Gietijzer, dat was het ware; maar toen kende ik de lichte Italiaanse wonderpan nog niet.

Ik ben altijd van het gietijzer geweest. Een plaatstalen pan, een anti-aanbakpan, ze komen er bij mij niet in. De eerste bakt altijd aan, de tweede dan wel niet, maar daarvan beschadigt de bodem weer gemakkelijk en na een jaartje gebruik bakt ’ie wél aan: te lang verhit, te hoog verhit, weet ik het.

Nee, gietijzer moet het zijn. Gietijzer, vertellen metallurgen, heeft een oppervlak met verticale kanaaltjes. Die kanaaltjes lopen vol olie bij de eerste bakbeurt, en staan dat vet bij iedere verhitting weer af. Daardoor plakken eieren, pannenkoeken en omeletten niet aan de pan. Wassen met zeep is funest voor die vette poriën, uitdoen met wat papier, meer mag niet. Kijk, dat is een pan naar mijn hart.

Maar ja, de jaren gaan tellen. Ik zwiep niet meer met hetzelfde gemak een tien kilo zware pan op het fornuis, dat is slecht voor mijn polsen. Dus wanneer er op de Horecava, die grootbeurs voor de horeca, een dame splinternieuwe koekenpannen verkoopt, ben ik meteen geïnteresseerd. Gietaluminium, legt ze uit, van het Italiaanse merk Ballarini, type Millennium. Licht, gewoon af te wassen en gegarandeerd zonder aanbak. Voor mijn ogen laat de mevrouw een eitje verbranden. Ik zie toe hoe ze, met een sponsje, in één keer de bodem weer schoonveegt. Zes jaar garantie krijg ik, negenenveertig euro kost hij slechts, en vanwege de beurs doet de mevrouw er een deksel bij. Gratis. Op de terugweg blijkt zo’n pan in mijn tas te zitten en is er bijna vijftig euro van mijn rekening afgeboekt. Dat is nog eens een impulsaankoop.

En ja, dan moet zo’n ding zijn geld terugverdienen. Zou het afbakbroodjes aankunnen? Eerst maar eens kijken hoe zij eruitziet.

Nou, dat is verrassend. De pan zit in een rood stoffen jasje, waarin zij bewaard dient te worden om stoten en krassen te voorkomen. Ach, die Italianen. Altijd in voor een grap.

Opengesneden en belegd met kaas, uitjes, sambal en crème fraîche gaan de voorgebakken broodjes in de pan. Het kleinste gaspitje eronder, deksel erop en afwachten maar. Officieel moeten ze zes minuten in de oven, in deze pan keer ik ze na zes minuten en geef de bovenkant nog vier minuten. En wonderbaarlijk: de broodjes komen er heerlijk knapperig uit, de kaas tot een smakelijk laagje gesmolten. Dat had ik met mijn gietijzeren geval, zonder deksel, niet voor elkaar gekregen. Zou dit nieuwe wondertje misschien ook brood kunnen bakken?

Dat is een uitdaging. Een beetje deeg is zo gemaakt, het rijzen duurt het langst. Dan gaat de pan weer op het laagste pitje, deeg erin, deksel erop, en afwachten maar. Twintig minuten aan de ene kant en dan nog twintig minuten aan de andere – en nog even langer voor de zekerheid. Onder het glazen deksel kleurt de korst mooi lichtbruin, en heerlijke geuren ontstijgen de pan. Smaken doet het ook nog, al is de korst iets taaier dan van gewoon brood.

Mevrouw Thijssen wil niet geloven dat het uit de pan komt, en dat wordt er niet beter op wanneer ik mijn verhaal probeer te onderbouwen door een eitje aan te laten bakken, net als de mevrouw op de Horecava. Het lukt niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden