Gezocht: de geest van Johan van Hulst

Zoals het een zelfbewust parlementslid betaamt, onthaalde CDA-senator Johan van Hulst in 1978 het kabinet Van Agt-Wiegel afwachtend. Het moet nog blijken, zei hij, of met dit kabinet een ploeg van integere politici is aangetreden of een valsemuntersbende.

Dat er vele politieke vrienden in dit kabinet zaten, maakte hem niets uit. Hij zou ze hartelijk blijven begroeten, maar in optreden en beleid kritisch volgen. Dat zijn partij na de mislukte formatie met de PvdA nu samenwerkte met de VVD was in zijn ogen noch een 'noodzakelijk kwaad', noch een 'bovennatuurlijk goed'. Hier sprak een ware dualist, onafhankelijk en vermetel, met een prettig vermogen tot relativeren.

De 104-jarige Van Hulst was afgelopen woensdag weer even terug in de vergaderzaal van de senaat om zijn biografie 'Pedagoog, politicus, verzetsman' in ontvangst te nemen. Hoogtepunt was het moment waarop hijzelf het woord nam en met zijn nog altijd welluidende stem de historische ruimte vulde. Tijdens zijn senatorschap tussen 1956 en 1981 had hij de reputatie van een man 'die het oor van de Kamer had'. Dat lag aan zijn onafhankelijk oordeel en zijn eloquentie, maar ook aan de aandacht voor de kracht en de schoonheid van de retoriek.

Misschien blijft er in de nieuw gekozen Eerste Kamer iets van zijn geest van onafhankelijkheid en ambachtelijkheid hangen. Dat is dringend nodig in een tijd waarin de PvdA van haar senatoren horigheid aan het regeerakkoord verlangt en VVD-fractieleider Zijlstra een al te eigenzinnige heroverweging van de senatoren beschouwt als een gevaar voor de bestuurbaarheid van het land.

Met die eigenzinnigheid valt het overigens reuze mee, in die zin dat de Eerste Kamer met het overgrote deel van de voorstellen van Rutte II heeft ingestemd. 'De senaat is geen hindermacht', concludeerde Bert van den Braak van het Parlementair Documentatiecentrum vorige maand na bestudering van het lot van de bijna vijfhonderd wetsvoorstellen van het kabinet. Als er een reden is de senaat af te schaffen, zou die eerder liggen in zijn volgzaamheid dan in zijn dwarsheid.

De conclusie kan ook zijn dat de Eerste Kamer nog altijd de 'wijze terughoudendheid' betracht, die haar past in een stelsel waarin de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer het politieke primaat heeft. Des te meer bescheidenheid zou Kamerleden als Zijlstra passen als de senaat in zeldzame gevallen een keer contrair gaat. De liberaal Hans Wiegel drukte dat afgelopen woensdag kernachtig uit: 'Anders stemmen dan de overzijde, soms moest het, soms moet het, ook in deze tijd'. Wiegel weet waarover hij praat. In 1999 veroorzaakte hij als senator met zijn stem tegen het correctief referendum een kortstondige kabinetscrisis.

Als de Eerste Kamer dwars ligt, zijn vaak de grondrechten van burgers in het geding, zoals het recht op privacy bij het (unaniem verworpen) elektronisch patiëntendossier of de vrijheid van godsdienst bij het (eveneens verworpen) initiatiefvoorstel-Thieme om ritueel slachten te verbieden. Zo lijkt de senaat zich, in 1815 in het leven geroepen als bolwerk van de troon, te ontwikkelen tot bolwerk van de democratische rechtsstaat.

In deze ontwikkeling schuilt een nuttig tegenwicht aan de tendens in de politiek de wil van de meerderheid in de Tweede Kamer een overmatig accent te geven, zo niet te verabsoluteren. In dit radicaal- democratische denken wordt tegenspraak al gauw als hinderlijk ervaren en de tegenspreker zelf als dissident - overigens kan die term ook weer een geuzennaam worden, zoals onafhankelijke auteurs in de voormalige Sovjet-Unie hebben laten zien.

De PvdA is in 2012 zover gegaan dat ze in de partijstatuten heeft opgenomen dat senatoren niet alleen het verkiezingsprogram, maar ook het regeerakkoord moeten onderschrijven. De afzwaaiende PvdA-senatoren Marijke Linthorst en Guusje ter Horst hebben de afgelopen weken indringend gewaarschuwd voor deze poging tot disciplinering, die niet zozeer het primaat van de Tweede Kamer uitdrukt als wel het dictaat van de coalitiemeerderheid. Alle partijen zouden de onafhankelijke toets van de senaat moeten koesteren, want als dit huis een wetsvoorstel afwijst is er altijd iets aan de hand, schreef Linthorst in het blad Socialisme en Democratie.

Van Hulst behoorde tot de voor conservatief gehouden CHU, niet tot de zich progressief noemende PvdA, maar van zijn onafhankelijkheid, moed en non-conformisme tijdens en na de oorlog kunnen Samsom en ook Zijlstra nog wel iets leren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden