Gevolgen van een vonnis

Bijna vijf maanden zijn inmiddels vergaan sinds Ivan Demjanjuk in München werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Hangende het hoger beroep werd hij, stateloos als hij was, vrijgelaten: de 91-jarige slijt nu zijn dagen in een bejaardenhuis in een dorp in het zuiden van Beieren. Daar schijnt hij zijn kamer nauwelijks te verlaten; een journalist die probeerde hem op te zoeken werd bij de ingang door de directie de deur gewezen.

Ivan Demjanjuk zet zijn weerbarstige zwijgen voort.

Deze week kwam uit Duitsland het bericht dat de speciale officier van justitie, belast met de vervolging van nazimisdadigers, aanklachten voorbereidt tegen mogelijk honderden oud-nazi's. Zijn naam is Jürgen Schrimm. Hij was het ook die de aanklacht tegen Demjanjuk opzette en onderzoeksrechter Thomas Walther de zaak liet nagaan.

Het vonnis tegen Demjanjuk opende nieuwe mogelijkheden voor rechtsvervolging. Voor het eerst namelijk werd een man zonder direct bewijs veroordeeld voor zijn aandeel in de holocaust, alleen omdat bewezen werd geacht dat hij werkzaam was geweest in een vernietigingskamp. Maar van zulke mensen zijn er meer. Volgens het Simon Wiesentalcentrum in Jeruzalem hebben in de pure vernietigingskampen van Belzec, Chelmo, Treblinka en Sobibor, als ook in de doodseskaders die moordend huishielden, de zogenaamde Einsatzgruppen, zeker vierduizend mensen dienst gedaan. "Zelfs als slechts twee procent van hen nog leeft", zei Afraim Zuroff van het Wiesenthalcentrum, "hebben we het over tachtig mensen. Laten we aannemen dat de helft van hen niet gezond genoeg is om voor de rechter te worden gebracht, dan blijven er veertig over, een onvoorstelbaar potentieel."

Onderzoeksrechter Thomas Walther is bezig de criteria voor vervolging verder op te rekken. Hij bereidt een nieuwe zaak tegen Demjanjuk voor: nu vanwege zijn aanwezigheid als kampbewaker in het werkkamp Flossenbürg. In zulke wrede werkkampen stierven mensen ook massaal. Zou ook zo'n aanklacht tot vervolging en veroordeling leiden dan kan in menig bejaardenhuis in de republiek het bibberen beginnen.

Zo trekt de Duitse justitie een steeds fijnmaziger sleepnet over de laatste nog levende nazi's.

Intussen komen nog steeds berichten van slachtoffers door. Gisteren presenteerde Marco de Groot, medeaanklager in het Demjanjukproces, in het Joods Historisch Museum zijn boekje 'Oorlogswees'. Het verscheen bij Uitgeverij Voetspoor en verhaalt van zijn ervaringen bij het proces, maar ook geeft het een schets van zijn leven. Marco de Groot (1939), als jongetje in de onderduik gegeven, verloor in Sobibor zijn vader en zijn hoogzwangere moeder en kampte zwaar met dat verlies, dat hem rond zijn 55ste inhaalde. Slapeloosheid, depressies, dwangneuroses, opnames. Met het Demjanjukproces, schrijft hij, 'sluit ik mijn therapie af'.

Maar - het is misschien een troost - zijn getuigenis daar sloot niet de rechtsvervolging tegen nazi's af: ze hielp juist die te heropenen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden