Gewone stervelingen die het ultieme offer brachten

Na de Eerste Wereldoorlogvolgde een hausse aan oorlogsmonumenten. Vooral in Frankrijk en Engeland sprak de figuur van de onbekende soldaat aan. Ze fungeerden bijna als volksheiligen.

Op het ereveld op de Grebbeberg kreeg de laatste nog anonieme gevallene uit de meidagen van 1940 deze week dankzij dna-technieken een naam. Nederland kent, in tegenstelling tot andere landen, geen traditie rond de onbekende soldaat.

Oorlogen munten uit in slordigheid en haast. Wapengeweld is niet zuinig met identiteiten, laat soms lichamen als puzzelstukken achter. Anonieme slachtoffers zijn daarom van alle tijden. Lang voldeed een flinke kuil als massagraf voor gevallen strijders. Zand erover en verder.

Halverwege de negentiende eeuw begonnen mensen vraagtekens te plaatsen bij het troosteloze en mistige einde van zoveel levens.

Schrijver/journalist Walt Whitman deed gedurende de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) vrijwilligerswerk als verpleger en zag van dichtbij hoe het conflict tal van naamloze slachtoffers maakte. "De dapperste soldaat verkruimelt in moeder aarde, onbegraven en onbekend", schreef hij in een van zijn boeken over die tijd.

Een paar jaar daarvoor in 1858, hadden de Denen al een monument onthuld voor de anoniem gebleven strijders die gevallen waren in de Eerste Duits-Deense Oorlog (1848-1851), een strijd over de zeggenschap over Sleeswijk. Het was mogelijk het eerste gedenkteken van deze soort.

Zo'n geste sloot goed aan bij de tijdgeest. Nationalisme kreeg Europa langzaam maar zeker in zijn greep. Dat vroeg om bijbehorende rituelen en rituele plekken. Overal verschenen beelden van grote veldheren, kunstenaars en denkers, pompeuze gedenktekens verhaalden zwanger van symboliek over de grootheid van het land, maar de onbekende soldaat sprak het gewone volk misschien nog wel meer aan. De identificatie met deze figuur was gemakkelijker. Hij was immers ook maar een normale sterveling. Maar dan wel een die de grootheid had gehad om het ultieme offer te brengen, die bereid was gegeven zijn vaderlandsliefde met de dood te bekopen. Het was een bijna religieus soort overgave. Autoriteiten en de kunstenaars die in hun opdracht werkten grepen ook terug op door het geloof beproefde recepten: de natie kreeg als begrip een religieuze waarde, de onbekende soldaten fungeerden als de volksheiligen.

De grote hausse aan monumenten volgde na de Eerste Wereldoorlog. Na vier jaar onmenselijke strijd werden honderdduizenden jonge mannen vermist. Nog meer stoffelijke overschotten konden door ernstige verminkingen niet meer aan een naam gekoppeld worden.

Het neutrale Nederland was buiten de oorlog gebleven en bleef zonder gedenkteken. In veel andere landen kregen de onbekende soldaten wel een plek in de herdenkingscultuur. Frankrijk en Groot-Brittannië zetten de standaard. Daar werden op Wapenstilstandsdag in 1920 monumenten onthuld. Niet op de minste plekken overigens: de autoriteiten daar kozen voor een plekje onder de Arc de Triomphe in Parijs en in de eerbiedwaardige Westminster Abbey in Londen. Al in 1921 maakten de regeringen van de Verenigde Staten, Italië en Portugal een soortgelijk gebaar naar hun jongens.

In Frankrijk koos een gewone militair de onbekende soldaat uit vier stoffelijke overschotten. Op het monument kwam een zeer eenvoudige tekst te staan: 'Hier rust een Franse soldaat gestorven voor het vaderland 1914-1918.'

In Groot-Brittannië ging de onthulling gepaard met meer gewichtigheid. Acht dode lichamen werden bijeengebracht op een plek, waar een generaal er een aanwees als de onbekende soldaat. Behalve diens resten werd het zand van vier grote Franse slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog naar Westminster Abbey gebracht. De op de Bijbel (2 Kronieken (24:16) te herleiden inscriptie op het monument daar was veelzeggend: 'Ze begroeven hem tussen koningen, omdat hij zoveel goeds had gedaan voor God en zijn huis.' De Britse monarchie had anders dan die van Duitsland, Rusland en Oostenrijk-Hongarije de republikeinse storm van rond het einde van de oorlog overleefd. Maar monumenten en graven op zeer prominente plekken waren niet langer exclusief voorbehouden aan vorsten en adellijke strategen. De onbekende soldaat democratiseerde het heldendom, op zijn minst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden