Gezellig naar kantoor

Wie dag in dag uit met elkaar te maken heeft, ontwikkelt nauwe banden. Toch zijn collega's geen intimi. En dus hoeft u na Nieuwjaar niet te zoenen.

Veel mensen zien op tegen de eerste werkdag in het nieuwe jaar. Niet zozeer omdat ze weer aan het werk moeten, maar omdat de jaarwisseling nog niet echt achter de rug is. Op die eerste werkdag na het kerstreces is het goed gebruik om collega's een gelukkig Nieuwjaar toe te wensen en in toenemende mate gaan deze conventionele beste wensen gepaard met zoenen.

De ene helft van Nederland vindt dit een normale gang van zaken, de andere helft (onder wie bijvoorbeeld diverse jonge vrouwen die aan de borst van middelbare mannen worden gedrukt) doet lijdzaam mee. Het staat tenslotte wel erg nuffig om moeilijk te doen over zo'n futiele, aardig bedoelde geste.

De ongemakkelijkheid van dit begroetingsritueel kan als model dienen voor het hele gebied van omgang tussen collega's. Een diffuus gebied, waar het persoonlijke en het zakelijke op een ingewikkelde manier met elkaar verknoopt zijn en soms hevig op elkaar botsen.

Op het eerste gezicht lijkt het volkomen duidelijk: enerzijds heb je collega's met wie je taakgericht samenwerkt, anderzijds heb je familie en vrienden met wie je persoonlijke relaties onderhoudt. Maar deze rigide scheiding van sferen is allang weggeërodeerd.

Sommige collega's worden vrienden, die je ook buiten het werk ziet. Sinds de scherpe kantjes van de hiërarchische werkverhoudingen zijn afgevijld, gaan leidinggevenden en ondergeschikten veel gelijkwaardiger met elkaar om. Tutoyeren is bijna overal de norm en autoritaire dienstbevelen worden alleen nog in de kazerne verstrekt. In andere sectoren worden werkopdrachten van de chef aan de ondergeschikte omfloerst geformuleerd als: "Kun je even kijken naar...?"

Verder heeft de enorme instroom van vrouwen in alle geledingen van de maatschappij een nieuw terrein voor liefde en hofmakerij gecreëerd: het werk. Veertig jaar geleden, toen vrouwen, afgezien van verpleegsters en secretaresses, nog maar nauwelijks meededen op de arbeidsmarkt, ontmoetten de seksen elkaar uitsluitend in de vrijetijdssfeer.

Meer werkende vrouwen betekent ook meer gelegenheid voor mannen en vrouwen om elkaar tegen te komen. Bedrijfsleidingen zijn in het algemeen niet erg gecharmeerd van het ontstaan van romantische relaties tussen werknemers, zeker niet tussen werknemers van ongelijke rang, en hebben richtlijnen opgesteld om seksuele intimidatie tegen te gaan en om ontstane relaties bij de leidinggevenden aan te melden.

Ondanks de beleden ethiek dat collega's van elkaar moeten afblijven, is het werk een ideale omgeving om een geliefde tegen te komen. De voordelen boven iemand tegenkomen in het uitgaansleven of via internetdating zijn duidelijk: iemand van het werk is betrouwbaar (althans geen oplichter), je hebt een gemeenschappelijke belangstelling (het werk) en je kunt elkaar eerst leren kennen voordat je een verleidingspoging waagt in plaats van andersom.

Ik weet niet of er onderzoek naar is gedaan, maar het zou me niet verbazen als relaties van mensen die elkaar op of via het werk zijn tegengekomen bestendiger zijn dan relaties van mensen die elkaar op de dansvloer hebben ontmoet.

Het wordt al met al steeds informeler en gezelliger op kantoor. Het werkdomein heeft allerlei omgangsvormen overgenomen die van oudsher tot het persoonlijke (vrijetijds)domein behoorden: kennis hebben van elkaars privézaken, met elkaar meeleven, morele steun verlenen. In zeker opzicht is het werk zelfs een regelrechte concurrent van het persoonlijke domein geworden. In haar boek 'The Second Shift' (een onderzoek naar hoe mensen omgaan met de balans tussen werk en thuis) analyseert de Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild treffend hoe deze verschuiving heeft kunnen plaatsvinden.

Neem het geval van ambitieuze tweeverdieners met een paar kleine kinderen. Het contrast tussen werk en thuis is groot. Op kantoor doen ze interessant werk (ze hebben niet voor niets een hoge opleiding gevolgd) en worden ze omringd door gelijkgestemde collega's.

Er moet natuurlijk worden gewerkt op het werk, wat niet altijd leuk is, maar er is een gemeenschappelijk doel en met collega's kun je grapjes maken, slap ouwehoeren bij de koffieautomaat, serieuze vakinhoudelijke gesprekken voeren en soms een beetje flirten. In vergelijking hiermee staat het huiselijk leven veel meer in het teken van plichten: flirten is er thuis niet bij en alles wat er wél moet gebeuren (kinderverzorging en supervisie, huishoudelijke taken) is saaier dan het werk op kantoor en gaat gepaard met meer lawaai, meer onrust en meer gesteggel over verantwoordelijkheden. Geen wonder dat heel wat mensen meer plezier hebben in de overzichtelijke plichten van hun werk, waar collega's vriendelijk en beleefd met elkaar omgaan, dan in de weerbarstige plichten en persoonlijke conflicten van thuis.

Dit mag een enigszins karikaturale voorstelling van zaken zijn, werk maakt wel een steeds belangrijker onderdeel uit van iemands identiteit, zowel van mannen als van vrouwen. Het idee van zelfontplooiing, gecombineerd met jezelf nuttig maken, en daar ook nog geld mee verdienen, ligt aan de basis van het zelfrespect.

Een aanzienlijk deel van hun zelfvoldoening halen mensen uit hun werk. Wanneer ze daar vijf dagen per week, acht uur per dag toegewijd mee bezig zijn, en af en toe na het werk nog even de kroeg induiken, spenderen ze meer wakende uren in de directe nabijheid van hun collega's dan met hun gezin, hun vrienden en familie.

Wie dag in dag uit met elkaar te maken heeft ontwikkelt nauwe banden. Dat gaat vanzelf.

Dus verschijnen er ook mensen van het werk op verjaardagsfeestjes en huwelijken, op kraambezoek en zelfs op begrafenissen van ouders van collega's. En op maandagochtend worden eerst de belevenissen van het weekend gedetailleerd doorgenomen, voordat het werk begint.

Het verdwijnen van het onderscheid tussen collega's en vrienden maakt deel uit van de algehele vervaging van grenzen tussen publiek en privé, tussen formeel en informeel, tussen zakelijk en persoonlijk.

Toch is het niet helemaal één pot nat. Hoe goed collega's het ook met elkaar kunnen vinden, er blijft altijd een zeker voorbehoud en dat is de structuur van de relatie zelf, die gedicteerd wordt door het werk. Als het werk wegvalt, verschrompelt meestal ook de relatie. Het is te vergelijken met de plotselinge en intense vriendschap die zich kan ontwikkelen tussen bijvoorbeeld twee stellen op een groepsreis. Ze beloven elkaar na de vakantie weer te zien, maar als de herinneringen zijn doorgenomen (gelachen dat we hebben!) en de foto's bekeken, zijn ze uitgepraat. De sfeer is weg en niet meer terug te halen.

Wanneer mensen met pensioen gaan, blijft er van collegiale gezelligheid weinig over. De gepensioneerde werknemer die komt buurten op zijn oude afdeling wordt niet herkend door nieuw personeel en de oudgedienden hebben geen tijd voor hem. Wanneer er een reorganisatie dreigt op het werk, maakt vriendschap plaats voor wantrouwen en keiharde concurrentie in de overlevingsslag. Ook als er geen sprake is van economisch zwaar weer zullen mensen op het werk er rekening mee moeten houden dat collega's eigen belangen kunnen nastreven die niet hoeven te sporen met andermans belang.

Van collega's met wie je lief en leed deelt, verwacht je niet dat ze aan je stoelpoten zagen als je met vakantie bent, of dat ze je ideeën pikken of over je roddelen. Toch gebeurt het. Hoezeer het werk ook mag lijken op een gezellige hangplek voor jong en oud (denk bijvoorbeeld aan de kantoren van swingende computerfirma's die zijn uitgerust met pingpongtafels, gratis snacks, sofa's om op te brainstormen en speciale fitnessruimtes), uiteindelijk blijft het gewoon werk. Er zijn productienormen waar je op wordt afgerekend.

Er heerst minder consideratie voor falen en mislukkingen dan onder vrienden. De allianties zijn vluchtiger en worden makkelijk ingeruild voor profijtelijker relaties. Een geoliede samenwerkingsmachine kan onder druk van buiten ineens verkeren in een slangenkuil.

Daarom is begroetingszoenen op het werk geen goed idee. Niet met verjaardagen, niet na de zomervakantie en ook niet in het nieuwe jaar. Zoenen klopt niet met de werkelijkheid.

Collega's zijn geen intimi.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden