Gezond en soms zelfs lucratief

Tilburg begint een project voor stadslandbouw dat geld oplevert, werk en hogere huizenprijzen. Rotterdam heeft al een Voedselbanktuin. tekst

Stadslandbouw, lang gezien als een leuke hobby voor de liefhebber, groeit uit tot een serieus middel om stedelijke ruimten duurzaam te ontwikkelen. Dat is mede in gang gezet door de economische crisis. De ooit voor huizenbouw aangekochte grond blijft braak liggen, omdat de vraag naar huizen stokt. Gemeenten, op zoek naar een alternatief, komen dan al gauw weer uit op een agrarische bestemming.

Het lijkt een stap terug in de tijd, maar als je verder kijkt dan alleen het snelle geld, heeft landbouw nieuwe potentie. Agrarische activiteiten in en om de stad leveren de gemeenschap zeker wat op. Een hoger woongenot, een beter leefklimaat, meer recreatiemogelijkheden om er maar een paar te noemen. Een groeiend aantal stadsbestuurders wordt er nieuwsgierig naar, zoals de lijst met bezoekers van een recent stadslandbouwcongres laat zien.

Het eerste serieuze onderzoek naar stadslandbouw maakt duidelijk wat de opbrengsten zoal zijn. "Elke geïnvesteerde euro levert tussen de 1,2 en 4,4 euro aan maatschappelijke baten op", zegt Ruben Abma van het Deventer onderzoeksbureau Witteveen en Bos. Zulke cijfers moeten de wethoudersgeesten toch rijp maken voor een omslag in hun denken.

Wel zijn maatschappelijke baten iets anders dan financiële baten, verduidelijkt mede- onderzoeker Marcel Vijn van de Wageningen Universiteit. "Bij de laatste kijk je naar de jaarlijkse bedrijfsresultaten van een boerderijwinkel of een horecagelegenheid bij zo'n stadslandbouwproject. Dat wisselt nogal, blijkt. Maatschappelijke baten, zoals een beter leefklimaat, zijn pas op langere termijn zichtbaar", zegt Vijn. "Die zijn bijna allemaal ook in geld uit te drukken en blijken dan toch behoorlijk", vult Abma aan.

Samen met medewerkers van de gemeenten Rotterdam en Tilburg deden Vijn en Abma onderzoek naar twee uiteenlopende projecten. De Nieuwe Warande, een grootschalig, nog niet gerealiseerd, concept aan de noordoostrand van Tilburg en Voedseltuin Rotterdam, een kleinschalig al bestaand project in de Rotterdamse wijk Delfshaven.

Tilburg heeft aan de stadsrand in het noordoosten een gebied van 700 hectare met 26 bestaande boerderijen - veeteelt en boomteelt - en 130 woningen. Vijn: "De huidige trend onder boeren is schaalvergroting. Dat betekent meer boomteelt in het gebied en dat ziet Tilburg niet zitten. Zij wil het gebied graag openhouden. Bovendien dreigen de vrijkomende boerderijen door niet-agrariërs te worden gekocht die vandaar uit allerlei handel bedrijven. Wat je ook ziet in veel boerenland is een toename van het aantal paardenweitjes. Dat alles leidt tot verrommeling."

Het is de ambitie van Tilburg om in De Nieuwe Warande nieuwe woningen te combineren met stadslandbouw als alternatief voor schaalvergroting, weet de onderzoeker. "Daardoor kunnen op de stad gerichte diensten opbloeien als een boerderijwinkel met vers eten, horeca en zorg. Het levert tegelijk een aantrekkelijker woonomgeving op en nieuwe recreatiemogelijkheden."

Nieuwe Warande, Tilburg
In een maatschappelijke kostenbatenanalyse (mkba) zijn de voor- en nadelen op een rij gezet. Abma: "Het voordeel van zo'n mkba is dat je alle voor- en nadelen voor overheid, burger en bedrijven in beeld brengt en niet alleen die van de initiatiefnemer. Zo'n analyse drukt alles uit in geld, daar zijn statistische technieken voor. Zo kun je goed vergelijken."

De grote winst in Tilburg is verhoging van het woongenot door een aantrekkelijker woonomgeving, vertelt Marcel Vijn. "De winst voor de ondernemer zit vooral in de zorgboerderij. De boer heeft dan vaste inkomsten uit de AWBZ. Dat maakt het voor hem aantrekkelijker dan te moeten concurreren op de wereldmarkt, want niet zelden is zijn inkomen daardoor erg laag. De werknemer op zijn beurt heeft zinvol werk, ook nog eens lekker in de buitenlucht, dat er anders niet zou zijn."

Een zorgboerderij maakt het gebied voor een gemiddelde stadsbewoner wellicht minder aantrekkelijk dan bijvoorbeeld een stadsboerderij met theetuin waar de wandelaar en fietser even kan verpozen. Vijn: "Daar kun je als gemeente wel wat aan doen. Door met de pachtprijs te spelen, kun je horeca mogelijk maken en zal de boer wellicht ook nog een winkeltje beginnen met zijn verse waar. Dat moet dan wel enige omvang hebben. Uit ons onderzoek blijkt dat een kleinschalige winkel of horeca weinig kans van overleven heeft. De boer zal daarin niet willen investeren. Daar moet je als gemeente iets mee, want maatschappelijk kunnen er misschien wel baten zijn. Als de ondernemer geen winst maakt op zijn investeringen komt het echter niet van de grond. Verder kan de gemeente fiets- en wandelpaden aanleggen en het landschap verfraaien met houtwallen en met bloemen begroeide waterranden. Dat zal zeker helpen."

Uiteindelijk is de verlies en winstrekening opgemaakt. Abma: "We hebben daarbij ook het verlies aan landbouwproductie meegerekend, omdat de boeren in het gebied niet meer voor de wereldmarkt werken en dus kleinschaliger opereren. Mocht Tilburg besluiten dit project te realiseren, dan zullen de opbrengsten ruim een factor vier hoger zijn dan de kosten."

Gezondheidswinst door het eten van verse en gezonde producten is nog niet meegerekend. Abma: "Dat is wat lastiger om door te rekenen. Het is nu nog als een stelpost in de cijfers meegenomen om ons eraan te herinneren dat hier zeker winst te behalen valt. We zouden er met het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) nog eens naar moeten kijken. Je kunt je ook voorstellen dat een ziektekostenverzekeraar besluit om omwonenden een lagere premie aan te bieden. Dat is nog iets voor de toekomst."

Nou blijkt het stijgende woongenot fors bij te dragen aan de maatschappelijke baten. Die opbrengsten zijn voor de bewoners en niet voor de gemeenschap, of in dit geval de gemeente Tilburg. Abma: "Uiteindelijk wel. Huizen die in een aantrekkelijker woonomgeving staan, worden meer waard. Daarmee gaat de onroerendgoedbelasting op den duur omhoog. Dat geldt natuurlijk ook voor bewoners uit buurgemeenten die aan dit gebied Nieuwe Warande grenzen. Tilburg zou met die buurgemeenten afspraken kunnen maken over verdeling van de lasten."

Voedseltuin Rotterdam
Het kleine project in Rotterdam laat een iets ander beeld zien. Vijn: "De Voedseltuin is een al lopend project van een hectare op een voormalig haventerrein dat door een aantal wijken zoals Delfshaven wordt omsloten. Langdurig werkloze buurtbewoners telen in een stadsboerderij groente en fruit dat wordt geschonken aan de Voedselbank. Bedrijfseconomisch gezien is het een verlieslijdend project. De tuin heeft geen inkomsten. Maatschappelijk gezien echter is er een winst te behalen die nog ietsje boven de kosten uitstijgt. Dat zit vooral in de gezondheidsbaten voor de werkers, allemaal vrijwilligers. Zij leren weer discipline, samenwerken, ze werken in de buitenlucht, eten gezonder. Ze hebben hun eigenwaarde terug. Zo is een aantal van hen weer in het reguliere arbeidscircuit terechtgekomen. Dat spaart uitkeringen uit. Verder is het leefklimaat in de aanpalende wijken toegenomen. Er is minder criminaliteit en overlast. Ook vonden we in de gemeentelijke statistieken minder verhuizingen in die buurt. Het project houdt mensen kennelijk ook vast omdat de buurt vooruitgaat."

Abma en Vijn zullen niet beweren dat stadslandbouw op alle mogelijke locaties altijd maatschappelijk positief zal uitvallen. Er zijn nog wel wat obstakels. In hun contacten met gemeenten hebben zij ondervonden dat regelgeving een belangrijke drempel is. Abma: "Gemeenten denken nog te vaak in hokjes. Horeca bij voorbeeld is iets wat bij de stad hoort. Horeca op het platteland kennen ze niet. Daar zijn geen regels voor, dus passen ze stadse regels toe. En dan hangt het af van de toevallige ambtenaar hoe dat wordt toegepast. In agrarische gemeenten kan er meer, is onze ervaring."

Maar ook daar zijn er verschillen, zo merkten beide onderzoekers. Vijn: "In 't Gooi bijvoorbeeld zien ze platteland vooral als iets wat heel rustig moet blijven."

Ook de boeren moeten een mentale draai maken. Ze werken nu nog voor de wereldmarkt en staan als het ware met hun rug naar de aanpalende stad. Vijn: "Wil je als gemeente dat zij hun gezicht naar de stad draaien, dan zul je ze moeten inspireren, verleiden voor mijn part en daarna begeleiden. Kleinschaliger landbouw betekent minder inkomsten. Die moet je aanvullen met zorg of horeca. Dat gaat niet vanzelf. Daar moet je als gemeente werk van maken, een handje helpen, want je hebt er veel baat bij, blijkt uit ons onderzoek."

foto's

Stadslandbouw in Rotterdam: de Voedseltuin waar werkloze buurtbewoners groente en fruit verbouwen voor de plaatselijke Voedselbank.

Medewerkers van de Rotterdamse Voedseltuin leren samenwerken, ze werken buiten en eten gezonder

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden