse Comedie viel Scholten van Aschat al snel op, onder meer als een van de vier hijgerig verliefde jongelui in Shakespeares 'Midzomernachtsdroom'. Zijn timing en tekstbehandeling waren net even scherper dan die van zijn medespelers, waardoor het ook net even leuker was te zien hoe hij quasi-nonchalant, en tevergeefs, probeerde de aandacht van dat ene meisje te trekken.

Klapstuk was het moment waarop hij, met een getergde blik van ik-vind-jou-lief-maar-waarom-zie-jij-mij-verdorie-niet-staan, zijn hemd omhoog rukte en zijn buikspieren krachtig op en neer liet golven. Dat aandoenlijke staaltje stoerigheid werd door de zaal met instemming begroet.

Dat was halverwege de jaren tachtig. Daarna heeft hij tal van rollen gespeeld, bijna allemaal voortreffelijk. En toch zijn zijn naam en gezicht pas sinds de - over de gehele linie uitmuntend gespeelde - advocatenserie 'Pleidooi' (inmiddels bezig aan zijn tweede reeks) bij een groter publiek bekend.

Is dat niet een beetje sneu, dat een seizoen op televisie publicitair meer oplevert dan tien jaar prachtig toneel?

Och, hij wenst daar genuanceerd over te denken. “Toneel speel je nu eenmaal voor een kleine groep geinteresseerden. Die mensen hechten belang aan de levende aanwezigheid van spelers, de directe communicatie tussen acteurs en publiek.” Bovendien: hoezo zou een acteur louter aan zijn verschijning op de buis enige pretentie kunnen ontlenen? Ja, als de makers met een produktie kwaliteit nastreven, doet hij er graag aan mee. Anders hoeft het voor hem niet. “Er is al genoeg tinnef.”

Het idee om een serie over een advocatenkantoor te maken komt van schrijver Hugo Heinen. Die schoot hem in de schouwburg aan. Hij kende Heinens werk, en toen hij hoorde dat ook Maria Goos - “net als Heinen iemand met grote kwaliteiten ”- eraan mee zou schrijven, tekende hij er blind op in.

Het is hem niet tegengevallen. “Script, spel, camera-instellingen, montage, aan alles wordt zorg besteed. We hebben een trouw publiek, al is 'Pleidooi' met 850 000 tot 1 miljoen kijkers per aflevering geen topper. 'Vrienden voor het leven' bij voorbeeld, dat op diezelfde avond bij RTL-4 te zien is, haalt 2 miljoen. Maar toch. Bij toneel zou ik voor dat soort bezoekcijfers twintig jaar lang met drie produkties per jaar volle zalen moeten trekken.”

Als hij hoort dat zich onder de trouwe kijkers ook journalisten bevinden, glimlacht hij verlegen: “Een bonusje.”

Het aardige aan het vervolg van 'Pleidooi' is voor hem dat hij daarin zijn personage, Vic, kan uitbouwen, kan oogsten wat hij in eerdere afleveringen heeft neergezet. En zoals de schrijvers Vic steeds meer klem zetten: interessant vindt hij dat. Alleen raakt hij soms een beetje het zicht op de verhaallijn kwijt; dan worden scenes zo door elkaar opgenomen, dat hij bij het zien van een aflevering verbaasd denkt: he, zit ik daar ook in?

Op 1 april beginnen de opnames voor de derde reeks. Voor hem betekent dat: overdag de studio in, 's avonds het toneel op met 'Oom Wanja'. Dat omzetten van die knop valt hem niet echt zwaar.

“Televisie vraagt om instant-acteren. Je moet iets duidelijk maken in 30 seconden. En het liefst in een keer goed, anders kost het extra geld. Het is een intens medium, maar ook manipulatiever dan toneel. Je hebt je spel, hoe het er uiteindelijk op het scherm uitziet, niet in de hand. Dat wordt door de montage bepaald. Maar het principe van een rol overbrengen op de kijker is hetzelfde als bij toneel. In beide gevallen heb je bij het spelen een richtpunt. Bij toneel is dat in de kleine zaal zo'n tien meter, in de grote zaal vijfentwintig. Bij televisie ligt dat punt bij de camera, op een meter afstand.”

Zijn eerste hoofdrol in een tv-film was 'Op afbetaling', naar de roman van Vestdijk, in de regie van Frans Weisz. Hij zei ja vanwege zijn bewondering voor de schrijver en de regisseur - en knalde vervolgens tegen de opvattingen van Weisz op. “Onze ideeen over mijn rol liepen sterk uiteen. Ik was natuurlijk ook erg onzeker. Weisz, Vestdijk, Renee Soutendijk als tegenspeelster - ik had het gevoel dat ik het meteen goed moest doen. Frans begreep niet wat ik probeerde te laten zien. Maar misschien schatte ik mijn uitstraling wel verkeerd in. Frans bekeek rushes, en zei dan: ik zag je dat en dat spelen. Waarop ik dacht: volgens mij speelde ik iets heel anders. Maar we zijn er uit gekomen. In het begin zag ik mijn personage als een cynische, harde man. Het eindresultaat ligt dichter bij het beeld dat Frans voor ogen stond. Misschien heeft mijn onzekerheid me geholpen, de man kwetsbaarder gemaakt.”

Misschien. Wat in ieder geval zichtbaar werd, was dat Scholten van Aschats afwerende blik de suggestie van zorgvuldig in toom gehouden emoties opriep. In close-ups miste dat zijn uitwerking niet. Een fenomenale rol.

Kin op de armen, steunend op zijn tas, peinst hij hardop over critici en recensies. Die zure toon van vroeger, hij heeft de indruk dat die aan het verdwijnen is. Zoals in het verleden vaak tegen de Haagse Comedie te keer werd gegaan -dat loog er niet om. “Zelf heb ik altijd geluk gehad, ik ben nooit weggeschreven. In het begin gebeurde het wel eens dat ze mij helemaal niet noemden. Of ze vonden mij wel aardig, maar niet echt goed. De laatste jaren mag ik daarentegen niet klagen. Maar er komt natuurlijk een tijd dat de critici op mij zijn uitgekeken. Dat ze denken: daar heb je hem weer. Daar bereid ik me bewust op voor.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden