Gewetensbezwaar / Ambtenaar mag best homohuwelijk weigeren (opinie)

Het punt van de trouwambtenaar die moeite heeft met homohuwelijken wordt sterk overdreven. Nog nooit is daarom zo’n huwelijk afgelast.

Sinds de invoering van het homohuwelijk in 2000 wordt veel gediscussieerd over de positie van trouwambtenaren die gewetensbezwaren hebben tegen zo’n huwelijkssluiting. Het regeerakkoord deed de discussie onlangs weer oplaaien.

Verschillende grote gemeenten lieten plotseling weten dat hun ambtenaren van de burgerlijke stand niet mogen weigeren homo’s te trouwen. Ook liet een aantal politici en bestuurders zich in nogal ferme bewoordingen over deze kwestie uit. Tegen de opstelling van de gemeenten en de kritiek van politici en bestuurders is op juridische, pragmatische en morele gronden het nodige in te brengen.

Mag een gemeente van haar ambtenaren eisen dat ze homohuwelijken sluiten? De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde op 15 maart 2002 dat deze eis aan trouwambtenaren een indirect onderscheid op grond van godsdienst inhoudt, omdat vooral gelovigen erdoor worden benadeeld. Het doel om trouwambtenaren zonder uitzondering de wet te laten uitvoeren is weliswaar legitiem, maar niet zwaarwegend genoeg. Er zijn namelijk voldoende andere trouwambtenaren beschikbaar en het aantal huwelijken tussen personen van hetzelfde geslacht is gering.

De kritiek van GroenLinks-leider Femke Halsema dat het plan van het kabinet discriminatie van homo’s legitimeert en in strijd is met het in artikel 1 van de Grondwet vastgelegde gelijkheidsbeginsel is opmerkelijk, want wettelijk is er niets veranderd en gaat er ook niets veranderen. Mogelijk wordt slechts de rechtspositie van gewetensbezwaarden geregeld. Daarbij geldt dat ook godsdienst valt onder het gelijkheidsbeginsel van artikel 1.

Het door sommige gemeenten gehanteerde argument dat het kabinet niet gaat over hun personeelsbeleid snijdt geen hout, omdat gemeenten zich aan de wet hebben te houden, ook in hun personeelsbeleid.

Het argument dat ambtenaren de wet moeten uitvoeren en dus ook homohuwelijken moeten sluiten, houdt evenmin stand. Terecht stelde minister Remkes van binnenlandse zaken in april vorig jaar – in reactie op een motie – dat het hebben van een gewetensbezwaar op zichzelf niet indruist tegen de eed die een ambtenaar moet afleggen. Ruimte bieden voor gewetensbezwaren, zeker godsdienstige, maakt immers ook onderdeel uit van het Nederlandse rechtsstelsel waaraan ambtenaren gebonden zijn.

De gedachte dat niemand verplicht is om ambtenaar van de burgerlijke stand te worden, getuigt van weinig juridisch besef. Ook orthodoxe gelovigen, die om welke reden dan ook ambtenaar van de burgerlijke stand willen worden, hebben het recht op hun godsdienstige overtuiging.

Het argument dat er mogelijk ook mensen zijn die geen huwelijk willen sluiten tussen een blanke en een zwarte of tussen een moslim en een niet-moslim of tussen een arme en een rijke getuigt van veel creativiteit, maar van weinig realisme. De Nederlandse rechter is zeer wel in staat gebleken om tot een afbakening te komen van wat in alle redelijkheid wel of niet als een godsdienstige overtuiging kan gelden.

De positie van gewetensbezwaarde ambtenaren moet los worden gezien van het recht van twee mensen van hetzelfde geslacht op een huwelijk. Zolang in iedere gemeente in Nederland een homohuwelijk gesloten kan worden, is er geen reden om te tornen aan de rechtspositie van gewetensbezwaarde ambtenaren en speelt het belang van de bruidsparen een beperkte rol. Is er ooit een homohuwelijk niet gesloten omdat er geen trouwambtenaar beschikbaar was? Gemeenten hebben alle ruimte voor pragmatische oplossingen. Daarbij moet bedacht worden dat minder dan twee procent van alle huwelijken wordt gesloten tussen mensen van hetzelfde geslacht. Er is dus geen enkele reden waarom niet beide in het geding zijnde belangen behartigd zouden kunnen worden.

De burgemeester van Leeuwarden, Geert Dales (VVD), sneerde: ,,Mensen hebben recht op gekke opvattingen, maar moet je ambtenaren in hun werk ruimte geven voor deze wonderbaarlijke opvattingen?” Die gedachtegang van Dales is opmerkelijk. Tot zeven jaar geleden was het nergens ter wereld mogelijk om een huwelijk te sluiten tussen personen van hetzelfde geslacht. Wanneer er nu ’diep gelovige’ trouwambtenaren zijn met bezwaren tegen dergelijke huwelijken, worden zij beschuldigd van het huldigen van ’gekke’ en ’wonderbaarlijke opvattingen’.

Mijns inziens kan de plotselinge moeite met gewetensbezwaarde ambtenaren niet werkelijk ingegeven zijn door praktische bezwaren; die zijn namelijk niet reëel. Het werkelijke probleem zit in de afkeer van niet begrepen godsdienstige overtuigingen. Onder de dekmantel van het streven naar gelijke behandeling en ruimdenkendheid – althans: voor zover het homohuwelijk in het geding is – broeit onbegrip voor mensen die op godsdienstige gronden ethische grenzen trekken.

De vraag kan gesteld worden: hoe ruimdenkend is politiek en bestuurlijk Nederland werkelijk?


Bas Hengstmengel is docent Recht en religie aan de rechtenfaculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden