Gij zult geen suiker verlangen

Via één New Yorkse familie neemt sterauteur Jonathan Lethem idealisten in alle soorten en maten op de hak, van communisten tot would-be Bob Dylans

Communisten, beatniks, hippies, protestzangers en burgerrechtenactivisten: zowat alle Amerikaanse tegenbewegingen uit de twintigste eeuw worden vakkundig, hoewel niet zonder mededogen gefileerd in Jonathan Lethems meeslepende stadsroman 'De dissidenten'.

De schrijver behoort tot de top van de Amerikaanse letteren. Na een debuutfase met een reeks sciencefictionboeken, trok hij de aandacht met typisch New Yorkse romans. 'Motherless Brooklyn' en 'The Fortress of Solitude' speelden zich af in Brooklyn, 'Chronic City' in Manhattan. Voor zijn jongste roman zoekt Lethem zijn heil in het overwegend volkse Queens.

Centraal in 'De dissidenten' staat Rose Zimmer, een Joodse immigrante van de tweede generatie uit Brooklyn. Zoals zovelen heeft Rose in de jaren twintig het jodendom de rug toegekeerd om communist te worden. Samen met haar echtgenoot Albert, een voor de nazi's gevluchte Duitser uit de hoge bourgeoisie van Lübeck, vestigt ze zich in een nieuwe sociale woonwijk in Queens. "Ze hadden zich inmiddels gesetteld, buiten Manhattan, maar niet buiten het centrum van de gelukkigste controverse ter wereld: nee. Ze hadden zich gevestigd in het officiële Socialistische Utopische dorp in de buitenwijken, Sunnyside Gardens."

Op die plaats, die de schrijver 'een zwaar theoretische menselijke woonomgeving' noemt, zal Rose blijven wonen, ook nadat Albert door de partij naar Oost-Duitsland is gestuurd om nooit meer terug te keren. Het is in Sunnyside Gardens dat Rose zich ontpopt tot de alomtegenwoordige 'rode politieagent', die haar ideologische woordenregen laat neerdalen op elke buurtbewoner die een 'misstap' begaat. Het is daar dat Rose als alleenstaande moeder haar dochter Miriam grootbrengt.

Rose heeft de oorlogsjaren meegemaakt, toen in de New Yorkse eethuizen geen hamburgers maar hardgekookte eieren werden geserveerd. Op haar werk bij Radish & Pickle heeft ze er uitsluitend naar gestreefd de invloed van de vakbond te vergroten en de nationalisatie van de industrie voor te bereiden. Immens is dan ook de ontgoocheling als Chroesjtsjov in 1956 in een geheime rede de misdaden van Stalin erkent. Het zet het communistische bolwerk Sunnyside Gardens helemaal op zijn kop: "Onenigheid, geweeklaag en wanhoop, afzweren van gezworen leden. Wanhopig geruzie over het verleden, over het noodlot en over de mensen zelf. Het Amerikaanse communisme, dat was geboren in de voorkamer, kwam om het leven in de keuken."

Dochter Miriam, die door Rose "getraind is in teleurstellingen, bittere matiging en het tweedegeneratie-cynisme tegenover ingestorte droombeelden over de toekomst", ontpopt zich tot een hippie. Samen met de Ierse protestzanger Tommy Gogan gaat ze in een commune leven. Lethem is spijkerhard in zijn beschrijving van de communeleden als mensen die "het buskruit niet hebben uitgevonden" en "geen diepe gedachten koesteren achter hun uitbundige, glanzend geborstelde waterval van haar". Deelnemen aan protestmarsen en optochten lijkt Miriams voornaamste bezigheid. Uiteindelijk trekken Miriam en Tommy naar Nicaragua om er tegen de contra's te gaan vechten. Ze eindigen in een massagraf. Hun achtjarige zoontje Sergius blijft achter en groeit op in een quakerinternaat.

Lethem formuleert uitstekend, vaak met een ferme dosis ironie, nog vaker regelrecht cynisch. Zijn tragikomische beschrijvingen doen vaak denken aan Philip Roth, al moet gezegd dat Lethem niet altijd de kunst van de matiging verstaat. Hij heeft de neiging zoveel rake formuleringen op elkaar te stapelen dat je als lezer soms naar adem moet happen. Verder is de roman uitstekend gedocumenteerd, wat de schrijver toelaat sterke staaltjes mentaliteitsgeschiedenis ten beste te geven. Het antimaterialisme van Sergius' ouders klinkt bijvoorbeeld zo: "Gij zult geen plastic troep begeren. Gij zult geen suiker bij de cornflakes verlangen. Uwe blokken zullen van hout zijn. Oude spullen waren beter dan nieuwe, minder was beter dan meer, groepsbezit was superieur aan een privéverzameling."

Onbeschrijfelijk is dan ook Sergius' blijdschap als hij op een dag van 'de Kerstman' een cadeautje krijgt: "Iets nieuws, dat het persoonlijke eigendom van Sergius was." Het boek over de stier die niet wilde vechten, blijft levenslang zijn talisman. Later, als zijn ouders al zijn overleden en het kind achterblijft in de quakerschool, lezen we: "Sergius werd bekeerd. Waarvan wist hij niet. Bekeerd van zijn onschuld misschien. Maar ook van te veel ongewenste ervaring. Hij werd bekeerd van het passief bestuderen van de chaos, van zijn gezin en de commune en de stad eromheen." Veel ontluisterender kan het niet worden.

Of toch. Lethem laat ook de idealen van Rose op niet eerder vertoonde manier verdampen. Aan het einde van haar leven is ze een oud vrouwtje dat begrafenissen van onbekenden afstruint om toch maar eens buiten te komen. Ook heeft ze het comfort van televisiekijken ontdekt. In een meesterlijke scène laat Lethem haar aanschuiven in het café waar televisieheld Archie Bunker dag in dag uit zijn racistische moppen tapt, om haar 'voor het voltallige café' te laten bekennen dat zij 'een rooie' is. Pas later besef je dat deze passage zich louter in het hoofd van de verwarde Rose heeft afgespeeld.

Er zwerven nog meer ontgoochelde personages rond in dit ingewikkelde boek. Een van hen is het neefje van Rose, Lenny - Lenin - Argusch, wiens ouders na het debacle van 1956 zonder hem naar Israël zijn uitgeweken. Net als Rose is Lenny een overtuigde communist, die zijn geld verdient met numismatiek, tot hij op een dag iemand bedriegt met een valse munt en die daad met de dood bekoopt. En dan is er nog Cicero, de zoon van de zwarte politieagent met wie Rose een tijdlang een verhouding heeft: hij is dik en homo. Slechts onder leiding van Rose heeft hij het tot universiteitsprofessor geschopt, al blijft hij levenslang bang voor zijn studenten en boos op Rose, die hem dingen over zijn ouders heeft verteld die hij liever niet had willen weten.

De protestzangers van de jaren zestig moeten het ook zwaar ontgelden. Zo is Tommy Gogan, Miriams vriend, in wezen een doodgewone Ier die samen met zijn twee broers in Amerika aan de kost komt met een uiterst stereotiepe act over drie Ierse drinkebroers.

Hij wordt pas protestzanger onder invloed van zijn manager: "Er is nu vraag naar geëngageerde themasongs." Maar nooit wordt Tommy de Bob Dylan die iedereen van zijn generatie lijkt te willen zijn, hoe vaak hij ook wordt opgesloten in het Chelsea-hotel. "Het Chelsea was zogenaamd een soort creatieve broeikas, maar het voelde eerder als een verlaten station, een plek waar onvermogende charlatans waren aangespoeld (...)"

Schaamteloos ontmantelt Lethem zo elk tijdsgebonden ideaal als een dwaling, of het nu gaat om de protestsong, de commune of het communisme. Gelukkig sijpelt door die snoeiharde ontluistering ook mededogen met de personages, alsof de schrijver wil zeggen dat het ook maar arme stumpers zijn, "heen en weer geschud in de muil van de geschiedenis, als een muis in die van een kat".

Jonathan Lethem: De dissidenten. (Dissident Gardens). Vertaald door Ton Heuvelmans. Meulenhoff, Amsterdam; 430 blz. euro 22,50

'Het Chelsea-hotel was zogenaamd een soort creatieve broeikas, maar het voelde eerder als een verlaten station'.

De protestzanger en de andere leden van de commune hadden het buskruit niet uitgevonden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden