Gewapend met een elegant pistool

Thrillerhelden zijn steeds vaker vrouw. Maar of ze decolletés dragen, tobben over crèchetijden, dan wel forensische puzzels ontcijferen, dat verschilt nogal per land, constateert Afra Botman.

Naaldhakken en een laptop. Een decolleté, een elegant pistool: dat zijn de hulpstukken van de hedendaagse thrillerheldin. Ze is sexy, professioneel en onversaagd. En ze is sterk in opkomst.

Er is heel wat gebeurd in de misdaadliteratuur sinds Agatha Christie's Miss Marple – upperclass, alert, geweldloos en vooral seksloos –, sinds Simenons Maigret – mevrouw Maigret kookt heerlijk, en verder kan de commissaris het uitstekend vinden met de vrouwtjes van de straat –, en sinds Ian Flemings James Bond, die zo graag stoeit met de girls. Ook in de thriller is de vrouw uit de keuken gekomen, mede door het groeiende aantal vrouwelijke misdaadschrijvers.

Het nieuwe vrouwelijke personage is niet meer óf slim óf mooi: het kan allebei. Ze heeft een professie en hersens, vaak in combinatie met een spectaculair uiterlijk. Ze is sterk en vastbesloten het kwaad de wereld uit te helpen. Maar ze heeft een zwakke plek. Dat kan drank zijn, of seks, een geheim uit haar jeugd. Ze tobt over het moederschap omdat de biologische klok tikt, of juist omdat ze te weinig tijd heeft voor haar kinderen. Voilà de moderne heldin.

Ze dankt haar bestaan aan de psychologische thriller, waarvoor de Amerikaanse Patricia Highsmith in de jaren vijftig de basis legde. In Engeland ontdeed John le Carré het spionageboek van de James Bond-glamour en in Zweden vernieuwden Sjöwall en Wahlöö in de jaren zeventig het speurdersgenre. Door hen kwam er variatie in het patroon van het klassieke detectiefje, met als held een slimme speurder die twee zekerheden had: bij vergiftiging moest hij op zoek naar een vrouw, bij zwaar geweld en schotwonden was de dader een man. De misdaad kreeg een maatschappelijke of psychologische lading. De speurhelden kregen emoties, zwakke kanten, een gezin en maatschappelijke betrokkenheid.

Vrouwen deden nog niet echt mee, niet als schrijfster en niet als personage, hoogstens als slachtoffer, of als eenzame en mokkende echtgenote. Maar het begin was er en vanaf de jaren negentig kregen Agatha Christie, Dorothy Sayers en Patricia Highsmith waardige opvolgsters met Elizabeth George, Minette Walters en Nicci French, die overigens nog vaak mannen in de hoofdrol zetten.

Pas de jongste generatie misdaadschrijfsters heeft de vrouw tot hoofdpersoon laten emanciperen. Voortrekkers zijn de Scandinavische auteurs (Camilla Lückberg, Lisa Marklund), die hun heldinnen een realistisch vrouwenleven geven, met een zware baan, de stress om de kinderen op tijd van de crèche te halen en mannelijke collega’s die graag aan haar stoelpoten zagen.

In de Amerikaanse misdaadboeken spelen vrouwen een belangrijke rol, soms obligaat en politiek correct, zoals ook veel personages een kleurtje hebben gekregen, of een exotische achternaam. Het vurig verlangen naar lucratieve verkoop van de filmrechten druipt van de pagina’s af, en dat heeft consequenties voor vrouwen. Want naast de kennelijk onmisbare achtervolgingen en shoot-outs levert het jammerlijk oppervlakkige personages op. Een hoofdpersoon kan best een professional zijn, als ze er maar lekker uitziet. Dus krijgen we de piepjonge, snel promotie makende misdaadbestrijdster, die scherpschietend struikelt over haar Jimmy Choo-hakken. Lisa Scottoline is daar een exponent van. Karin Slaughter doet het beter, met rauwe verhalen, grote maatschappelijke kwesties en hoofdpersonen die zowel heldin als slachtoffer zijn. Ze worden mishandeld, neergeschoten, of verkracht, maar geven niet op. Een vrouwelijke variant op de klassieke hardboiled held.

Engelsen (Schotten en Ieren incluis) munten nog altijd uit op psychologische vlak. Zij kruipen in het hoofd van slachtoffer of dader en laten de lezer intensief meevoelen. Veelbelovend is de Schotse Denise Mina, die haar fascinerende vrouwen een evolutiesprong gunt: naar de rol van antiheldin. Slordig gekleed, rommelig levend, onzeker in de liefde, maar geestig en in staat haar plek onder de zon op te eisen.

Nederlandse thrillerschrijfsters kiezen voor een combinatie van de gewapende Barbie en de psychologische thriller. Hoofdpersoon is meestal een doorsnee vrouw, huisje boompje baantje, die iets gruwelijks overkomt. ’s Ochtend geeft ze de eetkamerwand een gewaagd kleurtje, gaat daarna shoppen, drinkt witte wijn met haar vriendinnen, smoort haar relatieprobleem met wilde buurmanseks en overleeft ternauwernood het avontuur. Want tussen de bedrijven door is haar kind ontvoerd, zus in de problemen geraakt, of haar man vermoord, met achterlating van een vreselijk geheim.

De opkomst van vrouwen blijft overigens beperkt tot de thrillers in Noord- en West-Europa en in Angelsaksische landen. In Zuid-Europa en ook daarbuiten zijn er weinig misdaadschrijfsters te vinden, of ze worden niet vertaald. Vrouwen komen hoogstens in het verhaal voor als boze ex-echtgenote, minnares, slachtoffer, of als curieuze figuur op het werk, een dikke taart in een lelijk mantelpak of een uiterst intellectuele onderzoekster. Italiaanse maffiaboeken spannen de kroon. Daar mag de vrouw zelfs niet figureren als lijk. Met een beetje geluk vervullen ze een piepkleine rol in de keuken, achter de typemachine of in bed.

Vooruitgang? Jazeker. Al moeten we niet overdrijven. De meeste vrouwelijke heldinnen zijn nog steeds irritant, clichématig en afgeleid van de mannelijke stereotiepen, niet meer dan een kwart van de thrillerschrijvers is vrouw en het aantal vrouwelijke hoofdpersonen haalt dat percentage niet eens.

Bovendien vervullen verreweg de meeste vrouwen in misdaadboeken nog altijd de ondankbare rol van slachtoffer, als onderwerp op een nare serie foto’s in de recherchekamer. Of als lijk in de modder, na een ellendig leven, een rotjeugd, een verslaving, of een ontmoeting met een enge man. Veel vrouwen zijn nu eenmaal geboren op de neus van een mannenlaars, zoals de Schotse thrillerschrijfster Denise Mina het uitdrukt.Afra Botman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden