'Gezinsleden kunnen makkelijk slachtoffer zijn' Mishandeling

Ouders die elkaar te lijf gaan, een vader die zijn dochter misbruikt, een moeder die haar zoontje mishandelt, een broer die zijn zusje regelmatig een flinke mep geeft, een volwassen zoon die zijn bejaarde moeder haar bed in schopt, een kind dat zijn ouder langdurig slaat, een gekwelde zoon die op een dag zijn vader of moeder doodt...

ARLETTE DWARKASING

Dit alles komt voor binnen de 'beschermde' muren van het gezin. Morgen begint in de Rai in Amsterdam een driedaags internationaal congres over geweld in het gezin. Congresvoorzitter is prof dr Th. Compernolle, bijzonder hoogleraar gezondheidszorg en gezinsdynamiek aan de Vrije Universiteit.

“Je zou denken dat het kindermishandeling en seksueel misbruik binnen het gezin de laatste vijftien jaar uit de taboesfeer zijn geraakt”, zegt hij. “Er is veel aandacht voor in de media. Iedereen weet dat er Bureaus vertrouwensartsen bestaan, waar ieder vermoeden van mishandeling kan worden gemeld. In dat licht is het niet te geloven dat er Eerste Hulpdiensten en huisartsen zijn die beweren dat zij géén gevallen van kindermishandeling in het ziekenhuis of in de praktijk krijgen.”

Compernolle, bezig om bij het VU-ziekenhuis in Amsterdam een protocol voor Eerste Hulp bij kindermishandeling in te voeren, 'viel van zijn stoel' toen uit zijn enquêtes bleek dat Eerste Hulpdiensten in Nederland niet, of maar één à twee keer per jaar, met kindermishandeling te maken krijgen. “Dat kan niet”, zegt hij. “Uit cijfers in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten kun je afleiden dat een op de tien kinderen die met letsel bij een Eerste Hulp wordt binnengebracht, is mishandeld.

Je ziet dan een armpje dat niet 'gewoon' gebroken is, maar gewrongen. Of er zitten blauwe plekken aan de binnenkant van een arm, terwijl de buitenkant beschadigd zou zijn als het kind 'slechts gevallen' zou zijn.''

Een steekproef onder huisartsen in Den Bosch en in Amsterdam wees vervolgens uit dat kindermishandeling in de huisartsenpraktijken nauwelijks zou voorkomen.

Daar vond Compernolle wel een verklaring voor. In de opleidingen voor basisarts is kindermishandeling niet overal een verplicht vak. “Als je ergens niet voor bent opgeleid, dan zie je het niet. En als je het niet ziet in je praktijk of maar één of twee keer meemaakt, raak je er ook niet in geïnteresseerd en zul je je ook niet bijscholen.”

Uit zijn enquêtes bij Eerste Hulpdiensten bleek dat artsen of verpleegkundigen vaak ook niet wisten wat te doen als ze al mishandeling vermoedden. Compernolle heeft nu een zogenoemd 'handelingsprotocol' opgesteld dat aangeeft welke stappen genomen kunnen worden. En, wat het vervolg daarvan kan zijn. Op het moment krijgen de artsen en verpleegkundigen die bij de Eerste Hulp in het VU-ziekenhuis werken een training om kindermishandeling te herkennen en te leren hoe daarmee om te gaan. In januari wordt het protocol ingevoerd. In de eerste maanden dat alleen al is begonnen met de training blijkt na enquêtes onder Eerste Hulp-artsen van het VU-ziekenhuis dat bij 6 tot 7 procent van de kinderen die met letsel binnenkomen, een vermoeden zou kunnen zijn van kindermishandeling. Een flinke verschuiving dus ten opzichte van Compernolles eerste onderzoek. Over een jaar wordt bekeken of de aanpak van Compernolle een landelijk vervolg kan krijgen.

Als er in een gezin geweld plaatsvindt tussen ouders onderling, gaat het meestal om vrouwenmishandeling. Het bestaan van vrouwenopvanghuizen geeft al aan dat die vorm van geweld niet zelden voorkomt en dat de hulpverlening er duidelijk een antwoord op heeft. De vrouwen zijn het slachtoffer van hun partner.

Uit onderzoek van het Nederlands Centrum Geestelijke Volksgezondheid bleek vorige maand dat het, op latere leeftijd, ook vooral vrouwen zijn die als bejaarde slachtoffer worden van mishandeling door hun kinderen. Vooral vrouwen boven de 75 jaar zijn daar de dupe van. Bijna 40 procent van de mishandelde ouderen woont in bij een kind. De mishandeling komt soms voort uit de belasting die een langdurige verzorging van de bejaarde met zich meebrengt. Maar ook zoons - in een enkel geval een dochter - die financiële of verslavingsproblemen hebben, een criminele achtergrond hebben of psychopatisch zijn maken zich schuldig aan mishandeling van hun bejaarde ouders.

Naar mishandeling van jongere ouders, door kinderen die nog thuis wonen, is niet veel onderzoek gedaan. Pedagoog A. van Oosten was met zijn collega M. Wurfbain in 1983 de eerste. Daarna is er niet veel meer gedaan.

Het zijn volgens Van Oosten vooral fysiek sterke pubers die hun vader en/of moeder te lijf gaan. Dat gedrag kan voortkomen uit een ziekteverschijnsel of als reactie op de manier van opvoeden van de ouders. “Oudermishandeling komt verhoudingsgewijs meer voor in gezinnen waarin het evenwicht tussen pa en moe heel wankel is”, zegt Van Oosten. “Er heerst spanning tussen de ouders en één van hen is ook nog fysiek zwak. Dat alles maakt mishandeling mogelijk. Er vindt dan een omkering plaats in de gezinshiërarchie. De zoon wordt de baas in plaats van de ouders. Gevolg is een sociaal isolement van het gezin, omdat de ouders zich schamen en de buitenwereld niets willen laten zien van wat hen wordt aangedaan.”

Criminoloog en psycholoog F. Koenraadt, verbonden Universiteit van Utrecht en medewerker van het Pieter Baancentrum, doet onderzoek naar gevallen van ouderdoding.

Die uiterst extreme vorm van geweld in het gezin komt in Nederland zo'n vijf tot acht keer per jaar voor. Doodslag blijkt geen vorm te zijn van uit de hand gelopen oudermishandeling, maar meer een gevolg van wat het kind zelf door de ouders is aangedaan. Koenraadt spreekt over langdurige 'terging en kwelling' van kinderen in gezinnen die zich steeds meer gaan isoleren.

“Die isolatie is een soort zelfbescherming om de psychische of fysieke kindermishandeling voort te kunnen zetten. Dat leidt soms tot een explosie bij één van de kinderen die fataal kan zijn.” De daders zijn veelal zonen in de adolescentie of ouder die nog thuis wonen. Er is ook een groep psychotische daders, maar die is klein.

Koenraadt noemt het 'verbijsterend' wat gezinsleden elkaar kunnen aandoen. Tegelijkertijd is het risico van geweld binnen een gezin volgens hem ook een 'haast logische consequentie' van het (gesloten) gezinsleven. “Mensen die in elkaars directe nabijheid leven, op hetzelfde beperkte territorium, kunnen vrij makkelijk slachtoffer zijn. Bovendien zijn de relaties in een gezin zo nauw dat de reacties op elkaar heel heftig en emotioneel kunnen zijn. Binnen enkele seconden. Maar soms ook pas na enkele of zelfs vele jaren.”

Voorkomen van dat geweld zit 'm volgens VU-hoogleraar Compernolle vooral in het 'leidinggeven'. Het is een wet van Meden en Perzen: Als een leidinggevende disfunctioneert, zie je een niveau naar beneden veel angst en agressie. Dat geldt in het bedrijfsleven, op school, en ook in het gezin. Je hebt een goede leidinggevende nodig om rust te geven. Een kind dat leiding krijgt conformeert zich daaraan of verzet zich daartegen. Maar houvast heeft het.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden