Geweld is onderschatting van de kracht van de rede Filosofisch Elftal

Wat kunnen denkers zeggen over het nieuws? De paus heeft met de woorden van een Byzantijnse keizer kwaad bloed gezet in de islamitische wereld. Maar het eigenlijke onderwerp van zijn toespraak betrof de verhouding tussen rede en geloof. Kunnen wetenschap en religie samengaan?

’De commotie over de pauselijke redevoering komt door een fatale combinatie: overgevoeligheid van sommige moslimleiders voor elke vorm van kritische discussie over hun godsdienst én de gretigheid van de media, die leven van een soundbite- cultuur, waarin een gedachtegang pas interessant is als die een polemisch citaat bevat.”

Theo de Wit, universitair docent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit van Tilburg, vreest dat het belangrijkste punt van de paus daardoor over het hoofd wordt gezien: de driehoek geloof, rede en geweld. „Gods woord en schepping zijn volgens de paus ’redelijk’. Dat impliceert: zonder geweld. Bekering wil dan zeggen: een ’redelijke ziel’ overtuigen met argumenten, niet met geweld bedreigen.”

Volgens Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden, kent het christendom twee conflicterende visies op de verhouding tussen wetenschap en geloof. „Volgens de eerste hebben christenen niets met de Griekse filosofie te maken. Dat past bij wat Paulus schrijft in de Eerste brief aan de Corinthiërs: ’De wijsheid van God is dwaasheid voor de mensen.

’De tweede visie ziet evangelie en platonisme in elkaars verlengde liggen. Door Augustinus en Thomas van Aquino is dit de hoofdstroom van het katholicisme geworden. De paus bekent zich tot deze visie als hij zegt dat God en zijn schepping redelijk zijn.

Volgens de Griekse metafysica is het universum doordesemd van een Goddelijke logos die wij kunnen herkennen en begrijpen. Wie met elkaar in dialoog gaat, doet een beroep op deze logos, omdat je ervan uitgaat dat een ander redelijk te begrijpen valt. Wie wetenschap bedrijft, doet een beroep op deze logos, omdat je ervan uitgaat dat het universum redelijk te begrijpen valt.’’

De Wit: „De paus weet dat deze positie altijd omstreden is geweest. Sinds Job worstelen jodendom en christendom met de vraag: als God en zijn scheppingsorde ’redelijk’ zijn, waarom is er dan toch zoveel wereldse chaos en kwaad? De antwoorden op die vraag benadrukten Gods transcendentie en ’soevereiniteit’: Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. De paus heeft het over een laat-middeleeuwse stroming die deze gedachte radicaliseert, en Gods vrijheid en zijn onkenbare wil benadrukt.”

Kinneging: „Plato vraagt in zijn dialoog Eutyphro: ’Is iets goed, omdat God het wil, of wil God het omdat het goed is?’. Dat laatste is de Griekse opvatting. Als het eerste het geval is, dan kan God in principe ook de Tien Geboden veranderen. Dit is de opvatting van Scotus en ook van de reformatoren Luther en Calvijn. Zij wilden het christendom zuiveren van het Griekse denken. Sola fide: alleen door het geloof. De islam is in deze zin ook een soort protestantisme.”

De Wit: „Hoe sterker je de almacht van God benadrukt, hoe meer hij de trekken krijgt van een willekeurige despoot die doet wat hij wil. Van zo’n God wil je je natuurlijk het liefst bevrijden. De paus neemt uitdrukkelijk afstand van die traditie door te benadrukken dat er een samenhang is tussen wat wij als redelijk beschouwen en Gods scheppende wil. De paus stelt dat er ook in de islam een stroming bestaat die Gods almacht centraal stelt, ten koste van diens redelijkheid. Volgens Ibn Hazn in de tiende eeuw is God zelfs aan zijn eigen woord niet gebonden.”

Kinneging: „De paus sprak ook over ’de vermindering van de reikwijdte van de rede’. Daarmee bedoelde hij dat de rede in de moderne wetenschap is teruggebracht tot een calculerende en instrumentele rede. Onze wetenschap kan iets zeggen over de vraag van het hoe, niet over het waarom en waartoe, terwijl de klassieke notie van de logos vooral daar op betrokken is. De paus wil dat er in de wetenschap weer plaats wordt gemaakt voor het redelijk denken in deze zin.”

De Wit: „De pauselijke voordracht is geen reden op hoge toon excuses te gaan eisen of met geweld te dreigen; dan krijgt de paus pas echt gelijk. Het is reden om in beide religies aan zelfreflectie te doen over de godsvoorstelling. Getuige zijn van kritische zelfreflectie van de ander stimuleert meer dan wat ook tot zelfonderzoek. De vraag is of er in christendom en islam een verband bestaat tussen de nadruk op de onkenbaarheid van God en religieus geweld.”

Kinneging: „Gewelddadigheid lijkt mij weinig te maken te hebben met Gods transcendentie, maar meer met onderschatting van de vermogens van de rede. Als je denkt dat een ander je niet kan begrijpen, blijft alleen het bevel over. Als hij dan niet gehoorzaamt, kun je alleen nog maar slaan. Voor zover in de islamitische wereld geen vertrouwen bestaat in de rede, is dit wat er overblijft.

Je kunt de rede ook te hoog inschatten, als je denkt dat iedereen altijd bereid is tot een redelijke dialoog. Je kan de dialoog niet aangaan met mensen die niet luisteren. Dat beschrijft Plato in de ’Politeia’. In het boek vraagt de ontvoerde Socrates zijn gijzelnemers of hij ze niet kan overtuigen met argumenten. Hun wedervraag: ’Hoe wil je ons overtuigen, als we niet luisteren?’”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden