Gezocht: techneuten voor windturbines

Voor de 20-jarige Harke Oosterbeek is buiten in torenhoge windmolens klimmen spannender dan in een garage staan. Beeld reyer boxem

De komende jaren verschijnen er in Nederland steeds meer windmolens. Op land, maar vooral op zee. Ze zijn hard nodig voor duurzame energie. De vraag is alleen: wie gaat al die turbines bouwen en onderhouden?

Als kind droomde hij ervan om automonteur te worden. "Maar mijn vader vond dat niet zo'n strak plan." Te zwaar werk voor te weinig geld. Nu gaat Harke Oosterbeek (20) uit Delfzijl aan de slag als windmolentechnicus. Hij kan dus alsnog lekker sleutelen. Het verdient stukken beter, zegt hij. En buiten in torenhoge windmolens klimmen is ook spannender dan in een garage staan.

Hij mag zich één van de eerste echte afgestudeerde windmolenkenners noemen, op de technische mbo-opleiding Noorderpoort in Delfzijl. "Ik wilde graag wat doen met duurzame energie. Mijn ouders vonden het ook een slimme keuze. Er is werk zat." Dat blijkt. Oosterbeek had al een baan te pakken, een half jaar vóór hij klaar was. "Ik begin over een paar weken. Voorlopig op land en niet in zee. Want dan ben je weken van huis. Dat vindt mijn vriendin niet zo grappig."

De windenergiesector staat te springen om nieuwe arbeidskrachten zoals Oosterbeek, die de mechaniek van turbines in de vingers hebben. Want het gaat hard met de bouw van windmolens in Nederland. Na jarenlange stilstand komt er schot in de zaak. De productie van schone energie moet omhoog. Op land zijn daarom steeds meer draaiende wieken zichtbaar. Vooral in zee gaan stalen joekels verrijzen. Windparken kunnen daar verschijnen zonder al te veel protest, tegen steeds lagere kosten.

De turbines moeten allemaal geplaatst worden en daarna is 20 tot 25 jaar controle, bijstel- en reparatiewerk nodig. Op dit moment werken er zo'n vierduizend mensen in de windindustrie. Dit kan oplopen tot 20.000 banen in 2020. Op universitair niveau, maar voor het leeuwendeel zijn mbo'ers en hbo'ers nodig. In 2030 loopt het aantal Nederlandse banen in de windindustrie op tot 30.000.

Zijn er genoeg mensen klaar om dit nieuwe werk te doen? 

"Dat dreigt een flink probleem te worden", zegt John Baken van het topconsortium Kennis & Innovatie Wind op Zee. "Er is nu al een tekort aan arbeidskrachten in de techniek. Je ziet het gebeuren: studenten worden tijdens hun studie al van school geplukt. Bouw-, installatie-, en energiebedrijven: iedereen vist in dezelfde vijver." Offshore windenergiebedrijven hebben nog niet vaak beet, zegt Baken. Dat vindt hij ook niet zo verwonderlijk. "De technici moeten veel kunnen. Bij het werken aan windmolens moet je best stoer zijn. En je moet ook gewoon bereid zijn om op zee te gaan werken. Het kost tijd en moeite om de juiste mensen, jongens en zéker meiden, te vinden en op te leiden."

De windindustrie moet een beter imago krijgen om voldoende personeel aan te trekken, vindt Baken. Het is een jonge sector, zegt hij. En onbekend maakt onbemind. "Tot twee jaar geleden dachten veel mensen: wordt dat nou echt wel iets, die windenergie in Nederland? Maar nu is de groei van windturbines niet meer te stoppen. Dat moet nog doordringen bij jongeren en hun ouders. Er is een lonkend perspectief." Baken wijst op de harde overheidsdoelen voor windenergie. In 2030 moet 50 procent van alle Nederlandse stroom uit windmolens komen. "Als ik zelf nog jong was zou ik het wel weten", lacht hij. "Het leuke aan de jonge branche is dat er nog een hoop innovatie plaatsvindt. Dat betekent: steeds weer nieuwe dingen leren. Je hele loopbaan lang."

Klinkt mooi. Maar de realiteit is nog dat de aanwas klein is. Voor technische vakken in het algemeen en windenergie in het bijzonder. Het zou al een hoop schelen als het onderwijs voor de duurzame energiebranche verbetert. Want techniekstudenten kunnen zich nu met speciale keuzevakken en extra certificaten specialiseren in windmolens. Maar op die manier kiezen jongeren nog steeds niet altijd speciaal voor een windenergiebaan. Komt er een andere leuke monteursvacature voorbij, dan kiezen ze daar soms alsnog voor. Baken pleit daarom voor sterkere verankering van windenergielessen binnen techniekopleidingen, om te zorgen dat schoolverlaters als 'turbinedokter' aan de slag gaan.

Samenwerking

Een échte landelijke windenergieschool kan ook een idee zijn, denkt Gerard van Bussel, hoogleraar Windenergie aan de TU Delft. Maar, zegt hij, laat de bestaande opleidingen eerst eens goed gaan samenwerken. Nederland telt al een stuk of tien opleidingsrichtingen voor de windmolensector. Van 'minicursussen windenergie' tot gespecialiseerde vakken, op hogescholen en roc's.

Noorderpoort in Delfzijl staat ook in dat rijtje. "Het lijkt soms wel of al die opleidingen zelf het wiel willen uitvinden, om uniek te zijn. Maar er is juist krachtenbundeling nodig. Ik pleit al jaren voor een doorlopende leerlijn. Er is een hoop 'buzz', maar ondertussen gebeurt er nog veel te weinig op het gebied van samenwerking." Nu het tekort aan arbeidskrachten volgens Van Bussel 'steeds nijpender' wordt, moet er echt wat veranderen.

Op Noorderpoort zijn ze het er helemaal mee eens. Alle deelopleidingen voor windenergie moeten samen optrekken. Zo kunnen ze deze leuke nieuwe branche op de kaart zetten. Docent Rik de Jong van Noorderpoort zegt dat bedrijven dan ook moeten meehelpen. "Het lijkt allemaal 'booming business', de windenergie. Maar kunnen we er als school dus vol op inzetten? Nou, dat valt flink tegen." Volgens De Jong zijn de windenergiebedrijven die bang zijn voor toekomstig personeelstekort vaak niet bereid om leerlingen een stage aan te bieden. Een student die wil meehelpen bij een echt project moet bij trainingscentra veiligheidscertificaten halen, bijvoorbeeld voor reddingswerk of brandveiligheid. Dat kost drieduizend euro. Bedrijven willen dat niet uitgeven aan een stagiair, die even komt meelopen. Volgens De Jong moet de liefde wel van twee kanten komen. Als de bedrijven willen dat er straks technici klaar staan, moeten ze daar nu tijd en geld in steken.

Op dit moment, geven bedrijven en scholen toe, lukt het nog om windmolens te plaatsen en onderhouden. Energiebedrijven regelen de plaatsing. Voor grote projecten laten ze, net als in de bouwsector, zo nodig een ploeg lassers of bouwvakkers uit het buitenland aanrukken. "Uit Portugal bijvoorbeeld, of Polen", weet Stieneke Boerma van Noorderpoort. Zij is bestuursadviseur in Noord-Nederland. Haar taak: zorgen dat opleidingen en bedrijven in de windenergie elkaar weten te vinden. "Het inschakelen van buitenlandse technici is jammer, maar op zich nog geen probleem", zegt ze. Maar als de windturbines er straks allemaal staan, dan moeten er nog jarenlang experts klaar staan voor onderhoud en reparatie. Die moeten in de buurt gestationeerd zijn, om de turbines in de gaten te houden, schroeven aan te draaien en af en toe 'een grote beurt' te geven. "Kijk, daar zit het grootste probleem", zegt Boerma. "Daarvoor hebben we echt eigen technici nodig, in eigen land."

Voldoen aan afspraken

Bovendien zitten andere Europese landen ook niet stil. Steeds meer overheden willen windmolens plaatsen, om groene energie te produceren. Dat is nodig om te voldoen aan Europese milieuafspraken en het mondiale klimaatakkoord van Parijs. Nu al besteden landen in Noordwest-Europa jaarlijks samen bijna 20 miljard euro aan windmolens. Dit loopt naar verwachting op tot jaarlijks 40 miljard euro in 2030.

De internationale brancheclub van windenergiebedrijven, Wind Europe, waarschuwde ook al voor toekomstige personeelsschaarste. Volgens John Baken van het 'topconsortium' is het daarom risicovol om te zeggen: voor de bouw van turbines laten we wel technici van over de grens komen. "Daar kun je niet zomaar vanuit gaan, want de hele wereld is bezig met windenergie. Als we hier een thuismarkt van maken biedt het ook nog eens economische kansen."

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld reyer boxem

Van olieplatform naar windmolenpark?

Technici voor de windbranche zijn niet alleen maar te vinden op scholen en opleidingen. In de olie- en gassector werken veel geschikte kandidaten. Omdat boorplatforms in zee voor fossiele energie onder toenemende druk staan, kunnen medewerkers de overstap maken. De olie- en gasmedewerkers zijn al gewend aan technisch werk op zee. Met wat omscholing kunnen ze al vrij snel beginnen, hoopt de windmolensector. De olie- en gassector staat nog wel bekend om betere beloning dan de windmolenbranche. Medewerkers van boorbedrijven zoeken bij ontslag daarom vooralsnog liever naar een nieuwe baan in de fossiele sector, zo nodig in het buitenland.

'Personeelstekort mag windenergie niet hinderen'

Het dreigende personeelstekort staat op de agenda tijdens het grootste Nederlandse symposium over windenergie in Nederland, morgen in Amsterdam. Scholen en windmolenbedrijven gaan daar in discussie over oplossingen. Ze komen ook met een gezamenlijke oproep: de groei van windenergie in Nederland mag niet de dupe worden van personeelstekort. Het nieuwe platform Career gaat zich daar hard voor maken, zowel voor mbo en hbo als universitair niveau. Jongeren moeten gericht kunnen kiezen voor het vak van windmolenexpert. Er moeten genoeg docenten zijn, goed lesmateriaal en stageplekken. Career begint een lobby om meer overheidsgeld los te krijgen om dit te gaan regelen.

Zeeland op zoek naar honderden technici

De eerste grote nieuwe Nederlandse offshore windparken komen te staan uit de kust van het Zeeuwse Walcheren. Om te zorgen dat er genoeg monteurs en onderhoudsmedewerkers zijn, richtte de provincie dit jaar The Wind Technicians op. Iedereen die windmolenmonteur op zee wil worden kan zich aanmelden, jong en oud. Een technische achtergrond is natuurlijk belangrijk. Kandidaten moeten ook zeebenen hebben. Maar geen hoogtevrees natuurlijk. The Wind Technicians werkt samen met uitkeringsinstantie UWV, scholen en wervingsbureaus. Honderden Zeeuwen moeten binnenkort hun carrière kunnen starten als windmolentechnicus op zee. Volgens directeur Willem Meijer van het trainingscentrum in Vlissingen dat de monteurs gaat opleiden, is werk verzekerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden