Gewaagd springerige aanpak

In het Gemeentemuseum Den Haag hebben Mondriaan en De Stijl een vaste presentatie gekregen - in de geest van hun wens 'om beeldende kunst, vormgeving en architectuur te laten versmelten'.

Toen de timmerlieden voor de eerste keer het ontwerp zagen voor de nieuwe vleugel voor Mondriaan en De Stijl, vielen ze even stil. Wat moest dit worden? Een parcours voor een caviarace? Het labyrintachtige stelsel van kamers, gangen, tussenruimtes en doorkijkjes die naar het midden toe steeds meer vernauwen, riep allerlei associaties op. Van bovenaf bezien deed het bouwmodel ook denken aan een abstract schilderij van Mondriaan. En laat dát nou ook de inspiratiebron zijn geweest voor het ontwerp.

Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en de andere kunstenaars van De Stijl waren begin vorige eeuw op zoek naar een nieuw soort kunst. Kunstenaars, architecten en vormgevers moesten samen werken aan de vormgeving van de samenleving. Karakteristiek voor het werk van De Stijl waren lijnen en vlakken, de primaire kleuren rood, blauw en geel en de niet-kleuren wit en zwart.

Die lijnen en vlakken hebben de ontwerpers van de nieuwe vleugel, beeldend kunstenaar Krijn de Koning en architect Anne Holtrop, vertaald in vier grote witte en acht kleinere grijze ruimtes plus tien tussenkamers. In deze 22 ruimtes, die bij elkaar wel iets weg hebben van een kleine stad met straten en huiskamers waar je doorheen kunt dwalen, worden de schilderijen, foto's, meubels en andere objecten van De Stijl-kunstenaars getoond.

De inrichting is niet chronologisch. "Dat wilden we niet", zegt directeur Benno Tempel van het Gemeentemuseum. "Als je alleen maar het verhaal van A tot Z vertelt, wordt het al gauw saai. We wilden een levendige presentatie die ook recht doet aan de wens van deze kunstenaars om beeldende kunst, vormgeving en architectuur te laten versmelten."

Bezoekers drentelen van een intieme huiskamer met een Rietveldstoel en een schilderij van Bart van der Leck aan de muur naar de door Vilmos Huszár ontworpen slaapkamer voor een zoon van meubelfabrikant Cornelis Bruynzeel. In de 'straten' komen ze reclameborden tegen, ontworpen door De Stijl-kunstenaars. Tempel: "De presentatie gaat van micro naar macro, gebaseerd op het artikel 'De woning - De straat - De stad' van Piet Mondriaan uit 1925."

Anderhalf jaar geleden constateerden Tempel en conservator en Mondriaan-kenner Hans Janssen hoe 'absurd' het is dat er nergens in Nederland een totaaloverzicht is te zien van De Stijl, de belangrijkste bijdrage van ons land aan de moderne kunst.

Tempel: "Terwijl De Stijl toch deel uitmaakt van de historische canon, samen met Rembrandt en Van Gogh die je wel kunt zien in de Nederlandse musea. Voor De Stijl kon je beter bij het MoMA in New York terecht dan in Nederland." Vooral in het voortgezet onderwijs bestond volgens Tempel veel behoefte aan een permanente expositie over De Stijl.

Zo ontstond het plan om een vleugel van het Gemeentemuseum, waarvoor architect Berlage geen speciale bestemming had bedacht, in te richten als vaste expositie voor werk van De Stijl en Mondriaan, van wie het Haagse museum de grootste collectie werken ter wereld bezit.

Voor acht ton is de vleugel nu verbouwd. De Mondriaan Stichting en het VSB Fonds gaven geld, de rest kwam uit eigen middelen. Diverse musea stelden werken beschikbaar (zie kader).

Het plan om ook het spraakmakende atelier van Mondriaan in Parijs te reconstrueren, heeft men laten varen. In plaats daarvan heeft Krijn de Koning in het hart van de tentoonstelling een kunstwerk gemaakt, dat bij bezoekers eenzelfde soort ervaring en verbazing moet oproepen als het atelier van Mondriaan. De ontwerper bouwde een architectonische constructie met 41 'restruimtes' die steeds kleiner worden. Een soort minilabyrinth waarin je eindeloos kunt ronddwalen, zij het alleen met je ogen. Maar zit het publiek hierop te wachten? Dan toch liever een reconstructie van het atelier van Mondriaan.

Op één punt lijken de ontwerpers lak te hebben gehad aan de traditie van De Stijl. Want de kleuren van de nieuwe tentoonstellingsruimte zijn opvallend neutraal: wit, grijs en groengrijs. Een verrassing, omdat Krijn de Koning bekend staat om zijn voorliefde voor extreme kleuren. Gelukkig maar, dat hij zich op dit punt heeft weten in te houden. In deze labyrinthachtige omgeving zou je gillend gek zijn geworden van de combinatie van kleurrijke schilderijen en objecten en een wirwar aan ruimtes met knalkleuren.

Met de keuze voor wit en grijs worden ook de minder bekende kanten van De Stijl belicht. Naast blauw, geel en rood gebruikten ze ook deze non-kleuren. Ook een ander cliché over deze kunststroming heeft conservator Hans Janssen onderuit gehaald in de nieuwe presentatie. In de loop van de twintigste eeuw zijn kunsthistorici De Stijl steeds meer gaan omschrijven als een dogmatische, beredenerende, haast kille stroming. Maar volgens Janssen wilden deze kunstenaars juist werk maken dat 'vrij en vrolijk' was, als de door hen gedroomde toekomst zelf. Het beeld van de ascetische monnik die Mondriaan zou zijn, klopt evenmin. Hij was een levensgenieter. Binnenkort ligt in de museumwinkel een kwartetspel met de 48 vrouwen die een rol in zijn leven hebben gespeeld.

Al even 'vrij en vrolijk' is deze nieuwe presentatie, die je weer met frisse blik laat kijken, ook naar alle bekende klassiekers van De Stijl. Zelfs de Victory Boogie Woogie van Mondriaan lijkt in deze nieuwe omgeving nog hypnotiserender te swingen dan voorheen. Voor vaste museumbezoekers zal het wel wennen zijn, deze springerige aanpak waarbij meubels van Rietveld en Piet Zwart, schilderijen van Mondriaan en Bram van der Leck en kledingontwerpen van Sonia Delaunay door en naast elkaar worden getoond. Maar een museum dat ook nieuw publiek wil trekken en aantrekkelijk wil zijn voor een belangrijke doelgroep als het voortgezet onderwijs, moet - in de geest van De Stijl - ook buiten de gebaande wegen durven te treden.

Boek over De Stijl
Ter gelegenheid van de nieuwe thuisbasis voor De Stijl in Nederland verscheen het boek 'Het verhaal van De Stijl. Van Mondriaan tot Van Doesburg', met bijdragen van Hans Janssen en Michael White, uitg. Ludion, 39,95 euro.

Diverse musea in Nederland - waaronder het Centraal Museum in Utrecht, Van Abbe in Eindhoven en het Rijksmuseum in Amsterdam - en het Nederlands Architectuurinstituut en de TU Delft hebben werken beschikbaar gesteld voor de nieuwe vleugel voor Mondriaan en De Stijl. Alleen het Stedelijk Museum in Amsterdam kon vanwege de verbouwing geen werken afstaan. Met het Van Abbe Museum en het Rijksmuseum zijn partnerships gesloten, met de bedoeling in de toekomst vaker werken uit te ruilen. Het Gemeentemuseum hoopt ook met het Kröller-Müller Museum in Otterlo zo'n overeenkomst aan te gaan.

De samenwerking illustreert volgens Benno Tempel dat steeds meer musea zich realiseren dat ze 'gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor ons erfgoed'. "Musea deden vaak dezelfde dingen, omdat ze alles in eigen huis wilden houden. Ze zijn nu veel meer bezig om zich te profileren. Tien jaar geleden was deze samenwerking waarschijnlijk niet mogelijk geweest."

Steeds meer samenwerking tussen Nederlandse musea
Dat heeft niet alleen met de bezuinigingen te maken, meent Tempel. "Er is ook een nieuwe generatie museumdirecteuren aangetreden die bereid is over de muren heen te kijken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden