Gezag heeft geen ijkpunten meer

Als de politie snelheidsduivels aanhoudt, gaan die omstandig in discussie: ¿Maar agent, er was geen kip op straat!¿. (FOTO ANP)

’Dikke ik’ en grootmondigheid vormen vruchtbare bodem voor agressie in het openbaar vervoer.

Er is weinig zo irritant en onbegrijpelijk als agressie tegen buschauffeurs, conducteurs, ambulanceverpleegkundigen, loketbeambten en andere dienstverleners. Voor ons nemen ze risico’s, komen ze bij nacht en ontij hun bed uit en spreken ze mensen aan die anderen overlast bezorgen.

Waarom in vredesnaam zijn zij dan zo vaak object van agressie? Of het vaker dan voorheen is weten we niet precies: de NS beweren wat het spoor betreft van niet, maar komen alleen met cijfers vanaf 2007. Dat is een te korte periode om je op te baseren. Is het toegenomen sinds 1975 of 1990, moeten we weten. De ernst van de incidenten is in wel geval wel groter geworden.

De toename heeft, vermoed ik, te maken met ons onvermogen om gezag in een democratie een goede plaats te geven. Het ideaal van de mondige burger heeft veel mensen inderdaad ook mondiger gemaakt, in de zin dat ze meer voor hun eigen rechten weten op te komen en vaker en sneller signaleren dat hun rechten geschonden worden. Ze hebben een dikker ik en zijn grootmondiger geworden, in de woorden van respectievelijk Harry Kunneman en Micha de Winter.

Ook in een democratische samenleving bestaan natuurlijk gezagsverhoudingen. Maar hoe moeten we die vormgeven? Na de opstand tegen het gezag van de jaren zeventig, gevolgd door een paar decennia neoliberalisme waarin het individu en de markt de hoogste bazen waren, zijn we op dit punt de weg kwijt. Gezag heeft sindsdien geen ijkpunten meer.

Ooit berustte het op twee pijlers. Ten eerste een hogere opleiding en een hogere klasse dan het merendeel van de mensen over wie men gezag uitoefende. Dat gold voor dokters, onderwijzers en dominees meer dan voor conducteurs, maar toch. Ten tweede was tegenspreken gevaarlijk, want daarvoor waren gezagsdragers te machtig. Ze konden je straffeloos kleineren en slecht behandelen als je iets deed wat hun niet beviel.

In de jaren zeventig kwam daaraan een einde. Gezagsdragers werden onbeschaamd belachelijk gemaakt en hun macht werd drastisch ingeperkt, bijvoorbeeld via klachtrecht. Wat ieder gezag vooral betwist maakte, was in de woorden van de Amerikaanse historicus Clecak de ’democratisering van het persoon zijn’: het idee dat iedereen, maar dan ook echt iedereen, een persoon is en als zodanig respect verdient. Ook gekken, criminelen en dommen.

Ook kleine gezagsdragers? Die vraag zou destijds belachelijk zijn geweest, maar nu moet de boodschap van de ’democratisering van het persoon zijn’ juist op hen worden toegepast.

Slechts een enkele exotische anarchist meent nog dat we het zonder gezag kunnen stellen. De meeste mensen erkennen dat we er niet aan ontkomen om sommige mensen tijdelijk en voorwaardelijk autoriteit en gezag toekennen. Onder welke voorwaarden? Daar worstelen we nog mee.

Niemand zal betwisten dat we wel mensen nodig heben die ons bijvoorbeeld in de bus van A naar B te leiden, en onderweg ook de huisregels bewaken. Maar voor zulke kleine leiders kunnen we geen respect opbrengen. Wie zijn zij helemaal om ons de les te lezen? üf we vinden hun instructies terecht, maar dan ook overbodig – dat konden we zelf ook wel verzinnen – óf we zijn het er niet 100 procent mee eens en gaan meteen in discussie.

Veel mensen vinden dat gezagsdragers hun gezag voortdurend moeten verdienen. Ze menen dus dat zij altijd en overal met gezagsdragers in debat mogen gaan.

Dat is een vruchtbare bodem voor brutaliteit en agressie. Van automobilisten bijvoorbeeld, die menen zelf wel te kunnen bepalen of het verantwoord is om 140 kilometer per uur te rijden of beschonken achter het stuur te kruipen. Als de politie ze aanhoudt, gaan ze omstandig in discussie: ’Maar agent, er was geen kip op straat!’

En als de buschauffeur hen aanspreekt omdat ze hun voeten op de bank leggen, oreren ze dat ze dat thuis ook doen en dat hun schoenen helemaal niet vies zijn, kijk maar.

Gezag moet dus heruitgevonden. Het kan niet meer op de oude pijlers gestoeld worden. Gezagsdragers zijn niet langer hoger opgeleid dan gemiddeld, en klassenachtergrond is terecht geen grond meer voor gezag. Ook hun almacht is dankzij klachtenprocedures, inspraak en ombudsman verleden tijd.

Maar hoe moet gezag wel worden vormgegeven? Welke plaats moeten we er in een democratische samenleving aan toekennen?

Gezag nemen en toekennen moeten we zien als een tijdelijke en vaak willekeurige afspraak. Een rollenspel. We zouden best van rol kunnen ruilen. Maar wie die rol heeft en dus een gezagspositie bekleedt, moet die wel uit kunnen oefenen.

Ik ben geheid hoger opgeleid dan de agent die mij aanhoudt als ik door rood rijd, de straat was vast verlaten en mijn actie ongevaarlijk. Maar we hebben die agent de taak gegeven om automobilisten die door rood rijden op de bon te slingeren, en dus is het mijn democratische burgerplicht om die boete te betalen. Zonder morren en zonder uitleg over hoe stil het was en hoe verantwoord rijden door rood licht dus is in dit geval. Als het me niet bevalt hoe die agent me behandelt, kan ik klagen, maar bij voorkeur achteraf.

Veel mensen spugen dus op kleine leiders, maar verlangen intussen wel naar een grote leider die ons chaotische leven weer zin en richting geeft. Dat is het verband tussen de populariteit van Geert Wilders en de toenemende agressie en asociaal gedrag tegen buschauffeurs, treinconducteurs, politie en hulpverleners. Want alleen als iemand echt flink boven ons verheven is, als hij niet gewoon een van ons is maar een bijzondere persoonlijkheid, een glorievolle belofte, kunnen we ons nog laten leiden.

Althans, in onze fantasie. Zo gauw zo iemand aan de macht komt, wordt het waarschijnlijk en ander verhaal: dan blijkt hij toch gewoon een kleine leider, zoals bijvoorbeeld Rita Verdonk overkwam, en dan is het snel met de populariteit gedaan, want voor gewone mensen hebben we geen geduld.

De vormgeving van gezag en autoriteit in een democratische samenleving is een urgent probleem. Alleen strenger optreden helpt niet, het gaat ook om het besef dat burgerschap is: regeren én geregeerd worden.

Zonder dat besef blijven conducteurs, chauffeurs en hulpverleners de dupe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden