Geweld als thema en taal als munitie

(Trouw)

Na succesvolle opvoeringen in 1989 lagen de stukken van Rainhald Goetz twintig jaar op de plank. Nu gaan er plots twee tegelijk in première. De jonge regisseurs herkennen zich in zijn gevecht met de taal – nee, de taal als gevecht.

’Bij Rainhald Goetz is taal meer dan woorden alleen, het kan een dramatisch gegeven op zichzelf zijn”, zegt regisseuse Caitlin van der Maas (1983). „Het is taalterreur en tegelijk de mooiste poëzie”, zegt regisseuse Karin Netten (1979).

Met verfrissend enthousiasme verklaren zij hun keuze voor het werk van de Duitse schrijver Rainald Goetz. Na twintig jaar zijn zij de eerste theatermakers die zijn stukken nieuw leven inblazen.

Als een meteoor kwam in 1989 de destijds nog jonge schrijver Rainald Goetz (1954) het Nederlandse toneel ingeschoten, geïntroduceerd door Theu Boermans met zijn pas opgerichte toneelgroep De Trust. Het was een heftige kennismaking. Met geweld als thema en de taal als munitie.

In de trilogie ’Oorlog’ (’Krieg’) gaf Goetz trapsgewijs zijn visie op geweld; in het eerste deel ’Oorlog’ (’Heiliger Krieg’) op geweld in de samenleving, in het tweede deel ’Veldslagen’ (’Schlachten’) op geweld binnen het gezin en in het derde deel ’Koliek’ (’Kolik’) geweld samengebald in het hoofd van het individu.

Rainald Goetz is arts en historicus. Hij was nog een tiener in de roerige periode van de Rote Armee Fraktion. Die heeft hem zonder twijfel beïnvloed. Hij raakte geobsedeerd door geweld als fenomeen, geweld dat de wereld beheerst en dat alleen maar te keren is door ander geweld: geweld als vicieuze cirkel.

Als arts werkte hij ooit in een psychiatrische inrichting, maar hij zat er later ook als patiënt. Het gesticht werd voor hem een metafoor voor de echte wereld. In ’Oorlog’, zijn eerste toneelwerk, voelde je de moeite die het hem kostte om greep te krijgen op de voortrazende gekte in zijn kop.

Hij raakte op slag bekend toen hij zich op een literatuurfestival in 1983 bij een lezing uit eigen werk met een mes in het voorhoofd sneed. Dat leek een publiciteitsstunt, maar was een symbolische daad. Een vreedzame oplossing bedenken stond haaks op de werkelijkheid, vond hij. Het was alsof denken en buitenwereld van elkaar gescheiden waren door een ondoordringbare wand, de schedel. Met die snee maakte Goetz daar symbolisch een opening in.

Met ’Oorlog’ verwierf Goetz onmiddellijk faam als belangrijkste ontdekking in de Duitstalige toneelliteratuur. Het stuk maakte furore op het prestigieuze Theatertreffen ’88 in Berlijn en Goetz won er de Mülheimer Theaterprijs mee, voor het beste nieuwe toneelstuk. Sinds Heiner Müller, Thomas Bernhard en Botho Strauss was met hem, Gustav Ernst en Werner Schwab opnieuw een generatie jonge ’Wilden’ in de Duitstalige toneelschrijfkunst opgestaan.

’Oorlog’ trok een opvallend jong publiek, terwijl je zijn tekst niet echt toegankelijk kunt noemen. Het is eerder een partituur, een cumulatie van bizar samengestelde woorden en onafgemaakte zinnen, veelal zonder interpunctie, die pas na een scherp ordenende analyse van theatermakers samenhang krijgt.

Kon het eerste deel nog als een bizarre revue worden gepresenteerd, de andere twee leken deprimerender, om niet te zeggen zelfdestructief. In ’Veldslagen’ wordt een heel gezin geterroriseerd door een man, die zich schilder noemt, maar al in dertig jaar geen penseel meer op het doek heeft gezet. In ’Koliek’ drinkt een man zich in zeventien seconden dood. In beide ratelt de taal maar voort, niet in staat onmacht te bezweren. Een gevecht met taal, nee, taal zelf is het gevecht.

Het was ontregelend en fascinerend om mee te maken. Eén keer in dezelfde periode is ’Veldslagen’ nog opgevoerd door toneelkern Het Oranjehotel en in 2000 heeft De Trust nog een minder geslaagde uitvoering gegeven van een ander stuk, ’Jeff Koons’, waarin brutale kitsch het helaas won van de intrigerende tekst van Goetz. Twee decennia duurde het voor iemand zich weer aan diens taalorkanen waagde.

Binnen één week gaan nu maar liefst twee stukken van Goetz’ trilogie in première, beide geënsceneerd door twee pas beginnende regisseuses. ’Veldslagen’ is een afstudeervoorstelling van Caitlin van der Maas. ’Koliek’ is Karin Nettens regiedebuut bij Toneelschuur Producties en tevens de start van een meerjarige alliantie met het RO Theater voor de ontwikkeling van regietalent.

Onafhankelijk van elkaar zijn Caitlin van der Maas en Karin Netten tot hun keuze gekomen. Helemaal toevallig is die niet. Beiden hebben in het tweede jaar van de regieopleiding, wanneer vooral aandacht aan toneelrepertoire wordt geschonken, les gehad van Rezy Schumacher, destijds dramaturge van De Trust. Door haar zijn zij op de Duitse modernen – Goetz, Ernst, Schwab – gestuit en er in geïnteresseerd geraakt.

„Veldslagen’ is”, zegt Van der Maas, „complete taalterreur. In zekere zin kun je die woordenstroom vergelijken met het werk van Thomas Bernhard. Wat me zo aantrok is dat de taal vorm an sich is, heel erg geconstrueerd en geladen tegelijk.”

„Koliek gaat letterlijk”, zegt Netten, „over de ontoereikendheid van taal, over de weg kwijtraken in het leven en de taal. Het is een trip waarin je wordt meegezogen.”

Beiden zien raakvlakken met hun eigen tijd en generatie. „Wij zijn de generatie”, zegt Netten, „die is opgevoed met het ’God is dood’, maar de essentiële vragen blijven. Geloof noch politiek hebben een antwoord. Juist in deze tijd van verwarring willen wij weten waar we heen gaan, wie wij zijn. Dat maakt de worsteling van de man in Koliek zo interessant. Mooi in zijn kwetsbaarheid.”

„In Veldslagen”, zegt Van der Maas, „wil de man het ultieme kunstwerk scheppen, durft niet en komt dan tot niets. Het is het onvermogen van een kunstenaar én van de gewone mens om het leven aan te kunnen. Goetz noemt het doodsangst, ik liever levensangst. Hij praat voor zijn leven, maar komt al reducerend altijd uit bij de dood. Houdt zichzelf en zijn gezin gevangen tussen leven en dood. Zo ontstaat terreur in een microsamenleving.”

Netten: „Je kunt zoiets het beste op microniveau laten zien.” Van der Maas: „Op het slagveld van het gezin zie je: in principe is iedereen dader én slachtoffer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden