Gids voor goeroe- zoekers

Machtsmisbruik, bedrog, seks en geweld hebben de goeroe in het Westen van zijn verlichte voetstuk gestoten. Terecht, zegt André van der Braak, zelf ’slachtoffer’. Maar er bestaan ook ’gezonde’ goeroes. „Een goede leraar ontsteekt in zijn leerlingen het vuur van eros, en moedigt scepsis aan.”

Elf jaar lang was André van der Braak (1963) een trouwe volgeling van de Amerikaanse goeroe Andrew Cohen. Maar de beloofde verlichting bleef uit en de goeroe ontpopte zich als een narcistisch en machtswellustig mannetje. Van der Braak keerde de beweging in 1998 ontgoocheld de rug toe, en schreef in ’Enlightenment Blues’ (2003) zijn bittere ervaringen met Cohen van zich af. Hij zocht zijn heil weer bij de westerse filosofie en schreef een proefschrift over Nietzsche: ’Hoe men wordt wat men is’.

Nu is er opnieuw een boek van Van der Braak over goeroes verschenen. Was hij er toch nog niet klaar mee? „Enlightenment Blues”, vertelt hij, „was een vorm van therapie voor me, puur autobiografisch. ’Goeroes en charisma’ is veel afstandelijker, meer een wegwijzer voor mensen die een relatie met een leraar hebben of overwegen.”

Terugkijkend op de jaren bij Cohen, vindt Van der Braak het zelf ook onbegrijpelijk dat hij het daar zo lang heeft uitgehouden. Hij liet zich vernederen, uitschelden, zelfs zijn hoofd kaalscheren. „Verschrikkelijk ongezond”, zegt hij nu, „zo’n leraar-leerlingrelatie moet je nooit aangaan.”

En toch, alle desillusies ten spijt, ziet hij die elf jaren van grenzenloze overgave niet als verloren tijd. „Ik was een vroom katholiek jongetje. Voor school ging ik altijd even naar de kerk, kaarsjes aansteken in het donker. Dan ervoer ik de mysterieuze kant van het leven; intiem en gelukkig voelde ik me daarbij. Op m’n 16de deed ik aan transcendente meditatie en op m’n 17de hing ik aan Krishnamurti’s lippen.”

Altijd was Van der Braak bezig met religie en spiritualiteit. „Maar op mijn 24ste – ik was als werkloos filosoof en psycholoog omgeschoold tot automatiseerder en had een geregeld leventje – ging dat vlammetje flakkeren. Ik was teleurgesteld geraakt in de boeddhistische meditatie. In die periode leerde ik Andrew Cohen kennen. Met zijn charisma en inspiratie wist hij dat bijna uitgedoofde vlammetje weer als een vuur te doen oplaaien. Hij heeft bij mij de moed aangeboord mijn eigen hartsverlangen honderd procent serieus te nemen. Dankzij Cohen ontdekte ik dat de geestelijke weg voor mij belangrijker is dan carrière en status.”

Dat is het nut van een geestelijke leermeester, zegt Van der Braak, dat hij het vuur van ’eros’ in de mens weet te ontsteken. „Niet eros in de betekenis van seksueel verlangen, maar eros zoals Socrates haar opvat: als daimon, boodschapper tussen goden en mensen. Socrates heromschrijft eros als het verlangen naar wat onszelf overstijgt. Filosofie is volgens Socrates inwijding in eros, in het verlangen naar het goede leven.”

„Wat het goede leven is? Als norm bestaat dat niet, het goede leven is voor iedereen verschillend. Maar wel is er in ieder van ons een verlangen om authentiek en compromisloos te leven, zonder onszelf in te leveren. Gezonde spirituele leraren steunen je daarin, helpen je om jouw eigen weg te ontdekken, jouw essentie. Ongezonde goeroes doen dat niet. Zij wéten de weg en zullen jou de weg naar het heil wel wijzen. Zo worden ze rattenvangers van Hamelen.”

Gezonde leraren, zegt Van der Braak, bieden geen ideaal aan, verlichting bijvoorbeeld, zoals Cohen. „Zij zijn enthousiast en vertrouwend, maar zonder houvast, zonder grond, en halen juist iedere hang naar idealen onderuit. Wat zij aanbieden, is dat ze jou terugwerpen op jezelf, op een niet-weten. Daarmee bewerkstelligen ze dat je je eigen hartsverlangen, je eigen eros serieus neemt.”

Socrates, die hij de meest charismatische figuur in de Oudheid noemt, is zo’n gezonde goeroe, meent Van der Braak. De grote filosoof ontsteekt de eros, het vuur van het verlangen naar wijsheid, in zijn leerlingen, en staat tegelijk met lege handen. Vaak begint zijn gesprekspartner vol zelfvertrouwen aan de discussie. De generaal vindt dat hij wel weet wat moed inhoudt, de politicus meent te weten wat rechtvaardig bestuur is. Maar naarmate Socrates doorvraagt, blijkt dat ze eigenlijk niet weten hoe ze hun uitspraken moeten onderbouwen. De dialoog mondt uit in een aporie, een onvermogen om de filosofische kwestie tot een oplossing te brengen: de gesprekspartner is nergens meer zeker van en Socrates zegt dat hij het zelf ook niet weet.

„Socrates tempert de eros van zijn leerlingen door scepsis, door twijfel aan de mogelijkheid van kennis. Bij ongezonde goeroes ontbreekt scepsis juist volledig”, weet Van der Braak uit eigen ervaring. „Kritische vragen stelde Cohen niet op prijs. Dan was je onvoldoende toegewijd aan de goede zaak, en zat je ego je in de weg. Ik geloofde dat, ja, en was ervan overtuigd dat ik de verlichting alleen kon bereiken door het gevecht met mijn ego aan te gaan.”

Eros zonder scepsis mag dan niet tot wijsheid leiden, scepsis zonder eros is ook de dood in de pot, zo lijkt het. „In ’Also sprach Zarathustra’ geeft Nietzsche een beschrijving van de mens zonder eros, ’de laatste mens’ zoals hij die noemt. Hij schetste daarmee honderd jaar geleden al het beeld van de hedendaagse consument – de mens die zijn eigen hartsverlangen niet serieus neemt en met zijn pantoffels bij de centrale verwarming naar SBS6 kijkt.”

Scepsis is onmisbaar, maar Van der Braak zou mensen graag behoeden voor een teveel eraan. „We leven in het tijdperk van, zoals George Steiner het noemde, de oneerbiedigheid. Iedere autoriteit wordt van zijn voetstuk getrokken. Er heerst een nivelleringsdrang waardoor mensen er niet voor open staan geïnspireerd te worden. Maar het kan juist heel positief zijn, vind ik, om je te laten inspireren, iemand als voorbeeld te zien, waardoor er iets in jezelf tot leven komt. Zolang je je kritische blik maar behoudt.”

Het is hem opgevallen dat veel westerse intellectuelen, die vanaf de jaren zestig korte metten maakten met alle mogelijke autoriteiten, wél aan de voeten liggen van oosterse goeroes en die idealiseren. „Met het verlangen naar een inspirerend voorbeeld kun je maar beter bewust omgaan”, waarschuwt hij hen, „anders val je wellicht in de handen van een ongezonde charismatische goeroe.”

Een goede leraar weet niet alleen eros aan te lengen met de juiste dosering scepsis, hij hoedt zich er ook voor zijn leerlingen aan zich te binden, zegt Van der Braak. „Nietzsche’s Zarathoestra stuurt zijn leerlingen weg en spoort ze aan om zelf hun wijsheid te vinden. ’Men betaalt een leraar slecht terug’, meent hij, ’als men altijd slechts leerling blijft. Jullie vereren mij; wat echter als jullie verering op een dag zal omvallen? Pas op dat een beeldzuil jullie niet verpletteren zal!’ Hij gebiedt zijn leerlingen hem te verliezen en zichzelf te vinden. ’En eerst wanneer jullie mij allen hebben verloochend, wil ik naar jullie terugkeren’. Evenmin als Socrates laat Zarathoestra toe dat zijn leerlingen hem idealiseren en slaafs navolgen.”

En dat is nu juist wat een ongezonde goeroe wél wil, zegt de ex-volgeling van Cohen. „Hij voelt zich verheven boven jou, is narcistisch en neemt, vanuit een behoefte bewonderd en erkend te worden, idealisering dankbaar in ontvangst. Zijn wegen kun je niet ondervragen, want die zijn ondoorgrondelijk. Denk je het beter te weten dan hij, dan ben je arrogant, en als je hem verlaat, ben je verdoemd en zit je voor altijd aan je ego vast.”

In verlichting als eindresultaat van de strijd met het ego gelooft van der Braak niet meer. „Het gaat niet om een project van zelfverbetering. Ego is niet een kwaad dat bestreden moet worden. Ik zie ego meer als een weefsel van onszelf in relatie met alles en iedereen in onze omgeving. Dat weefsel kan groeien, sterker worden en steeds meer van de wereld omvatten. Verlichting is dan geen egoloze staat maar een grote openheid naar de wereld toe. In Zen spreekt men wel van de intimiteit met de tienduizend dingen. De hele wereld wordt dan je geliefde. Dat is wanneer eros gaat stromen.”

Een goede geestelijke leraar blijft de moeite waard om naar op zoek te gaan, vindt Van der Braak. Zelf heeft hij in zenmeesters Nico Tydeman en Ton Lathouwers voorbeelden van gezonde goeroes gevonden. „Bij gezonde leraren wordt de beweging, net als in de Oudheid bij Socrates, ook niet massaal. Lathouwers bijvoorbeeld wil bewust geen eigen organisatie en geen eigen zencentrum. Ter voorkoming van hiërarchische toestanden, gekonkel en machtsmisbruik heeft hij gekozen voor een bestaan als rondreizend zenleraar.”

„Wat ik als nu als zenleerling concreet doe? Zitten. Vroeger zat ik ook, maar wilde ik met mijn zitten iets bereiken, noem het de verlichting. Nu zit ik in een staat van openheid. Als ik zit, voel ik me het meest mezelf. Levend.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden