Gezelschapsmensen

Vorige keer had ik het over verzamelingen. De meeste verzamelingen bestaan uit concrete objecten die je in een kast of een vitrine tentoon kunt stellen. Dat geldt ook voor de meeste zaken die ik zelf willens en wetens verzamel. Maar daarnaast spaar ik ook immateriële zaken. Ik kan ze u niet echt laten zien. Het zijn feestelijke gezelschappen. Geen gezelschappen in zalen, en zelfs niet op foto's of in films, maar gezelschappen van papier, in romans. Om een of andere reden interesseren deze gezelschappen, los van hun context, mij. Hoe legt de schrijver het aan om sfeer in hun omgeving te scheppen, wat moeten ze tegen elkaar zeggen om levensecht over te komen, wat doen ze daar met z'n allen? Gezelschappen zijn eigenlijk de schuttersstukken van de literatuur. Bij individuen kun je in hun geest kruipen, twee personen leveren een dialoog op, maar hoe zet je een overtuigend gezelschap neer?

Couperus was er een kei in, een geboren gezelschapsschrijver. Al die nette dames en heren die zich door de ruimte bewegen, je hoort ze kouten, gilletjes slaken, samenzijn: 'Glimlachend en beleefd, terwijl de gesprekken eensklaps in een murmelend gegons overgingen, drongen zich de gasten in de grote suite en de serre een weinig naar voren, verblind door een zee van kleuren en licht. Heren weken uit voor een paar lachende meisjes; op de achtergrond der zaal klommen jongelieden op stoelen, om beter te zien.' Hij was er zo goed in dat er een soort inflatie ontstaat, steeds maar weer feesten, partijtjes en familiebijeenkomsten, de verrassing gaat er op den duur van af. Daarom hecht ik meer aan uitzonderlijke gezelschappen.

Een van de intrigerendste exemplaren vind ik in Vestdijks Pastorale 1943: het vriendenclubje dat de joodse onderduiker Cohen Katz bezoekt tijdens een doldwaze expeditie van zijn onderduikadres op het platteland naar Amsterdam. In mijn herinnering pagina's lang maar het is slechts een enkele alinea. Ze roepen uit het raam 'Hier is een jood', hollen gauw een schuilhok in, betasten elkaar in het donker, en even later wordt Cohen opgepakt. Het is de ultieme dans op de vulkaan.

In romans betekenen gezelschappen en feesten meestal niet veel goeds, het is de laatste keer dat men bijeen is, iemand voelt zich volstrekt niet op z'n gemak, onder de social talk gaat een verdriet of een verboden relatie schuil. Zelden of nooit beschrijven schrijvers een feestelijk gezelschap zonder meer. Heel erge gezelschappen tref je aan bij Anna Blaman, in 'Eenzaam avontuur' bijvoorbeeld, de titel zegt het al: 'Er was een feest. Berthe zat naast mevrouw K. Er werd gedanst en mevrouw K. keek naar de dansenden. Ze dacht: er zijn daar enkelen die weten dat ze leven, die zich bewust en hypocriet naar hun pasklaar bestaan richten, maar tevens anders zouden durven. Ik zelf heb nooit gedurfd.'

Dat is precies wat gezelschappen in de literatuur doen, ze wijzen je op je eenzaamheid. Je kunt ze het beste mijden. Ze kakelen en feesten en zorgen ervoor dat jij, de hoofdpersoon, je de muurbloem voelt die je altijd al vreesde te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden