Gezocht: slimmeriken (opinie)

Om de economie op peil te houden, moeten universiteiten meer uitblinken. Dat kan alleen in een maatschappelijk klimaat van tolerantie en openheid.

Nederland heeft een internationaal georiënteerde economie en profiteert in hoge mate van de globalisering. Maar liefst tweederde van onze economische groei hangt af van de groei van de wereldhandel.

Om economisch te blijven groeien, moeten we met steeds minder mensen steeds meer toegevoegde waarde leveren. Doordat wij al een hoge arbeidsproductiviteit hebben, opereren we dicht tegen de grens van het technologisch kunnen. Het wordt steeds belangrijker om zélf te vernieuwen, zélf kennis te ontwikkelen, zélf nieuwe technieken en producten te bedenken. De VS laat zien dat het kan. De arbeidsproductiviteit is er vergelijkbaar met die in Nederland, maar de economie groeit er per jaar ruim anderhalf keer zo snel.

Innovatie vraagt om creatievelingen, om andersdenkenden, om toppers. Nederland heeft nog te weinig van dat soort mensen. Volgens het CPB scoren de zwakste leerlingen weliswaar beter dan hun zwakke broeders in andere landen. Maar de bollebozen zijn wereldwijd niet de slimsten. Of je nu kijkt naar alle vijftienjarigen, de hele beroepsbevolking of alleen naar de groep van hoger opgeleiden, het beeld is steeds hetzelfde: Nederland heeft relatief slimme dommeriken en relatief domme slimmeriken. De slimste één procent van een opleiding doet het in Nieuw-Zeeland, Korea, Japan, België en Australië, beter dan bij ons.

Ik wil daarom meer slimmeriken en ik wil topuniversiteiten.

Daarvoor is als eerste nodig dat we zorgen voor een klimaat van tolerantie. Voor een topeconomie en een topuniversiteit zijn openheid en tolerantie onmisbaar. Wie succes nastreeft, kan niet eenkennig zijn. Daarom moeten we de tolerantiegedachte van Erasmus blijven koesteren: vrijheid van wetenschap, ideeën en kennisuitwisseling. Bevolkingsgroepen kunnen en mogen elkaar niet uitsluiten. Dat is moreel onjuist én slecht voor onze economie.

Vergeleken bij andere landen is Nederland weinig hiërarchisch, individualistisch en gericht op compromissen en solidariteit. Onze handelspartners in Azië, Arabië en Zuid-Amerika kennen andere culturele normen. Dat moeten we beseffen, en er niet op neerkijken. Andersom mogen we verwachten dat zij respect hebben voor onze normen, waarden en gebruiken.

Dat geldt ook op het nationale toneel. Wie naar de top wil, kan en mag zich niet afsluiten voor cultuurelementen en opvattingen van minder sterk vertegenwoordigde groepen in de samenleving, of dat nou vrouwen, allochtonen of homoseksuelen zijn. Andersom mogen minderheden zich niet afsluiten voor de cultuur en opvattingen van de meerderheid en van de andere minderheden. Daarbij hoort tolerantie jegens homobars, hoofddoekjes, ander eten, enzovoort, of ze nu wel of niet passen bij de groep waar je jezelf toe rekent.

Ook aan universiteiten en binnen de rijksoverheid moet een klimaat heersen waarin mensen openstaan voor elkaars meningen, achtergronden, religies en interesses. Een vrijheid van denken zonder aanzien des persoons: de academische vrijheid van Erasmus.

Universiteiten en de rijksoverheid maken daar gelukkig al werk van. De VU en de Erasmus Universiteit zien allochtone studenten ook als een groeimarkt. Je ziet het bijvoorbeeld aan de folders in het Arabisch voor ouders van allochtone studenten.

Het is ook nodig dat we meer topstudenten krijgen. De Nederlandse bollebozen worden in onze zesjescultuur te weinig uitgedaagd. Studenten klagen daar zelf over. Aan de top van internationale onderwijsinstellingen staan nog maar weinig Nederlandse universiteiten.

Voor een inspirerend en uitdagend universitair klimaat zijn toppers onmisbaar. Studenten trekken zich aan elkaar op. Niet iedereen kan topper worden. Daarom moet je gericht slimme en gemotiveerde studenten werven, ook in het buitenland, bijvoorbeeld in China, Indonesië of Mexico. Laat de Nederlandse studenten maar met hun buitenlandse collega’s concurreren. Daar wordt iedereen wijzer van. Ik zou het toejuichen als minstens 10 procent van onze studenten uit het buitenland komt, net als in Nieuw-Zeeland en Australië. Op dit moment komen we nog niet hoger dan 5 procent. En toeval of niet: ook het percentage toppers blijft fors achter bij die landen.

Tot slot hebben we meer topuniversiteiten nodig. Een mentaliteit van ‘met de hakken over de sloot’ is simpelweg onvoldoende. Meer ruimte voor excellentie is essentieel. Het Nederlandse hoger onderwijs moet voor studenten the place to be worden. Topuniversiteiten als Harvard vragen hogere collegegelden, dat zou ook hier kunnen.

Ook selectie aan de poort blijkt te helpen. Nu moeten univerisiteiten zich nog openstellen voor iedereen met een vwo-diploma of een jaar hbo, ongeacht zijn motivatie of niveau. Universiteiten zullen uit die grote groep studenten op enig moment de echt goede studenten moeten selecteren om hun extra uitdaging bieden.

Dit is een ingekorte versie van de speech van minister Van der Hoeven aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gisteren, ter gelegenheid van de opening van het Academisch Jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden