Gezicht van het andere Israël - een Israël dat het onderspit heeft gedolven

Ze was de schrik van de gevestigde orde en de opperrabbijnen vond dat haar sterfdatum een feestdag moest zijn.

Soms toont de geschiedenis haar ironische kant. Nog geen twee weken na het overlijden van Ariel Sjaron draagt Israël nu Sjoelamit Aloni ten grave. Ze waren tijdgenoten, Sjaron en Aloni. Beiden vochten in de oorlog van 1948, voor Israëls onafhankelijkheid. Ze waren alle twee tegendraads en schopten met genoegen tegen de gevestigde orde aan. Beiden riepen felle emoties op.

Tegelijkertijd waren ze politieke tegenpolen. Sjaron vertegenwoordigde het brute militaire gezicht van Israël. Sjoelamit Aloni was voorvechtster van burgerrechten, van vrede met de Palestijnen, van het homohuwelijk. Ze vertegenwoordigde dat andere Israël ¿ een Israël dat het onderspit heeft gedolven.

Ze werd in 1928 geboren in Tel Aviv, telg van een Poolse rabbijnendynastie. Sjoela zou later spottend 'de hogepriester van links' worden genoemd. Haar vader had met de traditie gebroken, was naar Palestina geëmigreerd en werkte als timmerman. Haar moeder was naaister. Sjoela werd naar het kinderdorp Ben Sjemen gestuurd, de pioniersschool waar velen van de toekomstige elite het boerenbestaan leerden kennen, want de stichting van kibboetsiem gold als hoogste ideaal. Sjoela raakte bevriend met Sonja, de latere echtgenote van Sjimon Peres die ook in het kinderdorp zat. Toen de iets oudere Sonja en Sjimon, net getrouwd, lid werden van een groep die op de heuvels van Galilea een nieuwe kibboets wilde stichten, trok Sjoela ¿ bij gebrek aan ruimte ¿ bij ze in de tent. Het meisje met de blonde krullen kwam een handje helpen.

Als in 1947-'48 de oorlog om Palestina oplaait, neemt ze deel aan de strijd om Jeruzalem ¿ net als Sjaron. Ze werkt met immigrantenkinderen, gaat naar de pedagogische academie, staat voor de klas en studeert rechten. De Israëliërs horen haar voor het eerst door haar radioprogramma, waarin ze vlijmscherp gevallen van discriminatie aan de kaak stelt. Aloni toont zich dan al Israëls eerste feministe. Ze komt op voor de rechten van de vrouw die in Israël, bij gebrek aan scheiding van synagoge en staat, een ondergeschikte rol heeft. De rabbijnen beslissen over geboorteregistratie, huwelijk, scheiding en begrafenis. Aloni besluit zelf huwelijkscontracten te sluiten, en later ook homohuwelijken. Zelf trouwt ze in 1952 en ze krijgt drie zonen.

Haar leven lang blijft ze de schrik van het religieuze establishment, dat, volgens haar, Israël in een fundamentalistisch ghetto wil veranderen. Dat ze de rabbijnen bestrijdt met enorme kennis van de joodse leer, maakt haar tot een vervaarlijke vijand. De onlangs overleden opperrabbijn Ovadja Joseef zei eens dat de sterfdag van Aloni gevierd moest worden als een feestdag. Hij kan het niet meer meevieren.

In 1965 wordt Aloni in het parlement gekozen voor de Arbeiderspartij. Prompt krijgt ze het aan de stok met de almachtige Golda Meir. Sjoela stelt cynisch voor Golda president te laten worden, een symbolische functie. Maar Golda wordt premier, Aloni staat bij de volgende verkiezingen niet meer op een verkiesbare plaats .

Hoe dan ook was ze niet in de wieg gelegd voor een grote partij, daartoe was ze te zeer een prima donna. Haar politieke carrière verloopt via een aaneenschakeling van kleine linkse partijtjes, met haar aan het hoofd. Van tijd tot tijd keert ze terug naar de 'macht', zoals in 1974 na de Jom Kippoer-oorlog. Jitschak Rabin benoemt haar tot minister zonder portefeuille. Na vier maanden stapt Aloni kwaad op, omdat Rabin een oud-generaal tot minister heeft benoemd die van fraude wordt beticht.

Aloni is beter op haar plaats in de oppositie, flamboyant, fel, scherp. De ultra-orthodoxie gaat ze niet alleen verbaal te lijf, maar weet ze ook te provoceren door bijvoorbeeld, in een overigens keurige jurk, met ontblote bovenarmen in de Knesset te verschijnen.

Even lijkt het tij te keren als haar partij 12 (van de 120) zetels weet te behalen en een coalitie vormt met het tweede kabinet van Rabin. Haar aanhang hoopt dat Aloni eindelijk de verlichting zal brengen in haar ministerie van onderwijs, na jaren van religieuze overheersing. Ze drijft Rabin tot wanhoop door geen blad voor de mond te nemen en openlijk over 'de bezette gebieden' te spreken. Als Aloni stelt dat op alle scholen de evolutieleer moet worden onderwezen, eist de religieuze coalitiepartij Sjas haar vertrek.

Het jaar is 1993, Israël en de Palestijnen staan op het punt van een historische doorbraak. Rabin wil Sjas niet kwijt omdat hij dan de vredesakkoorden kan vergeten. Aloni geeft toe ¿ naar eigen zeggen ¿ om de vrede niet in de weg te staan. De hoop die ze toen voelde, bleek van zeer korte duur.

In een interview, vijf jaar geleden, vertelt ze dat ze voor het eerst van haar leven in een depressie verkeert. "Nee, niet vanwege mijn leeftijd, maar vanwege het gezicht van Israël."

Sjoelamit Aloni werd geboren op 29 november 1928 in Tel Aviv. Ze stierf op 24 januari 2014 in Kfar Sjmarjahoe.

inez polak

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden