Gif uit de sloot

Tot voor enkele jaren telde de Hoeksche Waard 21 meetpunten voor de controle op bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. Nu zijn het er nog zes. Kwaliteitsbewaking nieuwe stijl.

Het waren geen geringe overschrijdingen, daar in die sloot langs de Kreupeleweg, net buiten Klaaswaal in de Hoeksche Waard. Waterschap Hollandse Delta registreerde er sinds 2005 overschrijdingen van het bestrijdingsmiddel imidacloprid. In 2005 was de concentratie van dit insecticide - een van de neonicotinoïden - 44 keer hoger dan toegestaan, en in 2010 nog altijd 23 keer.

Imidacloprid bestrijdt volgens recente onderzoeken niet alleen plaagdieren in landbouwgewassen, maar doodt ook veel andere insecten (bijen, hommels, libellen, zweefvliegen). Die sterfte leidt volgens wetenschappers tot een grote teruggang in het aantal weidevogels die van insecten leven. "De laatste jaren is het doodstil hier in polder", zegt een vogelaar.

Op andere plaatsen in het agrarische gebied was de vervuiling door het gif nog ernstiger: bij Puttershoek werd in 2007 bij een meetpunt van het waterschap een overschrijding gemeten die 269 keer hoger lag dan toegestaan. En bij Numansdorp werd in 2006 op een meetpunt een concentratie gevonden die 420 keer groter was dan het maximale risico-niveau. De meetpunten bij Klaaswaal, Puttershoek en Numansdorp bestaan niet meer. Opgeheven.

Van de 21 meetpunten voor bestrijdingsmiddelen die de Hoeksche Waard in 2011 nog had, zijn er in 2016 nog zes over. Toch zegt het waterschap Hollandse Delta dat ook met minder meetpunten de waterkwaliteit doelmatig in de gaten kan worden gehouden.

Sinds 2014 is als uitvloeisel van de derde Nota duurzame gewasbescherming een landelijk meetnet voor bestrijdingsmiddelen opgezet. Op 96 vaste locaties in de beheersgebieden van de 22 waterschappen worden nu de concentraties van bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater gemeten.

Voor de Hoeksche Waard betekende dit de opheffing van vijftien meetpunten. In het hele gebied van Hollandse Delta is het aantal meetpunten voor bestrijdingsmiddelen inmiddels fors verminderd: van 85 in 2012 tot 25 nu. "Door mee te doen in het landelijke meetnet kan het waterschap meer invloed uitoefenen dan met een eigen, kostbaar meetnet", stelt woordvoerder Meindert Kappe.

De opsporing van bestrijdingsmiddelen in sloten, rivieren, vaarten en meren is duur. Naast imidacloprid controleert het waterschap op nog 126 andere stoffen. Het beheersgebied is bovendien rijk aan water, het bestrijkt Voorne-Putten, Rozenburg, Goeree-Overflakkee tot IJsselmonde, de Hoeksche Waard en het Eiland van Dordrecht. In het hele gebied wordt op 457 plaatsen de waterkwaliteit met een standaardpakket aan parameters gemonitord. Nu er een landelijk net is voor de kostbare metingen van bestrijdingsmiddelen, kan het onderzoeksgeld voor die stoffen doelmatiger worden ingezet, zegt Hollandse Delta.

Toxicoloog Henk Tennekes vindt de teruggang van het aantal meetpunten voor bestrijdingsmiddelen in de Hoeksche Waard zorgwekkend. "Door het aantal meetpunten te reduceren, raakt het waterschap de greep op de situatie kwijt."

Tennekes doet al jaren onderzoek naar de effecten van bestrijdingsmiddelen op dieren. Hij publiceerde al in 2009 over de risico's van neonicotinoïden voor insecten en weidevogels.

De toxicoloog zocht onlangs uit hoe in de Hoeksche Waard door de jaren heen imidacloprid op forse schaal het oppervlaktewater verontreinigde. "De akkervogels zijn in de laatste vijf jaar met 90 procent achteruitgegaan. In het Oude Land van Strijen, ooit een vogelparadijs, vliegt bijna geen vogel meer. Zo gaat een prachtig Nationaal Landschap naar de bliksem."

Het waterschap zegt de zorgen van Tennekes te delen, maar wijst erop dat imidacloprid door toezichthouder Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) is toegelaten als gewasbeschermingsmiddel. Daar ligt dan ook de eerste verantwoordelijkheid, vindt het waterschap.

"Een van onze taken is de bescherming en, waar mogelijk, verbetering van de waterkwaliteit. Het Ctgb is verantwoordelijk voor de toelating. Als waterschap hebben we beperkte mogelijkheden om emissies naar het oppervlaktewater te voorkomen. Daarbij hebben wij geen invloed op de toelating en normstelling van deze middelen."

Tennekes heeft, op zijn beurt, wel begrip voor de positie van het waterschap, al spreekt hij tegen dat waterschappen geen invloed hebben op normstelling. "Bovendien, als je minder gaat meten, weet je zeker dat je invloed niet groter wordt. Maar inderdaad, de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor dit drama ligt bij de toelatingsautoriteit die sinds 2004, toen de problematiek ontstond, niet heeft ingegrepen."

Volgens het Ctgb zullen er maatregelen volgen als op korte termijn de situatie niet verbetert. Het waterschap Hollandse Delta gaat dit jaar onderzoek doen naar de bronnen van normoverschrijdende stoffen in het water, zoals imidacloprid. Met de uitkomsten wil het waterschap nagaan welke maatregelen kunnen worden genomen en veroorzakers en overheden informeren.

Lokatie van het voormalige meetpunt naar de waterkwaliteit ten oosten van Klaaswaal.

Vogelaar: Ik kom er niet meer

Vogelkennner Dick van Houwelingen uit Strijen mijdt sinds kort de polders van de Hoeksche Waard. "Het is er doodstil geworden. Vijf, zes jaar geleden zag je nog tientallen nesten van kieviten en scholeksters op het akkerland. En nu? Geen kieviten, geen graspiepers, geen veldleeuweriken, geen kwikstaarten. Ik kom er niet meer."

Van Houwelingen is coördinator weidevogelgroep van de vereniging Hoekschewaards Landschap, een vrijwilligersorganisatie met 1800 leden die zich inzet voor de natuur. Binnen de vereniging is er al langer zorg over de teruggang van de weidevogels. "Wij snappen eigenlijk niet goed waarom de vogelstand op het akkerland zo enorm hard is achteruitgegaan, harder nog dan in de graslandgebieden van de Hoeksche Waard." Inmiddels groeit het besef dat dit te maken kan hebben met de neonicotinoïden, bestrijdingsmiddelen die in de polders op grote schaal worden ingezet.

Vooral de kievit verdwijnt. "Je ziet bijna geen nesten meer. Maar wat opvalt: bij de biologische boeren kom je ze nog wel tegen. Soms tien nesten op één akkerland. Dat is toch opmerkelijk. Bij de gangbaar telende boeren verdwijnen ze, bij de biologische boeren blijven ze."

Milieuclubs willen per direct verbod

Dertien natuur- en milieuorganisaties vragen de Tweede Kamer per direct een verbod op het insecticide imidacloprid van fabrikant Bayer. Staatssecretaris Martijn van Dam (economische zaken) neigt naar dat verbod: in een brief aan de Tweede Kamer geeft hij de sector nog enkele maanden. Als de overschrijdingen van dit bestrijdingsmiddel in oppervlaktewater niet voor maart zijn weggewerkt, wordt het gebruik van imidacloprid in de glastuinbouw drastisch ingeperkt. In het uiterste geval wordt het middel verboden, aldus Van Dam. "Ik vind deze normoverschrijdingen onacceptabel. Het risico voor het milieu is zo groot dat ik verdere maatregelen nodig acht."

Imidacloprid, dat op grote schaal wordt gebruikt, behoort tot de neonicotinoïden. Vast staat dat deze middelen niet alleen plaagdieren (bladluizen, witte vlieg) op landbouwgewassen doden, maar ook (wilde) bijen, vlinders, libellen, kevers en insectenetende akker- en weidevogels.

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met de staatssecretarissen Dijksma (milieu) en Van Dam over bestrijdingsmiddelen in de glastuinbouw. Dijksma zei vorig jaar al dat zij aan een verbod op neonicotinoïden denkt. Zij reageerde op de publicatie van een onderzoek van Europese topwetenschappers over de schadelijkheid van imidacloprid.

Sinds 2010 zijn er maatregelen genomen om te voorkomen dat imidacloprid in het oppervlaktewater terechtkomt, omdat ook waterorganismen schade lijden. Per 2014 moeten telers in de glastuinbouw hun afvalwater reinigen, voordat het kan worden geloosd. Niettemin worden op tal van plaatsen soms grote normoverschrijdingen gevonden, vooral in gebieden met veel kasteelt, bloembollenkweek en de teelt van bomen.

De zuiveringsmaatregelen hebben tot dusver weinig baat gehad, blijkt ook uit een rapport van het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML) van de Universiteit Leiden. Het CML bekeek in vijf regio's in Noord- en Zuid-Holland de effecten van maatregelen. De analyse wijst uit dat de concentraties imidacloprid in oppervlaktewater amper zijn gedaald, vooral niet in de regio's met kasteelt. In de bloembollen- en bomenteelt is de milieulast van imidacloprid wel in geringe mate afgenomen, aldus het CML-rapport, dat Van Dam vannacht aan de Tweede Kamer stuurde.

Bayer en Greenpeace, die eigen onderzoek deden naar meetgegevens van waterschappen, kwamen tot soortgelijke conclusies. Bayer maakt zich grote zorgen over het uitblijven van effecten op het oppervlaktewater. Uit de Kamerbrief blijkt dat die zorg terecht is.

Sinds juli vorig jaar mag imidacloprid alleen nog worden verkocht aan telers die een deugdelijke zuivering hebben geïnstalleerd. Desondanks is de analyse van CML helder: het schiet niet erg op.

Maar toezichthouder Ctgb vindt de rapportage uit Leiden niet overtuigend. In een advies aan Van Dam schreef het college dat het te vroeg is voor drastisch ingrijpen. Volgens het Ctgb ijlt het effect van de extra maatregel (het gecontroleerd verstrekken van imidacloprid) en het feit dat telers inmiddels op grotere schaal zuiveringsstappen hebben ingevoerd, nog na. Pas als blijkt dat al die maatregelen onvoldoende effect hebben, wil het Ctgb nadenken over maatregelen.

Milieuorganisaties, waaronder Greenpeace, Natuur en Milieu, Vogelbescherming, Bijenstichting, Vlinderstichting en imkers vragen de Tweede Kamer het Ctgb te dwingen tot een noodprocedure om het middel te verbieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden