Gijs Honing doet Moermansk-Zaandam op de fiets

De reactie van zijn moeder vond hij de gekste. Zij zei dat ze nu definitief de hoop heeft opgegeven dat haar zoon “ooit nog eens wijs zal worden.” Haar zoon is Gijs Honing, 51 jaar oud en districtsbestuurder van de Industriebond FNV. Tot zover niets vreemds aan de hand. Behalve dat hij morgen op het vliegtuig stapt om maandag in de Russische havenstad Moermansk te beginnen aan een fietstocht van 4836 kilometer naar Zaandam.

ANITA LOWENHARDT

Aanleiding voor deze marathon-fietstocht, waaraan achttien Nederlanders en twintig Russen deelnemen, is het feit dat het 300 jaar geleden is, dat tsaar Peter de Grote Nederland bezocht en bij terugkeer in eigen land, naar Nederlands voorbeeld, een Russische vloot stichtte. Bij de oprichting en bovenal de verdere ontwikkeling daarvan speelden Nederlandse scheepsbouwers en admiraals een grote rol.

Als de 38 deelnemers aan de Peter de Grote-fietsrally op 7 september in Zaandam arriveren beginnen, tegelijkertijd in St. Petersburg en Zaandam, de officiële manifestaties ter gelegenheid van het Peter de Grote-jaar '96-'97.

De Nederlandse deelnemers zamelden de afgelopen tijd per persoon 10 000 gulden sponsorgeld in. Dat geld komt ten goede aan het ziekenhuis van de stad Severomorsk. De laatste etappe van de Peter de Grote-fietsrally, van Den Oever naar Zaandam, staat tegen betaling van 150 gulden open voor andere fietsers. Die financiële bijdrage is ook bedoeld voor het ziekenhuis.

Ruim 4800 kilometer fietsen. Waar begint iemand aan. “Ik doe gewoon graag dingen die bijzonder zijn”, zegt Gijs Honing. “Dat zit kennelijk in mij. Daarbij is het een geweldige compensatie voor het verwoestende werk dat ik doe, ook in geestelijk opzicht. Daar heb ik heel nadrukkelijk een tegenhanger bij nodig en dat is lichamelijke inspanning voor mij.”

Niet fietsen, maar lopen en schaatsen hebben daarbij zijn voorkeur. Hij loopt twee, drie keer per jaar een marathon, waarvan één in het buitenland. New York was daarbij en dit jaar de 100e marathon van Boston.

En in 1986 schaatste hij de Elfstedentocht. “Ja, die heb ik uitgereden. Anders zou ik het niet vertellen. Ik ben één keer ergens uitgestapt, een hardloopwedstrijd over 25 kilometer. Dat is nu negen jaar geleden en daar ben ik nog steeds niet overheen.”

Hij hoorde over de fietsrally op de Rotaryclub waar hij lid van is. “Ook iets bijzonders, niet veel vakbondsmensen zijn lid van zo'n club. En ja, wie mij de handschoen toewerpt moet erop rekenen dat ik 'm oppak. Dan realiseer je je wel dat als je 'm' (van Moermansk) zegt, je ook 'z' (Zaandam) moet zeggen.”

De 10 000 gulden sponsorgeld sprokkelde hij bij elkaar via het sociaal fonds van de diamantindustrie, mensen van z'n eigen FNV-kantoor, van de Rotary en van z'n eigen 'loopteam'. Half april, nadat hij de marathon van Boston had gelopen, begon hij aan z'n fietstraining.

“Ik ben zo iemand die om zes uur 's ochtends op de fiets zit. Dan fiets ik twee uur, van mijn woonplaats Blokker, via Hoorn, Enkhuizen en Medemblik, weer terug. Dat is net 52 kilometer. Zo snel mogelijk, want er moet ook nog worden gewerkt, want daarna stap ik in de auto naar Amsterdam.”

“In de weekeinden fiets ik soms naar m'n moeder in Huizen en terug, dat is 162 kilometer. De échte finale training heb ik met m'n loopclub gedaan: 220 kilometer rond het IJsselmeer. Dat ging zo hard, gemiddeld 32 kilometer per uur, dat het vóór Lelystad zwart voor m'n ogen zag. Toen ben ik even afgestapt.”

Zijn vrouw en twee dochters van 20 en 21 vinden het wel 'een verdwazing', maar ook wel weer leuk, vertelt Honing. Hij denkt dat hij fietsen leuk is gaan vinden - op de racefiets waarmee hij de rally rijdt, fietst hij al tien jaar - toen hij als jongetje dagelijks drie exemplaren van het Vrije Volk, waar zijn vader bezorger van was, in de uithoeken van z'n woonplaats Huizen rond moest brengen.

“Dat was een uur fietsen voor drie kranten en ik verdiende daar geen spijker mee bij die ouwe van me.” Zijn vader was 'bestekzoeker' (uitzoeken van de juiste materialen voor woningbouw) bij een houthandel en verdiende bij met het rondbrengen van het Vrije Volk en de VARA-gids. In het overwegend gereformeerde Huizen was het gezin Honing mede daardoor een buitenbeentje.

Gijs wilde 'naar zee' en dacht dat de LTS daarvoor een goede voorbereiding was. “Ik ging daar naar toe, tegen alle adviezen in, omdat men vond dat ik veel meer theoretische capaciteiten had en dus beter naar de HBS kon. Achteraf heb ik er echter geen spijt van - al heb ik m'n theoretische kennis met veel avondstudie bij moeten spijkeren - want ik heb twee linker handen en door de LTS heb ik in elk geval enig technisch begrip gekregen.” Ook handig voor eventuele reparaties van de racefiets onderweg.

Voor de zeevaartschool bleek de LTS toch niet de juiste opleiding. Gijs begon op z'n 15e te werken, onder meer bij de technische dienst van een vloerbedekkingsbedrijf en 'rolde' langzamerhand het vakbondswerk in. “Daarbij speelde twee dingen een rol. De opvatting dat ik nooit langer dan tien jaar bij één baas wilde werken en het feit dat in de jaren zestig technische diensten van bedrijven vaak het object van reorganisatie waren.”

“In het kader van het jongerenwerk van de vakbond kreeg ik contact met Henk Vos, toen jongerensecretaris bij het NVV (later PvdA-Tweede Kamerlid). Die vertelde me dat ze bestuursleden zochten voor de in die tijd op te richten Industriebond NVV en dat ik de voorzitter maar moest bellen. Dat deed ik, maar ik was zo zenuwachtig dat ik zei dat ik (in plaats van bestuurslid) voorzitter wilde worden. Die man moest daar ontzettend om lachen en zei 'Dat kan niet, want dat ben ik'. Ik ben toen wel in de procedure terecht gekomen, maar het was nog even moeilijk omdat ik niet getrouwd was. Dan dachten ze zeker dat je niet van de meiden op kantoor kon afblijven.”

“Ik ben in 1971 in dienst van de vakbond gekomen. Daarmee heb ik m'n eerste doelstelling: niet langer dan tien jaar bij één baas, niet gehaald, want op 1 oktober ben ik 25 jaar vakbondsbestuurder. Ach, als ik de fietstocht overleef, kom ik die 25 jaar dienstverband ook wel door.”

De achttien Nederlandse deelnemers aan de Peter de Grote fietsrally vormen volgens Honing een bont gezelschap met onder meer mensen uit het onderwijs en gepensioneerde directeuren. Gezien hebben ze elkaar één keer tijdens een gezamenlijke fietstocht. Bij de twintig Russen zitten in elk geval wat marinemensen die Engels spreken. “Wij hebben wat Russische woorden moeten leren, maar daar ben ik nog niet aan toe gekomen.”

De Nederlanders - behalve de fietsers ook vijf begeleiders - vertrekken morgen vanaf de vliegbasis Eindhoven met een Hercules C-130. “Mijn vrouw zei: 'Die heeft in elk geval een zwarte doos aan boord'. Ach, die is alleen belangrijk als het niet meer belangrijk is”, zegt Honing onderkoeld. Het toestel vervoert ook hulpgoederen en speelgoed voor de kinderafdeling van het ziekenhuis van Severomorsk.

Alle deelnemers mogen één koffer en één sporttas meenemen die in een begeleidende auto gaan. De fourage wordt in Rusland verzorgd door de Russische marine, vanaf de Poolse grens wordt dat gedaan door het organisatiecomité van de rally. Slapen gebeurt onderweg in logementen als jeugdherbergen en “de eerste 800 kilometer, door de toendra waar geen verharde wegen schijnen te zijn, maar we fietsen op een soort aangestampte zandgronden, slapen we af en toe in tenten”, zegt Gijs Honing.

Hij ziet er niet tegenop. “Het enige waar ik niet op heb getraind, is wodka drinken. Ik zal echt proberen van de alcohol af te blijven, hooguit een biertje als het warm is.” Wat hij als eerste gaat doen als hij na zes weken van de fiets gestapt is: “de post doornemen en aan het werk. Zes weken vrij, da's lang genoeg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden