Opinie

Gevoelig monumentje van waarachtig mens

Een kale, bakstenen ruimte met van vuiligheid beslagen ruiten. Een man in een blauwe schipperstrui, de stramme benen in een grijze broek: Charl van Rijn is de laatste arbeider van de voormalige Akzo-zeepfabriek en vertelt zijn verhaal.

Charl van Rijn is de toneelnaam van Frans van Veen, die na de sluiting de sloop begeleidt, in het enige overeind gebleven gebouw geïnteresseerden ontvangt, en door journalist Lex Bohlmeijer over zijn leven werd geïnterviewd. De monoloog die daar uitrolde wordt door Theatergroep Hollandia uitgebracht onder de toepasselijke titel 'Biotex' en op locatie gespeeld door Peter Paul Muller. 'Biotex' is, na 'Kingcorn of zogezegd en anders' en 'Ongebluste kalk', de derde in een reeks arbeidersportretten, die dramaturgisch naadloos past in het op het boeren- en arbeidersleven toegespitste repertoire van Hollandia, maar daar ook een heel eigen geluid aan toevoegt.

Op de drempel naar het volgende millennium is de reeks een eerbetoon aan een voorbije periode, maar ook een weemoedig stemmend afscheid van de menselijke maat. Niet alleen inhoudelijk, maar zeker door het authentieke taalgebruik. Worden interviews gewoonlijk herschreven in goed lopende, begrijpelijke zinnen, net als in 'Kingcorn' heeft Bohlmeijer dat in 'Biotex' nagelaten, heeft hij de spreektaal gehandhaafd met alle versprekingen, herhalingen, onafgemaakte zinnetjes, gestruikel over woorden, gehakkel en onverwachte invallen vandien. Een karikatuur van een gebrekkig pratende arbeider? Welnee, integendeel, want per slot van rekening, geen mens praat in grammaticaal kloppende volzinnen: in de auto terug hóór ik opeens weer onze eigen associatieve krompraat.

Wel is het effect dat je oog en oor krijgt voor niet alleen wàt, maar ook hóe iemand vertelt. Eenmaal op gang gekomen maakt Peter Paul Muller van Charl van Rijn een persoonlijkheid, innemend door zijn oprechtheid en fascinerend door een uit het leven opgedoken wijsheid. Heeft hij het over voormalige collega's, dan gaat zijn hand als vanzelf naar de muur, alsof de bakstenen hun aanwezigheid nog ademen. Hilarisch is zijn verhandeling over het kapitalisme: ,,Het is een lichaam die geld beheert/ dat moet winst maken/ dat geld/ en waar zijn ze jaren geleden al achter gekomen/ dat je dat best aan arbeiders kunt geven/ dat geld/ als je de maatschappij maar zo inricht/ dat hun het ook weer uitgeven/(...) en zo is het met die multinationals/ het is onvoorstelbaar/ hoeveel geld zij uitgeven/ aan personeel/ dat weten ze wel/ maar zijdelings komt al dat geld terug.'' Op papier oogt het als poëzie, op toneel is het direct en vol humor.

Muller en regisseuse Floor Huygen hebben er zorgvuldig voor gewaakt om van Van Rijn geen imitatie te maken. Welke arbeider immers zou in grijs geverfde haren ook nog eens glittertjes hebben? Alhoewel, in deze fabriek hadden dat sodakristallen kunnen zijn. Met zulke details wordt werkelijkheid subtiel tot kunst verheven. Mooi is ook het foto-album, dat liefdevol wordt opgedragen maar ondanks een enkele, zichzelf manende klap erop nooit opengaat. Steeds is er een ander verhaal dat eerst verteld moet worden.

'Biotex' is een gevoelig monumentje van een waarachtig mens. Daar kunnen geen voorgeprogrammeerde cassettebandjes of computergestuurde communicatie tegenop die op exposities of in overheidsinstellingen, om maar een paar dwarsstraten te noemen, persoonlijke contacten steeds meer verdringen. Weemoedig stemmend, schreef ik net? Opstandig word ik daarvan. Dat het Hollandia-project zo'n gevoel wakker roept is meer dan een artistiek wapenfeit. Terecht dus dat van 'Kingcorn' binnenkort een televisie-versie wordt gemaakt. Wellicht worden 'Biotex' en 'Kingcorn' ook nog op één avond gespeeld. Houd het in de gaten. Het is de moeite waard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden