Gewoon een rodeo voor Indianen

In Loveland, Colorado, komen jaarlijks honderden Indianen bijeen om de traditionele 'powwow' te dansen. Een ontmoeting tussen jagers was vroeger steevast aanleiding voor het uitwisselen van verhalen en het uitvoeren van dansen om de bovenwereld gunstig te stemmen, zeggen de Indianen. Flauwekul, volgens sociologen. De Indianen van nu hebben de dans gekopieerd uit de door blanken opgezette rodeo. In ieder geval is de dans steeds een nieuwe bevestiging van dat verbazingwekkende feit: 'We are still here!'

Bas den Hond

Soms denk je: dat is een Indiaan van niks. Zeg nou zelf: kort, donkerblond haar en een vol, blozend gezicht - je zou hem eerder verwachten als snackbareigenaar in Krommenie dan in de kring met een verentooi op zijn hoofd, dansend, een halfuur lang de ene voet twee keer voor de andere zettend.

Maar kijk wat langer naar hem, intens doorstappend, het hoofd gebogen, geleid door een trommel waarop door zes man gebeukt wordt terwijl ze hun longen uit hun lijf zingen, en je ziet het opeens wel. Het Indiaan-zijn zit aan de binnenkant. Dat zestiende deel Cherokee of wat het maar wezen mag heeft de Europese rest al lang geleden tot zwijgen gebracht. En vandaag een Nederlandse waarnemer beschaamd, omdat hij iemand beoordeelde op zijn blauwe ogen.

Loveland, Colorado. In het oosten is de zon opgekomen boven de prairie, die duizend kilometer weiland tussen de rivier de Missouri en de Rocky Mountains. De bergen kun je hier bijna aanraken en ze schenken Loveland een snelstromende, heldere rivier die Cache la Poudre heet: Verberg het Kruit. Loveland, Colorado: een paar woonwijken, een winkelstraat. En voor wie iets te organiseren heeft - een veemarkt, een kermis, een rodeo - de Larimer County Fair grounds. Naar een van de markthallen op dat terrein komen dit weekeinde honderden Indianen voor de Northern Colorado Intertribal Powwow.

Zelf vertellen veel Indianen het zo: powwows ontstonden eeuwen geleden, toen al dat weiland nog van de bizon was en de bizon alleen van hen. Een ontmoeting tussen jagers was steevast aanleiding voor het uitwisselen van verhalen en het uitvoeren van dansen om de bovenwereld gunstig te stemmen. Een deel van die traditie is, ondanks onderdrukking door de Europeanen en de uitroeiing van hele stammen en hun cultuur, blijven bestaan. Elke powwow, van een kleine op een bergwei in de Rockies tot een grote in het stadion van Denver, is een nieuwe bevestiging van dat verbazingwekkende feit: we are still here! We zijn er nog.

Charles Bearrope is er als een van de eersten, die zaterdagochtend. Met een toef smeulende 'medicijntabak' loopt hij door de hal, de rook verspreidend met een waaier van arendsveren. Hij is een volbloed Lakota, schrijven ze vol ontzag over hem in het programmaboekje. Hij woont in een voorstad van Denver, niet ver van Loveland, maar hij is opgevoed op het Pine Ridge-reservaat in South Dakota. Behalve een hoop straatarme Indianen en een halfafgebouwd casino heb je daar ook Wounded Knee: het Srebrenica van de Indiaanse oorlogen van de negentiende eeuw én de plek waar jonge Indianen in 1973 lieten weten dat ze dat niet vergeten waren.

Bearrope is daar in het reservaat door een medicijnman, zijn oom, onderwezen in de oude gebruiken. Met die tabaksrook heiligt hij de plek waar straks de trommelaars zullen zitten en waar de dansers in vol ornaat hun Grote Entree zullen maken om daarna op te gaan voor de wedstrijden. Maar voor het zover is komt er een andere dans, met kleine stapjes praktisch op de plaats uitgevoerd door Bearrope en een select groepje andere mannen, in de ene hand een arendswaaier en in de andere een rammelaar op een steel. De Gourd Dance is eigenlijk de eredienst van de powwow en hij duurt uren.

Delen van de dans worden ergens aan opgedragen, aan de veteranen bijvoorbeeld, Indiaanse en andere, die voor hun land hebben gevochten. En op het laatst is de dans voor de dansers zelf: zij aan zij stellen ze zich op voor een deken, een voor een komen de toeschouwers daarnaartoe, leggen er een paar dollarbiljetten op en sluiten achter aan om een rondje mee te dansen.

Het geld wordt telkens met een stoïcijnse handdruk aanvaard: het is nu eenmaal nodig. De 'hoofddanser' heeft bijvoorbeeld een nacht en een dag gereden vanuit het Navajo-reservaat in New Mexico. Die benzine moet betaald worden, en meer: als dank voor de eer heeft hij morgen vele cadeaus weg te geven, dekens als die waarop het geld valt bijvoorbeeld en die al gauw tweehonderdvijftig gulden kosten. Dat is, en het wordt deze dagen vaak zo gezegd, je rol vervullen in a good way, op de goede, oude manier. Ja, en als die manier drie generaties oud is, is het veel, zegt Paul Apodaca, Navajo, maar vooral socioloog aan de Chapman universiteit in Orange, Californië.

Hij vertelt het verhaal heel anders: die powwows op de prairie moet je vergeten. Die werden door de Europeanen verboden omdat ze dachten dat het gedans de gemoederen verhitte. Was niet de Ghost Dance-beweging samengevallen met de opstand van de Lakota, die eindigde in Wounded Knee? Om na 1890 een Indiaan te zien dansen moest je naar een show, zoals Buffalo Bill die de wereld rond bracht. Op het programma stonden rodeo's, geromantiseerde cowboytaferelen en voor het exotische een wild in het rond stampende Indiaan. En daar haalden stadsIndianen de powwow vandaan. StadsIndianen. Ook zo'n product van de blanke wereld. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg die een probleem met de reservaten. Wie daar woonde integreerde niet in de industriële samenleving, en bovendien: dankzij de verbeterde medische voorzieningen werden ze nogal vol. Een herplaatsingsprogramma bracht veel jonge Indianen voor een baan naar de stad.

Maar daar wachtte hen een cultuurschok: in de stad was familie niet zo belangrijk, en tijd en geld juist wel. Het was verschrikkelijk wennen. Daar in Chicago, Denver en Los Angeles ontstond voor het eerst een algemeen Indiaans bewustzijn, dat de scheidslijnen en oude vijandschappen tussen de verschillende stammen oversteeg. Daar in de clubhuizen vonden de eerste powwows plaats.

Dat die powwows schatplichtig zijn aan de rodeo, is overduidelijk, zegt Apodaca. Je ziet het aan het forse prijzengeld dat wordt uitgeloofd voor de beste danser met de mooiste uitdossing, in categorieën als 'traditioneel', 'fantasie' en 'rinkelbel'. Je herkent het in de gemoedelijke grapjes en het aangedikte cowboy-accent waarmee de spreekstalmeester de evenementen aan elkaar praat. O, hij gelooft heus wel dat veel van de Indianen daar het zelf geloven als ze zeggen dat ze zo de oude gebruiken levend houden, en dat de Schepper daar met welgevallen op neerkijkt. Maar die Schepper alleen al, dat is toch een doorzichtige vermomming van de ene God van de blanken, totaal niet verwant met de opperwezens van de La kota, de Apachen of de Navajo's? Deze volkscultuur, deze toeristentrekkerij, is niet te vergelijken met de echte culturen die de afgelopen drie eeuwen zijn verdwenen of op verdwijnen staan.

De powwow is nu in volle gang. Telkens paraderen de deelnemers van weer een wedstrijd op de trommelmuziek langs de jury, hun nummers zijn soms met moeite te vinden tussen de veren, kralen en linten. Zo geconcentreerd als de dansers bewegen, zo onverschillig lijken de toeschouwers. De ene helft is voor de volgende wedstrijd bezig met het uiterlijk van zichzelf, partner of kinderen; de andere helft voert gesprekken met de vrienden en familie waarvoor ze ook kwamen. Ook dat is Indianencultuur, schrijft Donald L. Fixico, Indiaan en historicus aan de universiteit van Kansas, in The Urban Indian Experience: als een blanke een financiële meevaller heeft, koopt hij een nieuwe auto of geeft hij zijn kind een beugel. Als een Indiaan boft, gaat hij een keer extra op familiebezoek. En die cultuur zal blijven: ,,De Indiaanse sociale structuren worden veel beter bewaard dan vroeger werd gedacht. Ze worden zelfs sterker, maar in gewijzigde vorm.''

En dat wijzigen gebeurt waar je bij staat: Charles Bearrope heeft ter gelegenheid van deze powwow een spirituele vernieuwing uitgeprobeerd, zo vertelt hij tegen het einde in een toespraakje. Hij is de zweethut ingegaan om zich geestelijk te reinigen, zoals bij de Lakota nog gedaan wordt. Maar de handelingen die dat afsluiten heeft hij nog even uitgesteld. ,,Nu maakt deze powwow dus deel uit van de ceremonie'', meent hij. ,,Dat zal hem op een hoger plan tillen.''

Aan de bezoekers is niet te zien of ze dat een goed idee vinden. Maar wie weet verrassen ze de organisatie van de powwow van volgende week, in Frazier in Montana, met de vraag of de zweethutceremonie wel is gedaan. Om daarna hun gedachten weer te bepalen bij de wedstrijden daar en dan vooral de uitgeloofde hoofdprijs: duizend dollar en een paard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden