Gewoon lekker zingen met mensen door/MOOIE MUZIEK TILT JE BOVEN DE ELLENDE UIT

“Na al die Amerikaanse filmsterren vallen jullie koppen me een beetje tegen,” zegt dirigente Leny van Schaik tegen de leden van het gemengd koor Haarlemmer Olie. Gelach klinkt op, de stemming zit er meteen in. 'Leen', zoals ze wordt genoemd, is na drie maanden omgang met filmsterren gewoon met beide voeten op de grond gebleven, dat is duidelijk.

De koorleden zijn dol op hun dirigente. Ze is inspirerend vindt de een, ze is zo geestig, zegt de ander. “Ze haalt het beste uit je, ze is fantastisch.” Dat blijkt tijdens de koorrepetitie: het onderste wordt uit de kan gehaald, en iedereen blijft er vrolijk onder. Het hele repertoire, dat varieert van klassiek tot vaderlandse liedjes, smartlappen en kerkmuziek, wordt met overgave gezongen door de zangers van voornamelijk middelbare leeftijd.

Leny van Schaik is net weer begonnen met de repetities van haar vijf Haarlemse koren (gemengde, kin

der-, senioren-, vrouwen-). Ze is drie maanden in Australië geweest, waar ze heeft meegewerkt aan de opname van de speelfilm Paradise Road, van de bekende regisseur Bruce Beresford (onder meer van 'Driving miss Daisy'), met de actrices Glenn Close en Johanna ter Steege. Dat is niet niks natuurlijk, dus de koorleden zitten op het puntje van hun stoel om te vernemen hoe het hun Leny is vergaan. Ze krijgen de informatie bij beetjes. De filmcrew heeft flink gezongen, vertelt ze. “De Amerikanen zijn dol op 'Amazing Grace', vooral na de maaltijd.” De tekst staat geschreven op het schoolbord en Van Schaik speelt de beginmelodie. Iedereen herkent het liedje, in Nederland bekend als 'Waarheen, waarvoor', van Mieke Telkamp.

Eind december vroeg regisseur Beresford aan Leny van Schaik of ze wilde meewerken aan de film, en of hij de muziek van haar koor 'Malle Babbe' als filmmuziek mocht gebruiken. De film vertelt het verhaal van een jappenkamp voor vrouwen op Sumatra, tijdens de tweede wereldoorlog. Twee vrouwen in het kamp vormden in het geheim een koor, dat klassieke orkestmuziek nazong. De muziek, van onder meer Bach, Chopin en Dvorak sloeg zo aan, dat het koor uiteindelijk gewoon mocht optreden, met de Japanners op de eerste rij. Na de bevrijding werd de muziek bewaard in een bibliotheek. Over het kamp en over het koor werden boeken geschreven, onder meer door Helen Colijn, een Nederlandse die in het kamp heeft gezeten en later naar Amerika is geëmigreerd.

Het Haarlemse vrouwenkoor Malle Babbe zette onlangs de muziek zoals die in het kamp werd gezongen, op de plaat onder de titel 'Song of survival'. Helen Colijn kende de plaat, en tipte Bruce Beresford, die bezig was met de voorbereiding van de film. Hij vroeg Leny van Schaik naar Australië te komen om met de acteurs de muziek in te studeren, om het koor zo geloofwaardig mogelijk op de film te krijgen. Voor het geluid maakt het niet veel uit: in de bioscoop zal het publiek de versie van Malle Babbe horen.

De andere taak van Leny van Schaik was om actrice Glenn Close te leren dirigeren. Leny van Schaik: “Ik was natuurlijk zeer vereerd, dat hij de muziek van Malle Babbe wilde gebruiken, maar ik zei nee tegen zijn uitnodiging om mee te werken aan de filmopname. Ik dacht: ik kan mijn koren toch niet drie maanden in de steek laten?” Maar de besturen van haar koren dachten er anders over. Zo'n kans zou ze toch nooit meer krijgen?

Eenmaal op de set - de film werd opgenomen in het Australische Queensland - heeft ze er geen seconde spijt gehad. Ze heeft het heerlijk gevonden om muziek te maken met de acteurs en de figuranten. En als ze zag hoe de Australische filmtechnici traantjes wegpinkten, wist ze dat ze goed zat. “Ze kwamen me dan zeggen, dat ze het prachtig vonden. Als ik vertelde dat het Bach was, of Beethoven, zei ze dat niets.”

Is ze anders teruggekomen dan ze er heen ging? En wat betekent dit uitstapje voor haar carrière? Leny van Schaik heeft geen idee. “Ik ben een ervaring rijker. Ik beschouw het als een éénmalig iets. Ik heb het fantastisch gevonden om te zien hoe een film wordt gemaakt. Ik heb heerlijk samengewerkt met al die mensen. En alle verhalen over sterallures en hysterische regisseurs, wat je wel eens hoort over films, daar klopt helemaal niks van. Er wordt heel hard gewerkt voor zo'n film.”

Leny van Schaik (52) woont al zo'n 40 jaar in Haarlem en voelt zich een echte Haarlemse. Ze komt uit een muzikaal gezin. “We zijn niet hoogdravend grootgebracht met vioolles enzo, maar we zongen wel veel, bij de piano. En 's avonds nam ik het psalmenboek mee naar bed, dan zong ik stiekem, heerlijk.”

Ze ging naar de kweekschool en werd onderwijzeres, zij het voor korte tijd. Uiteindelijk volgde ze een koordirigentenopleiding. “Ik ben met een omweg in de muziek terechtgekomen. Daar heb ik geen spijt van, ik kan de didactiek en andere dingen die ik in het onderwijs heb geleerd, heel goed gebruiken.” Het maakt haar niet uit welke leeftijdsgroep ze tegenover zich heeft. “Ik wil gewoon lekker zingen met mensen. Het maakt me gelukkig, en ik zie dat mensen er ook gelukkig van worden. Ik ben altijd een beetje zenuwachtig voor een koorrepetitie, bereid me goed voor. Alles wat ik doe, doe ik met een grote intensiteit. Daarom schiet ik wel eens uit, als ik vermoed dat mensen niet het uiterste geven. Als ik iemand onderuit zie zitten, roep ik: Zit je lekker? Ach, ze kunnen het van mij wel hebben, geloof ik.”

Het koor kan inderdaad veel hebben van de dirigente. Na de repetitie wordt er met Leny aan de piano nog informeel gezongen. “We kunnen er geen genoeg van krijgen,” zegt een koorlid vergenoegd. “En ze zingt zelf zo prachtig!” Hoe voelt het om zo op handen te worden gedragen? “Och, daar heb ik niet zo'n last van”, zegt ze nuchter. “Ik vind het eigenlijk enig. Ik heb, denk ik, niet zo'n hele grote behoefte aan privacy. Ik hecht aan een grote betrokkenheid. Maar ik weet wel wat je bedoelt, hoor. Het is een wankel evenwicht. De mensen kennen je. Je wil ook wel erkend worden, daar ben ik op uit. Maar ik weet dat het soms op het randje is. Gelukkig nemen de besturen van de koren me veel werk uit handen. Die springen in, als een koorlid extra aandacht nodig heeft. De mensen op mijn koren zijn over het algemeen aardig voor elkaar. En dat vind ik heel belangrijk. De sfeer is net zo belangrijk als de muziek.”

Er komen wat haar betreft geen koren meer bij. “Ik blijf mijn koren trouw, maar muzikaal gezien duik ik graag van het een in het ander. Wat ik ook zo leuk vind, is het 'Zingen met Leny van Schaik'. Ik laat me inhuren om te zingen met wie maar wil. Bedrijven die fuseren, bijvoorbeeld. Of iemand die 40 wordt en 40 vriendinnen uitnodigt. Ik heb gezongen met duizenden NCVB-vrouwen, en FNV-vrouwen.

“Weet je wat ik echt graag zou willen? Een tv-programma met de titel 'Koor aan huis'.” Ze veert op. “Ik zie dat zó. Je woont op een flat, straks begint het koor, dan moet je aangekleed zijn, want dan komen de buren. Om half 11 zitten er twaalf mensen om de tv. En ik zit in een studio, met een vleugel. Ik doe van alles, inzingen, stemvorming, overdracht teksten. En ze móéten meezingen. Wat denk je, zal dat aanslaan?”

Het gesprek, inmiddels verplaatst naar een Haarlems terras, waar ze links en rechts wordt gegroet, komt terug op de filmopnames. Het jappenkamp was nagebouwd, Leny van Schaik en haar partner Maria Benerink hebben zelf ook opgetreden als figurant. “Je kreeg wel een indruk van de verschrikking die het geweest moet zijn. En van de moed die nodig was om te repeteren, papier bij elkaar te schrapen om de muziek op te schrijven. Kan je nagaan, uit je hoofd een symfonie optekenen? Je hoort het aan de muziek, het klopt natuurlijk niet overal. Het moet heel moeilijk geweest zijn, toch kon ik me heel goed voorstellen waarom ze het deden. Het maken van mooie muziek tilt je uit boven de ellende waar je in zit. Zo zijn de negro-spirituals ook ontstaan.”

“Er is een scène in die film, waarin een Chinese vrouw, die medicijnen had gestolen of zo, voor straf wordt verbrand. Dat deel werd gedaan door een stuntvrouw. Ze werd aangestoken, gefilmd en na een paar tellen werd ze van alle kanten besprongen door mannen, die de vlammen snel doofden. Iedereen was vreselijk aangedaan, het was akelig realistisch. Ze kreeg een daverend applaus. Vlak daarna hadden we een opname met het koor, dat een deel uitvoerde uit 'Uit de nieuwe wereld' van Dvorak. De tranen liepen iedereen over de wangen. Dat doet muziek met je. Of je er nou iets van af weet, of niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden