Gewone ogen kunnen dromen niet zien

Maria Kassel, Het oog in de buik. Ervaringen met dieptepsychische vrouwelijke spiritualiteit (vert. P. J. Booij). Kok, Kampen. 190 blz. 35,. ISBN:90 242 0689 8.

Elke morgen na het opstaan zette Jung er zich toe om zijn dromen en fantasieen op te schrijven en uit te tekenen. Daarnaast vertelde hij zichzelf verhalen. Hij dwong zijn verbeeldingskracht om ongebreideld de diepe roerselen van het onbewuste prijs te geven. De uitbarsting van archetypisch materiaal liet niet lang op zich wachten. Zo droomde hij op een keer dat hij samen met een jonge man uit prehistorische tijden in een verlaten woestijn liep en de oude Germaanse held, Siegfried, doodde. Op een zondag in 1916 hoorde hij de bel luiden, hoewel er niemand voor de deur stond. Jung had de indruk alsof er een horde geesten zijn huis binnenstormde. Toen hij verbaasd uitriep wat dit te betekenen had, antwoordden ze: "Wij zijn de zielen van de doden die teruggekeerd zijn uit Jeruzalem zonder te hebben gevonden wat ze zochten."

Langzaam ontwaakte Jung uit deze lange nachtmerrie. Hij ontdekte dat het proces wat hij doormaakte een doel had. Het leidde tot de meest intieme elementen van zijn persoonlijkheid; zijn zelf. Deze individuatie, zo consta- teerde hij, ging in zijn dromen vaak gepaard met een bijzondere vierkante figuur die veel leek op de mandala uit India en Tibet. Na deze 'midlife crisis', zoals Jung deze periode later in zijn autobiografie zou noemen, voelde hij zich als herboren. Hij noemde zijn zelfontdekkingsreis, de 'Analytische Psychologie'.

Van nu af aan zou hij, tot aan het einde van zijn leven, zich uitsluitend wijden aan het toepassen en uitdragen van deze ontdekkingen. Deze reis naar het onbewuste die Jung ondernam, is de Duitse theologe Maria Kassel (1931) niet onbekend. Hij geeft, volgens haar, precies weer wat spiritualiteit is. Niet de uiterlijke ritualisering, zoals meditatieoefeningen, het getijdengebed van kloosterlingen of het brevier van priesters zijn daarbij belangrijk, maar het ontdekken van de diepere lagen van de ziel. Ze hanteert daarom de term 'dieptepsychische spiritualiteit', omdat spiritualiteit een zielereis' is, het kijken in de ziel en de reis die we moeten maken om daar te komen. Maria Kassel doceert godsdienstpedagogiek in Munster en werkt tevens als christelijke therapeute.

In 'Het oog in de buik. Ervaringen met dieptepsychische vrouwelijke spiritualiteit', ontvouwt ze haar methode van werken. De titel van het boek werd haar aangedragen door een patiente die naar een fantasieoefening naar aanleiding van het verhaal over de genezing van de blinde Bartimeus, verrast uitriep: Ik heb eigenlijk niets gezien, er was alleen maar een oog in mijn buik.' Voor Kassel toont met deze uitspraak wonderwel aan hoe men een reis naar het diepste innerlijk kan ondernemen.

Met de ogen in ons hoofd, zo legt ze uit, kunnen we maar een beperkte kant op kijken. Dit bewuste waarnemen overheerst in onze westerse samenleving. Zelfs het kijken naar onze ziel, aldus Kassel, gebeurt op dit bewuste niveau van waarnemen. Spontaniteit hebben wij helemaal verleerd. Maar het 'derde' oog in onze buik, in het midden van lichaam en ziel, het zwaartepunt van de mens, is het oorspronkelijke oog van de menselijke ziel. Met dit derde oog, zo voert Kassel aan, geven wij vorm aan ons uiterlijk leven. Het levert de beelden, en onze dromen zijn daar de sprekende getuigen van. Om de beeldentaal van de ziel te ontcijferen, moeten we eerst haar grammatica kennen. Kinderen vertellen ons hoe dat kan. Net als zij moeten we de taal die het onbewuste spreekt ook letterlijk en concreet opvatten. Dit letterlijk interpreteren van de psychische beelden is niet gemakkelijk. Sigmund Freud was de eerste die aantoonde dat dromen de koninklijke weg zijn naar het onbewuste. Maar het ongecontroleerd dromen en fantaseren is, volgens Kassel, niet toereikend. Van Jung heeft ze geleerd hoe men de fantasie een handje kan helpen, of leiden. Deze techniek wordt 'imaginatie' of geleide fantasie' genoemd. Ze werkt met beeldthema's die symbolisch uitdrukking geven aan de structuur van de ziel. Met andere woorden, ze gaat uit van een bewuste activiteit waarnaar een reeks innerlijke voorstellingen worden opgeroepen die in zekere zin worden gestuurd. Andere hulpmiddelen die ze hanteert is het lezen van mythen, sprookjes en verhalen uit de Bijbel. De symbolen die daarin worden gebruikt zijn een handvat om de beelden van onze eigen ziel te leren begrijpen.

Kassel wil zich in 'Het oog in de buik' duidelijk afficheren als feministisch theologe. Het spirituele leven van vrouwen, zegt ze, is in de kerk altijd een ondergeschoven kind geweest. Mannen maakten, en maken nog, steeds de dienst uit. Maar, zo vraagt ze zich af, hoe kunnen - celibataire - mannen nu weet hebben van wat vrouwen innerlijk beroert? Hebben de traditionele leiders van de kerk eigenlijk wel toegang tot wat feministen aan vrouwelijke spiritualiteit hebben ontdekt en ontwikkeld? Deze radicale stellingname sluit geenszins uit dat mannen niet mogen deelnemen aan de zielereis die Kassel voorstelt. Integendeel zelfs. Zoals de vele voorbeelden in 'Het oog in de buik' aantonen, gaat ook voor mannen die Kassels methode toepassen, een nieuwe wereld open. Freud leerde eens dat het orakel van Delfi 'Ken Uzelf' de weg is die leidt tot dieptepsychologisch inzicht. In 'Het oog in de buik' toont Maria Kassel overtuigend aan dat zelfkennis ook de weg is tot openbaring van het goddelijke in de mens zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden