Gezien de vorming van ontslapen, betekent dit werkwoord letterlijk in slaap vallen

TON DEN BOON

Dankzij opruimgoeroe Marie Kondo zijn werkwoorden als ontspullen en ontrommelen recentelijk courant geworden. Ze zijn gevormd volgens een beproefd recept: zet ont- vóór een zelfstandig naamwoord (spullen, rommel) of een naam en plak -en erachter. De verzameling werkwoorden die zo gemaakt kan worden, is schier onbegrensd. Oude woorden als ontdekken en ontkleden, maar ook nieuwe woorden als ontbrusselen en ontvrienden zijn op deze manier gemaakt.

Bij de vorming van werkwoorden op basis van bijvoeglijke naamwoorden is ont- eveneens populair, getuige neologismen als onthaagsen (van Haags), ontbozen (van boos: volgens een trendwatcher moet de samenleving vol boze, blanke mannen worden ontboosd) en ontlieven (van lief).

Maar hoe zit het met ontslapen in de betekenis doodgaan, vraagt een lezeres? In oudere werkwoorden - naast ontslapen bijvoorbeeld ook ontbranden en ontwaken - heeft ont- een heel andere betekenis. In deze werkwoorden duidt ont- erop dat de door het tweede deel genoemde handeling gaat beginnen. Ontbranden (van ont- en branden) is letterlijk beginnen te branden; ontwaken betekent in feite beginnen te waken. Ontslapen is gevormd op basis van slapen, dat van oudsher bekend is als metafoor van de dood. Aangenomen wordt dat ontslapen (letterlijk: in slaap vallen, beginnen te slapen, d.w.z. sterven) zijn entree maakte in onze taal via Handelingen 7:60. Daarin wordt verteld over Stefanus': vlak voordat hij sterft vraagt Stefanus God zijn moordenaars te vergeven 'ende als hi dat geseyt hadde, ontsliep hi.'

tdb@taalbank.nl

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden