Gewichthefbond doodsbang om Olympische status kwijt te raken

PAPENDAL - Ogenschijnlijk genspireerd door het Sowjetwetboek van strafrecht, dat onder Josef Stalin het leven van miljoenen onschuldige mensen tot een hel maakte, heeft het congres van de International Weightlifting Federation (IWF) vorige maand unaniem een onthutsend dopingbeleid gesanctioneerd. Meer dan elders ligt de sportieve toekomst van goedwillenden direct in handen van wetsovertreders.

ROB VELTHUIS

Onder het mom van 'groepsagitatie' verbanden dictator Stalin en zijn handlangers tussen 1924 en 1953 nietsvermoedenden met wagonladingen vol naar werkkampen in troosteloze oorden. Wie als gewichtheffer de pech heeft in een land te wonen, waar drie collega's worden betrapt op doping, wordt automatisch een jaar van wedstrijden buitengesloten. Een herhaling komt op twee jaar isolement van de onschuldige neer. Voor de overtreders geldt totaal geen pardon. Als eerste Olympische federatie bepaalde de IWF dat een dope-gebruiker terstond voor het leven als lid wordt geroyeerd.

Piet van der Kruk, voormalig Olympische deelnemer en huidige voorzitter van de afdeling gewichtheffen van de Nederlandse krachtsportbond, vertaalt de internationale regelgeving naar de Nederlandse wet. "Vergelijk het maar met een groot gezin met tien kinderen. Er raakt er een in de gevangenis, nummer twee volgt en de ouders kunnen ook niet verhinderen dat nummer drie op het verkeerde pad belandt. In de Nederlandse wet zou dan staan dat alle anderen ook in de gevangenis zouden moeten verdwijnen, inclusief ouders en grootouders. Daar komt deze regel op neer. Wij kunnen nog zo ons best doen om te voorkomen dat mensen dope gebruiken, als je de pech hebt dat er drie tussen de mazen van de wet door glippen, dan ben je als bond voor een jaar uitgeschakeld. Ja, dat is heel heavy."

Verantwoordelijkheid

Het IOC ageert weliswaar tegen doping, maar doet concreet vrijwel niets, als het op bestrijding aankomt. De problemen worden simpelweg op de borden van de internationale sportfederaties geschoven. De IWF heeft op haar beurt alle verantwoordelijkheid doorgegeven aan haar 160 nationale bonden. Naast de dreigende collectieve uitsluiting kost elke betrapte krachtpatser de betreffende bond duizend dollar boete (binnen een maand over te maken) plus de kosten van de contra-expertise. De IWF behoudt zich het recht voor onverwacht in elk land te controleren; de kosten zijn voor de nationale bond. En wie op een EK, WK of Olympische Spelen naar later blijkt een gedrogeerde sporter heeft afgevaardigd, is verplicht het hele begeleidingsteam (chef d'equipe, trainer, dokter) zwaar te straffen.

"Bijna onmenselijk" , noemt Piet van der Kruk de strafbepalingen, maar tegelijkertijd was hij op het congres in Tenerife aanwezig als brave jaknikker. "Goedkeuring van dit beleid was een hamerslag." Vier jaar geleden, vlak na de voor het gewichtheffen rampzalige Olympische Spelen van Seoul, had het bestuur het programma reeds in grote lijnen samengesteld en in afwachting van goedkeuring grotendeels al effectief verklaard. "Het had geen zin, ook voor mij niet, om daarover relativerende woorden te zeggen. Het heeft alles te maken met het handhaven van gewichtheffen als Olympische sport. Het is op de Spelen een paar keer vreselijk uit de klauwen gelopen, met alle negatieve publiciteit van dien. Alhoewel het nooit officieel is uitgesproken, kon je in de wandelgangen horen dat het voortbestaan van gewichtheffen als Olympische sport afhangt van de mate waarin dope-gebruik onder controle wordt gehouden. Men blijkt daar heel ver in te willen gaan."

Tijdens de Spelen van Barcelona werd dit jaar geen gewichtheffer betrapt, kon volgens Van der Kruk ook niemand positief worden bevonden. Op de eerste plaats werd de nationale bonden lang voor het evenement opgedragen te melden waar Olympische kandidaten zich bevonden - ook verplaatsingen moesten worden doorgegeven - zodat een controleteam altijd de mogelijkheid had een plas af te komen halen. Ten tweede moest elke deelnemer zich binnen drie dagen na aankomst in Barcelona bij de dopingcontrole melden en werd ook na de wedstrijden verplicht urine afgetapt. Aangenomen mag worden dat vrijwel elke gewichtheffer minstens driemaal is gecontroleerd, daar nationale bonden bij afvaardiging geen enkel risico meer willen nemen. Van der Kruk: "Wij hebben een beperkt budget, voor zo'n tien tot vijftien testen. Steekproefgewijs controleren we vooral in het stadium dat kandidaten zich klaarstomen voor internationale evenementen. Want je kan er donder op zeggen dat je bij een EK of WK wordt gecontroleerd. Wij zijn als bond niet meer zo geinteresseerd in het resultaat van de wedstrijd, maar meer in de uitslag in de periode ervoor."

Met de volledige erkenning van het doping-probleem nam de IWF tot op heden als enige internationale sportfederatie een verregaande consequentie: het schrappen van de oude recordlijsten, ofwel de vernietiging van het besmette verleden. Dit gebeurde door de oude indeling van gewichtsklassen door een nieuwe te vervangen. "De invalshoek van het dopingprobleem wordt in relatie met die nieuwe klassen niet openlijk genoemd" , aldus Van der Kruk. "Maar een goed verstaander heeft een half woord nodig. Ik denk dat men gewoon met een schone lei wil beginnen. Er zijn toch hier en daar een aantal besmette records. Sinds de dopingcontrole heel erg streng is en de strafmaat zwaar, wordt er geen wereldrecord meer verbeterd, met uitzondering van af en toe in een lichte gewichtsklasse. 98 procent van de wereldrecords is gefixeerd op vijf jaar geleden. Door de nieuwe klasse-indeling wordt gebroken met het verleden. Bovendien is het nu voorschrift dat een certificaat van goed gedrag moet worden afgegeven, voordat een wereldrecord wordt erkend."

Groot probleem

Dat laatste stelt Van der Kruk in eigen land voor een groot probleem. Tijdens de eerstvolgende Nederlandse kampioenschappen wordt elke titelhouder tevens Nederlands recordhouder. "Wil je in de pas lopen met het internationale beleid, dan betekent het dat we een gigantisch bedrag nodig hebben om iedereen die een record verbetert, te laten plassen. Dan heb ik een budget nodig dat een veelvoud is van het bedrag dat we hebben om mensen aan wedstrijden deel te laten nemen. En het is te gek om los te lopen om van iedereen die een recordje verbetert, zeshonderd gulden voor een dopingtest te vragen. Ik weet nog niet hoe we uit dat probleem moeten komen. Een parallel beleid met de IWF zit er niet in."

Nulpunt

Het was Van der Kruk persoonlijk die zich in het verleden inzette om een goed anti-doping-beleid van de grond te krijgen. In 1985 kreeg hij bij toenmalig staatssecretaris Joop van der Reijden een subsidie van 25 000 gulden los. Inmiddels is de jaarlijkse bijdrage weer tot het nulpunt gedaald. "WVC heeft zijn best wel gedaan, ik heb niemand iets te verwijten. We hebben een beleid kunnen ontwikkelen en hebben veel ervaring opgedaan. Maar je kan niet van de overheid verwachten dat zij hiervoor structureel middelen ter beschikking stelt. Dan moet ze dat voor alle bonden doen en gaat straks een belangrijk deel van het budget naar doping-beleid. Dat is het dilemma: iedereen vindt het zonde van het geld, maar het is toch nodig. Toch moet het zichzelf een keer gaan opblazen. Organisatorisch en financieel is doping niet uit te roeien. Persoonlijk denk ik dat u en ik het nog zullen beleven dat dope-gebruik vrij zal worden gegeven. Dat de verantwoordelijkheid voor gebruik bij de sporter zelf wordt gelegd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden