Gezocht: mensen die mijn vader hebben gekend

Beeld Brechtje Rood

Marjolein Jupijn (49) heeft haar biologische vader, die in Suriname woonde, nooit gekend. Al twintig jaar zoekt ze mensen die hem hebben meegemaakt. Snippers, puzzelstukken, om haar vader toch een beetje in elkaar te kunnen zetten.

Het onderzettertje op de grote tafel in hartje Alkmaar is een viltje van Borgoe, Surinaamse rum. Op het theelepeltje herkent de goede verstaander het wapen van Suriname: Justitia, Pietas, Fides.

Marjolein is honderd procent Nederlands, maar de snippertjes Suriname zijn overal in haar huis, in haar leven. Vroeger al, toen ze nog klein was. Ze aten bijvoorbeeld anders dan bij vriendinnen, pittiger. En in de jaren tachtig, toen het oorlog was in Suriname, luisterde haar moeder Gerda op het kraakradiootje naar het nieuws uit het land waar ze drie jaar had gewoond.

Achteraf zegt Marjolein: “Misschien hoopte ze zo wel iets over hém te horen.”

‘Hém’, dat is Sjaak van de Poll, Marjoleins biologische vader.

Zwanger

Gerda was negentien toen ze in 1963 met haar toenmalige man naar Suriname vertrok. Die relatie strandde, maar Gerda had het naar haar zin, ze bleef, vond een baan. De twintig jaar oudere militair Sjaak kende ze oppervlakkig, hij woonde vlak bij haar werk, en toen hij haar zijn logeerkamer te huur aanbood, aarzelde ze niet.

“Zijn piepkleine extra kamertje zat volgestouwd met militaire prullaria. Daar sliep mijn moeder.” Marjolein lacht: “Nou ja, en ook wel eens niet.”

Hij ging naar het werk, zij kookte, als hij een feestje had, ging zij mee. En ze raakte zwanger.

Daar zat Sjaak niet op te wachten. Dan niet, besloot Gerda, en ging terug naar Nederland. Ze trouwde met een kunstenaar, samen huurden ze een huisje in Alkmaar, kregen nog een dochter.

Toen Marjoleins oma haar op haar eenentwintigste vertelde dat de kunstenaar niet haar vader was, was ze ‘bijna opgelucht’. Het had nooit geboterd, ze leek niet op hem, en bovendien had ze in een vlaag van nieuwsgierigheid wel eens in paperassen zitten snuffelen waarna er vermoedens waren gerezen.

Tien jaar hield ze verborgen dat ze het wist. Misschien, zegt ze nu, wilde ze haar moeder sparen. Tot ze het er een keer uitgooide tijdens een ruzie.

“En toen wilde ik ook alles weten.”

(tekst loopt door onder de afbeelding)

De eerste foto die Jupijn van haar vader zag. "Ik heb toen, rond 2000, vlak daarna een pasfoto van mezelf (zie hieronder) laten maken, zonder bril op, om de gelijkenis tussen mij en mijn vader te kunnen zien. Beeld x

Overleden

Gerda wist zijn naam, zijn geboortedatum, dat hij sergeant-majoor was, een moeder in Rotterdam had. Meer niet. De ene brief die ze nog eens van Sjaak had gekregen, had ze ongelezen verscheurd.

In de begindagen van internet zocht Marjolein in de telefoonboeken van heel Nederland; iedereen die zijn voorletters en achternaam met haar vader deelde, kreeg een brief. Ze had beet: tussen de reacties zat er een van een neef van Sjaak. Bij hem thuis zag Marjolein voor het eerst beelden van haar vader. Die, zo bleek, in 1985 overleden was.

Ze had, zegt ze, heel nuchter, met elk scenario rekening gehouden. “Dat hij niets met me te maken wilde hebben bijvoorbeeld, maar ook dat hij dood was. Voor elke afloop had ik me schrap gezet.”

Gek genoeg, zegt ze nu, was ze allang blij dat ze een aanknopingspunt had gevonden - ook al betekende zijn dood dat ze haar vader nooit zou leren kennen. “Toen ik hoorde dat mijn opvoedvader mijn vader niet was, was mijn biologische vader al overleden. Er was niets meer aan te doen. En de tien jaar die ertussen zaten, hadden de scherpe randjes er wat afgehaald.”

Halfzus

Na zijn vertrek naar Suriname als militair, in 1961, was Sjaak nooit meer teruggekomen. De neef vertelde Marjolein ook dat haar vader al een dochter hád. Zij moest ergens in de buurt van Rotterdam wonen. Een brief in een extra envelop, een behulpzame ambtenaar. En twee dagen later dat telefoontje. “Hoi! Ik ben je zus.”

Marjolein laat een foto zien van de eerste ontmoeting. Zelfde gezicht, zelfde houding. “De gelijkenis was echt bizar.”

Het is vooral nieuwsgierigheid die haar drijft, zegt ze. “Ik houd van spitten. Ooit studeerde ik een blauwe maandag archeologie. En daarnaast is er die behoefte om te weten waar ik vandaan kom.”

Na haar halfzus ontmoette ze ook haar vaders zuster. “Ze is slank!” zei tante Jo verbaasd toen die haar nicht zag. Marjolein lacht. “Hij had nogal een indrukwekkende omvang.”

Ze sprak, schreef en mailde steeds meer mensen, plaatste oproepen op sociale media en in de TRIS Koerier, het krantje van de voormalige Nederlandse troepenmacht.

Sommige dingen kwamen steeds terug. Zijn omvang. Dat hij een moedige man was, een goede militair, gedisciplineerd. Dat hij veel las. Dat de kok van het kampement hem kliekjes toestopte. Dat hij soep maakte die hij ‘kompiesoep’ noemde.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Pasfoto van Marjolein Jupijn van zo'n zeventien jaar geleden Beeld x

Erin geluisd

Niet alles was leuk om te horen. “Hij was zéker geen heilige. Hij was een strenge sergeant-majoor, er zijn mensen die hij in hun diensttijd strafdagen heeft gegeven. En van hen waardeer ik het des te meer dat ze me helpen.”

Ze noemt hem ‘Poll’ of ‘Van de Poll’, soms ‘mijn biologische vader’. Met een soort verwondering, en een zekere afstand. Alsof ze het over een vreemde heeft, wat natuurlijk ook zo is. En toch ook weer niet. Want toen een buurman, voor een boek over Nederlanders in vreemde krijgsdienst, dossiers ging bekijken waar mogelijk ook informatie over Poll in stond, dacht ze: ja hallo, ik ben zijn dochter - die dossiers moet ik éérst zien.

Ze had wel eens iets opgevangen over een ‘uitstapje’ naar het Duitse leger, met bonzend hart reisde ze naar Den Haag. Toen ze ontdekte dat Poll weliswaar heel even ‘fout’ was geweest, maar dat dat per ongeluk was, dat anderen hem erin hadden geluisd omdat hij voor het verzet werkte, was ze opgelucht.

Dan schiet ze vol.

“Ik vond het een rotstreek”, zegt ze zachtjes. “Hij was negentien, wat wéét je nou op die leeftijd? Hij kon alleen maar kiezen uit kwaden.”

Ze slikt. Neemt een slok thee. Zwijgt even.

Ze zegt: “Ik neem het voor hem op.”

Boos

Of hij ooit heeft geweten van haar bestaan, weet ze niet. Hij wist dat Gerda zwanger was, maar na haar vertrek hebben ze elkaar nooit meer gesproken. Toen Marjolein klein was, kwam de vrouw van een vriend van Poll Gerda een keer opzoeken, maar of zij Poll verteld heeft dat hij een dochter had, weet ze niet.

‘Natuurlijk’ was ze soms boos op haar vader. Want waarom deed hij niet beter zijn best om haar te vinden, om iets te laten horen? “De communicatiemiddelen waren beperkt, maar hij had een groot netwerk. Tegelijkertijd: hij heeft wél die ene brief gestuurd. Je weet niet wat er allemaal nog meer is tegengehouden.”

En, zegt ze: in 1975, toen haar vader met pensioen ging, werd Suriname onafhankelijk, het dagelijks leven onrustig, hij had ongetwijfeld andere dingen aan zijn hoofd.

“Maar misschien praat ik het nu goed.”

Boos op haar moeder is ze nooit geweest. “Ze heeft me willen beschermen. Het is gegaan zoals het ging.” 

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Kinderfoto van Jupijns vader en zijn zus, ca. 1930. Beeld x

Eenzaamheid

Tweeëntwintig jaar geleden vertrok de toen vijftigjarige Gerda opnieuw naar Suriname, nu definitief. Marjolein vliegt er twee keer per jaar heen. Ook daar zocht ze naar sporen van Poll, reed ze langs de plekken waar hij woonde en werkte.

Zijn laatste jaren waren tamelijk eenzaam, ontdekte Marjolein. Op 59-jarige leeftijd bezweek hij in 1985 aan het tropenleven, een dienstmakker regelde de begrafenis. Laatst sprak ze een man die Poll kort voor zijn dood nog had opgezocht in het ziekenhuis. “Die man was heel geëmotioneerd. Hij vertelde dat Poll veel moeite had met ademhalen, dat uiteindelijk al zijn organen het opgaven.”

Vijftien jaar geleden bezocht ze voor het eerst zijn graf. Nu zegt ze: ik had toch even de stille hoop dat er een vergissing was gemaakt, dat hij toch nog leefde. Bij een volgend bezoek was het graf flink overwoekerd. Toen ze het vorig najaar weer probeerde, was het compleet verzwolgen door planten.

Naast het huis van Gerda en haar man Frekko bouwen Marjolein en haar man René een huis, in Suriname dat ze ‘mijn tweede vaderland’ noemt. Ze houdt van het land: het klimaat, de natuur, de sfeer. “De mensen zijn er gemoedelijk, vriendelijk, tevreden met heel weinig. Daar heb ik veel respect voor, ik blijf ervan leren.”

Ze zegt: “En inderdaad, mijn vader ligt er begraven en heeft er zijn halve leven doorgebracht. Ik sta met één been in Nederland en één been in Suriname. Dat zal waarschijnlijk altijd wel zo blijven.”

Trauma’s en slapeloze nachten heeft ze niet van Poll. In haar dromen praat ze af en toe met hem. “Geen grote levensvragen hoor, maar van die keuveldingetjes. Wat we eens zullen eten, bijvoorbeeld. Of ik raadpleeg hem in gedachten als ik ergens onzeker over ben. Dan hoor ik hem zeggen: “Nou meid, wat kan jou het schelen. D’r vallen toch geen dooien?”

Ze lacht.

Alleen maar snippers

Ze heeft het gevoel dat ze haar vader een beetje kent, zegt ze, maar het knaagt soms dat ze hem nooit écht zal leren kennen, dat hij geen weerwoord kan geven op de herinneringen van anderen.

“Ik moet het doen met snippers van een mensenleven. Als Aladdins wonderlamp echt had bestaan, had ik gewenst om mijn vader nog even te kunnen spreken. Hij was denk ik niet iemand die de deur plat liep bij mensen, dus het contact was vast wat oppervlakkig geweest. Maar ik denk dat hij het leuk had gevonden me te ontmoeten. We hadden het vast goed met elkaar kunnen vinden. Maar het is wat het is.”

De vijf zit in de klok, Marjolein staat op om een wijntje in te schenken voor de verslaggever en zichzelf.

Ze heft haar glas.

“Op alle mooie verhalen”, zegt ze. “Op Suriname. En op Poll.”

Zo'n zoektocht naar een familielid komt vaker voor. Hoe verliep die in uw familie? Reacties lezen we graag o.v.v. naam en woonplaats in onze mailbox tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden