Gewoon rijden, zonder poespas

Zestig jaar nadat de Deux Chevaux, de Lelijke Eend, het licht zag, doen zijn opvolgers hun intrede: de Dacia Logan MCV en de Tata Nano. Simpel, degelijk, en vooral goedkoop.

’Ontwerp een goedkope auto waarmee een boer over een hobbelige landweg een schop, een riek, een mud aardappelen en een mand met eieren kan vervoeren zonder dat die breken”, luidde de opdracht van de Franse autofabrikant André Citroën aan zijn ingenieurs.

Dat deden ze, en in 1948 zag de Deux Chevaux het levenslicht, later bekend geworden als de ’Lelijke Eend’. Die naam dankte het autootje niet alleen aan de zwaan in het vooroorlogse logo van Citroën, maar ook aan zijn waggelen, dat het gevolg was van het super soepele veersysteem. Vanwege de eieren.

De Eend was de eerste Multi Purpose Vehicle (MPV), een simpele auto, vooral bedoeld voor de in Frankrijk talrijke boeren en buitenlui met een kleine beurs. De 2cv was een goedkope auto, met alleen het hoognodige erin: een stuur zo groot als een fietswiel, vanwege de relatief grote wielen en de afwezigheid van stuurbekrachtiging. Een dashboard ontbrak. Tegen de stuurkolom zat een simpele snelheidsmeter geschroefd en dat was het zo’n beetje. De kleine ruitenwissers waren handmatig te bedienen. Rechts van de bestuurder stak een horizontale pook uit het vooronder, waarmee je kon schakelen. Met wind mee kon je een snelheid halen van wel 80 km per uur. Niemand had voorzien dat de 2cv in de daaropvolgende kwart eeuw een ongekende populariteit zou ontwikkelen; hele generaties dweepten met de Lelijke Eend, en voor velen was het de eerste auto. In totaal werden er zo’n vijf miljoen van gebouwd.

De tijd stond niet stil en de gemiddelde automobilist werd niet alleen vermogender, maar ook veeleisender. Ook aan de veiligheid van auto’s werden steeds hogere eisen gesteld. En hoe heerlijk het ook toeren was in zo’n eendje, de bescherming was minimaal; de 2cv was eigenlijk niet veel meer dan een rijdende tent.

Nee, dan tegenwoordig: nu worden we in onze auto’s omringd door elektronische verwennerijen en veiligheidssystemen. De doorsnee middenklasser zit volgepropt met zaken als ABS, ESP, SIPS, GPS, ACC (zie kader), gordijn- en knieairbags, trillende stoelen die je wakker maken als je dreigt in te dutten, parkeer-, regen- en lichtsensoren, achteruitkijk camera’s, systemen die ingrijpen als je auto een voorganger te dicht benadert. Kortom: nog even, en in de moderne automobiel is de bestuurder nog slechts een passief onderdeel van het decorum.

Leefstijl, of lifestyle, zo u wilt, is momenteel bepalend voor vrijwel alles wat je aanschaft. Maak je bij wijze van spreken niet de juiste keuze bij de aankoop van een paar nieuwe sokken, dan loop je al kans dat je partner je de bons geeft. Dat geldt ook voor auto’s. Ze worden almaar groter, duurder, gecompliceerder en puilen in toenemende mate uit van luxueuze gadgets.

Vooral de zogeheten SUV’s (Sports Utility Vehicles), met vierwiel aangedreven mastodonten die zijn ontworpen voor het rijden in ruige, modderige en bergachtige terreinen, werken zo langzamerhand op de lachspieren; de overmaatse banden ervan zien in dit land slechts asfalt dat zo vlak is als een biljartlaken. De meeste SUV’s beschikken over een grommende zes- of achtcilinder motor die zuipt als een tempelier.

Maar er is een onvermijdelijke tegenbeweging op komst. Vanuit Roemenië. En vanuit India. Met no-nonsense auto’s als de Dacia Logan en de kleine Tata Nano.

De tijden dat je nog niet dood gevonden wilde worden in zo’n Roemeense Dacia (eigenlijk een in licentie gebouwde Renault 12), liggen achter ons. Slechte auto’s worden er eigenlijk niet meer gemaakt. Dacia is nu eigendom van de Franse autogigant Renault en het merk is dus West-Europees geworden. Met de bijbehorende kwaliteit. Maar ook met de lage loonkosten uit het voormalige Oostblok. En dat biedt perspectieven voor spekkopers.

Vooral de komst van de goedkope, degelijke Dacia Logan MCV (de stationcarversie) lijkt een doorbraak. Een vierkante auto. Dat levert de meeste ruimte op. Rechte lijnen, niks geen vloeiende welvingen. Niks lifestyle. Gewoon rijden. Van A naar B. En nog comfortabel ook. Met zeven (!) personen en 500 liter bagage, of met zijn tweeën plus 1700 liter (!) bagage. Geen enkel premiummerk dat zoiets biedt. Laat staan voor die prijs: nog geen 12.000 euro.

De tegenbeweging die met de MCV in gang lijkt te komen gaat terug naar de basis. Back-to-basics-vervoer. En je moet gewoon zelf de ramen opendraaien.

Het Franse moederbedrijf Renault zag een paar jaar geleden niet alleen gaten in de Oost-Europese wegen, maar ook in de Oost-Europese markt. Een goedkope, simpele maar degelijke auto die geschikt was voor de belabberde wegen in het voormalige Oostblok, zou het in die regio wel eens goed kunnen gaan doen. En zo werd de Dacia Logan geboren.

Een soort nieuwe Lelijke Eend, maar dan een stuk degelijker. Met veel rechte lijnen en grote vlakken in de carrosserie, want dat is goedkoop bij het produceren. Onderdelen en instrumentarium van de Logan komen van de Renault Clio, de bodemplaat van de Renault Modus. Bestaande spullen, dus minder ontwikkelingskosten.

Renault wilde aanvankelijk de Dacia uitsluitend gaan verkopen in het voormalige Oostblok en in landen in het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Totdat ook Nederlandse consumenten begonnen te roepen: laat maar komen, die bak. En hij kwam. Niet dat je er inmiddels al over struikelt, maar de Dacia Logan – en vooral de stationcarvariant MCV – is aan een snelle opmars bezig. De eerste MCV’s rijden in Amsterdam al rond als taxi’s.

Maar er staat Europa meer te wachten: wat dacht u van een compact autootje met een nieuwprijs van zo’n 1700 euro? De Indiase metaalmagnaat Ratan Tata presenteerde onlangs een compacte auto zonder poespas, de Tata Nano. De Nano moet een veiliger en comfortabeler alternatief worden voor de talloze scooters waarop hele Indiase families zich voortbewegen. Het autootje voldoet aan de Europese emissie-eisen.

In Nederlandse steden rijden ook vele duizenden scooters rond. Sinds Willem Holleeder werd gespot in de hoofdstedelijke PC Hooftstraat op een zwarte scooter met windscherm, zijn die dingen niet aan te slepen. Maar met de goedkope Tata Nano als alternatief voor de scooter en de simpele, functionele en al even goedkope Dacia Logan als antwoord op de decadente luxe van de ’patserbak’, is er een reden voor de West-Europese en de Amerikaanse auto-industrie om zich zorgen te gaan maken.

We gaan terug naar de basis. En het wordt een lifestyle, wedden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden