Gewetensvol en altijd serieus

Ze was beslist over goed en fout, zag kleine partijen als het geweten van de politiek en liet het tactische spel liever aan anderen. Ria Beckers, woensdag overleden, was de eerste vrouwelijke lijsttrekker in de Nederlandse politiek.

Zelden verrieden de ogen van een Sinterklaas zozeer het ongemak over de eigen vertoning als die keer dat hij plaatsnam in de voorzittersstoel van de Tweede Kamer. Het was dat anderen zeiden dat deze 'ludieke actie' leuk was en hij de pret niet wilde bederven, anders had hij zijn medewerking aan dit campagnestuntje subiet geweigerd.

De ongelukkige was Ria Beckers, fractievoorzitter van de Politieke Partij Radicalen, de PPR, die later opging in GroenLinks. Voor één keer leende zij zich voor effectbejag, op aanraden van imagobouwers die electorale winst zagen in de boodschap dat radicaal links ook 'vrolijk links' was, en ze had zichtbaar spijt van het spektakelstukje. Zij deelde weliswaar in de herinneringen die de leuze 'vrolijk links' moest oproepen aan de vrijheidsdrang van de jaren zestig, de geestelijke bron van het radicalisme, maar waarom vrolijk doen als er nog zoveel onrecht op de wereld was?

De ernst waarmee zij in het leven stond en die ook haar politieke optreden stempelde, maakte haar als Sinterklaas in alle opzichten misplaatst. Dat zij zich toch op sleeptouw liet nemen, is zonder twijfel toe te schrijven aan de druk die het succes van haar flamboyante voorganger Bas de Gaay Fortman op haar legde. Hoewel zij gedurende de lange periode van haar politiek leiderschap onverminderd het respect en de waardering van haar partij genoot, wierp niettemin het stille vermoeden dat de PPR onder De Gaay Fortman een beter electoraal lot zou zijn beschoren, al die tijd een schaduw over haar leiderschap. De Gaay Fortman stuwde de PPR in 1972 van twee naar zeven zetels, Beckers verloor er bij de eerstvolgende verkiezingen weer vier. Ze maakte dat verlies nooit goed.

In tegenstelling tot Beckers bezat 'Bas' de natuurlijke charme van een politicus die zich kan onthechten van de ernst van het bestaan. Dankzij die charme maakte hij geen geforceerde indruk toen hij in de Eerste-Kamercampagne van 1987 optrad in het officiële ambtskostuum van een senator, met sjerp en steek.

De Gaay Fortman schreef het teleurstellende verkiezingsresultaat van GroenLinks in haar geboortejaar 1989 vooral toe aan Beckers' weigering mee te doen aan het 'MPC', het media-politieke circuit. Waarom had zij zich niet met de vrouwelijke fractiegenoten Andrée van Es en Ina Brouwer joggend in het bos laten fotograferen? Maar daarmee vroeg hij het onmogelijke van haar. Met haar persoonlijkheid kon spektakel noch humor haar wapen zijn.

Beckers (1938), dochter van een hoofdonderwijzer uit Driebergen/Rijsenburg, was de oudste van zeven kinderen uit een oerkatholiek gezin. Zij was in 1977 de eerste vrouwelijke lijsttrekker in de Nederlandse politiek. Beckers leidde de PPR tot deze in 1989 opging in GroenLinks, en was ook de eerste leider van deze fusiepartij. In 1993 maakte zij de overstap van de Tweede Kamer naar de milieubeweging. Tot 2004 was zij voorzitter van Natuur en Milieu.

Haar ernst en twijfelloze overtuiging van wat goed is en wat niet, typeerden haar als een boven-Moerdijkse katholiek, voor wie de godsdienst veel meer een richtlijn voor het leven is dan een zondags ritueel. Zij herkende al gauw de geestverwantschap met oud-KVP-politica Marga Klompé uit Arnhem, met wie zij veel contact had. En zij waardeerde minister van justitie Ernst Hirsch Ballin, in wiens betoog dat ook de economie door waarden moet worden genormeerd, zij als classica de oude les van de Grieken herkende dat de mens de maat is en niet het geld.

Evenmin kostte het haar moeite bij Ruud Lubbers, opgeleid door de Jezuïeten in Nijmegen, de zwakke plek te raken. “Denk je dat ik dat soort brieven niet krijg?“ brieste hij haar vanachter de regeringstafel toe, nadat zij bij algemene beschouwingen een brief voorlas van een oude mevrouw die in armoede verkeerde. Hoezeer ze ook de werklust en de creativiteit van Lubbers bewonderde, zij miste bij hem de empathie voor de mensen die hij met zijn bezuinigingsbeleid trof. Zij stond tegen hem op in naam van gastarbeiders, geestelijk gehandicapten, gevangenen en andere machtelozen, voor wier belangen zij haar hele politieke leven in de Tweede Kamer in het krijt trad.

In de oerfase van de PPR domineerden de boven-Moerdijkse katholieken de partij, mensen als Erik Jurgens, Harry van Doorn, Boy Trip en Michel van Hulten. Allemaal ervaren bestuurders, op wie de PPR steunde in de enige periode dat zij meeregeerde, in het kabinet-Den Uyl (1973-1977), maar die na 1977 de PPR een voor een de rug toekeerden. Aan dat vertrek lag een tactische blunder ten grondslag waarvoor Beckers medeverantwoordelijk was. Op het verkiezingscongres dat haar in 1977 tot lijsttrekker koos, stemde zij in met een anti-CDA-resolutie, waarmee de PPR zichzelf tot de oppositie veroordeelde. Daar bleef zij de rest van haar bestaan.

CDA-lijsttrekker Van Agt voorzag dat effect dondersgoed, getuige zijn commentaar op de resolutie: “Het PPR-jongetje weigert verder te voetballen en verlaat het speelveld. Wij zwaaien het ventje vriendelijk uit.“

Politieke tactiek was nooit een sterke kant van Beckers. Zij verliet zich daarvoor op Peter Lankhorst, een talentvol politicus die vanaf 1981 de tweede PPR-zetel bezette. Meer dan op tactiek, vertrouwde de voormalige lerares oude talen aan het Stedelijk Gymnasium in Leiden op de kracht van het woord, waarvan zij de potentie ontdekte tijdens haar studie van de klassieke retorica. Haar hoogleraar Bertus de Rijk, classicus en een langdienende PvdA-senator, zei de hechte opbouw en de klassieke welsprekendheid van zijn oud-leerling in de Tweede Kamer zeer te waarderen, maar signaleerde tegelijkertijd dat wie zo recht door zee is als zij, nooit klinkende resultaten zal boeken.

In de macht van het woord zag zij de rol van de kleine partijen. Anders dan de grote hoefden deze hun ideeën niet te laten verwateren omwille het machtsbehoud. De onverdunde kwaliteit die dat hun gedachtegoed gaf, maakte hun invloed volgens Beckers groter dan hun zeteltal zou doen vermoeden. Zij reageerde daarom altijd geërgerd op commentatoren die de kleine partijen als marginaal en oninteressant terzijde schoven. “Kom, kom, het is nodig wat we hier doen. Anders zat ik hier niet“, zei zij geprikkeld na enkele zuigende vragen van Volkskrant-journalist Jan Tromp.

Ze ging gebukt onder het imago van een politica die zich door het onrecht liet emotioneren, en voor wie de formulering van het gelijk belangrijker was dan het gelijk krijgen. De snik in haar stem droeg bij aan dat imago. Ze had de neiging tot het idealiseren van de jaren zestig en zeventig. Destijds namen de PPR-bestuursleden naar de vergaderingen op een boerderij in Leerdam hun eigen matras mee. Een verslaggeefster van Margriet herinnert zich dat Beckers haar liet plaatsnemen op een zitzak, ook zo'n relikwie.

In vraaggesprekken sprak Beckers later bij herhaling de hoop uit op een nieuwe 'abrupte ommekeer', zoals in de jaren zestig, waarbij ze er voetstoots vanuit ging dat zo'n wenteling ook een keer ten goede zou zijn. Het zal een desillusie voor haar zijn geweest dat de ommekeer die er kwam, na 11 september 2001 en twee politieke moorden, vooral een verharding van het maatschappelijk klimaat lijkt te brengen.

Toch doet het beeld van een verstokt idealiste die liever getuigt van een betere wereld dan concrete resultaten boekt, haar geen recht. “Wie dat zegt heeft er niets van begrepen, helemaal niets!“, beet ze Jan Tromp toe. De geschiedenis heeft al te vaak getoond dat mensen in naam van een ideaal tot de ergste daden in staat zijn. “Probeer niet hét grote alternatief te bouwen“, waarschuwde ze.

Beckers zei wars te zijn van luchtfietserij, en de kiezers alleen te willen beloven wat zij zou kunnen waarmaken. De veranderingen die zij nastreefde in het consumptiepatroon, het internationale veiligheidsbeleid en de bejegening van vreemdelingen, zag zij dan ook niet zozeer als idealisme, maar veeleer als hervormingen waartoe de realiteit onherroepelijk zou dwingen.

En anders dan utopisten die hun hoop vestigen op de kracht van het systeem, had ze een groot vertrouwen in de kracht van mensen zelf om veranderingen te bewerkstelligen. De regels van een virtueel systeem kunnen nooit tippen aan de praktische ervaringswereld van mensen. Ze noemde dan als voorbeeld de statistiek dat Bhutan een van de armste drie landen ter wereld is. De mensen in Bhutan zelf ervaren dat niet zo, wist ze uit ervaring, zolang er hout genoeg is om hun eigen huis te bouwen.

Ook de pioniers in de biologische landbouw toonden volgens haar hoe mensen met gevoel voor de realiteit op tijd de bakens kunnen verzetten. Zelf verzorgde zij met haar man Karel op de boerenhoeve in Wadenoijen (Betuwe) onbespoten hoogstamfruitbomen en hield zij schapen. Dat was ongeveer het leven dat wijlen het VVD-kamerlid Theo Joekes ('Dag Joek!', begroette zij hem altijd) haar bij haar afscheid van de Kamer toewenste: “Hard werk, veel pret, mooi weer en af en toe een boel mensen en beesten om haar heen.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden