Gevlucht voor Mugabe

Dictator Robert Mugabe stort zijn land steeds dieper de afgrond in. Miljoenen Zimbabwanen vluchten weg. De meesten trekken naar het grotere, rijkere Zuid-Afrika.

De situatie in Zimbabwe wordt steeds grimmiger. Zo’n 80 procent van de beroepsbevolking is inmiddels werkloos. De inflatie beloopt 1200 procent per jaar, de corruptie grijpt om zich heen en steeds meer mensen kampen met voedseltekorten.

Miljoenen Zimbabwanen ontvluchten daarom hun land. De meesten trekken illegaal naar Zuid-Afrika. Er wonen naar schatting inmiddels 3 miljoen Zimbabwanen in Zuid-Afrika, op een totale bevolking in Zimbabwe van 13 miljoen.

Velen komen terecht in Johannesburg. Zij belanden daar vaak in verpauperde flats in het stadscentrum en in sloppenwijken. Ze zien zich er geconfronteerd met criminaliteit, wijdverbreide discriminatie en corrupte politiemensen die hen afpersen. „Veel zwarte Zuid-Afrikanen vinden ons vies”, zegt secretaris Buhle Mpofu van Concerned Zimbabweans Abroad, een pressiegroep. „De mensen beschuldigen ons ervan dat we hun banen inpikken. Ze vinden dat we terug moeten keren naar ons land.”

Themba Khumalo (29) – zijn portret, en dat van vrouw en kind, staat vandaag op de voorpagina van Trouw – verloor in 2003 zijn baan bij een drukkerij in Zimbabwe. Hij zocht maandenlang naar nieuw werk, maar zonder succes. Begin 2004 trok hij daarom met zijn vriendin Irene (25) naar Zuid-Afrika. Ze lieten hun twee zoontjes achter bij Irene’s moeder en staken met hulp van mensensmokkelaars de grensrivier Limpopo over. „Die mannen brachten ons naar een plek met laag water en weinig krokodillen”, zegt Themba.

In het Zuid-Afrikaanse Johannesburg hebben Themba en Irene inmiddels een derde zoon gekregen: Sandile, van nu tien maanden. Themba gaat elke ochtend naar een kruispunt waar werkgevers illegale arbeiders oppikken. Als hij geluk heeft, dan vindt hij enkele dagen per week werk en verdient hij zes tot twaalf euro per dag. Maar er zijn ook weken waarin hij niks verdient.

Themba en Irene bivakkeren op de zevende verdieping van een verpauperde flat, waar ze geen huur betalen. Ze bewonen een halve woonkamer, die ze met doeken hebben afgescheiden van de rest van het appartement. Daar wonen drie lotgenoten. De vensters, zonder glas, heeft Themba afgedicht met plastic. De flat heeft geen elektriciteit of stromend water. Irene en Themba koken op een paraffinebrander en halen water in een naburig gebouw. Ze zeulen de emmers zeven verdiepingen omhoog.

„Het ergst vind ik dat we geen geld hebben om onze twee zoontjes op te zoeken bij mijn moeder in Zimbabwe”, zegt Irene. „We zijn sinds ons vertrek, meer dan twee jaar geleden, nog niet teruggeweest. Ik mis mijn jongens ontzettend.”

Nkosi Ndlovu (32) had aanvankelijk moeite werk te vinden in Johannesburg. Uitzicht op een beter leven kreeg hij toen hij een van de fotografen ontmoette die rondhangen in een park in het centrum. De man bood hem aan het vak te leren, mits hij daarna enige tijd een deel van zijn winst zou afstaan. Nkosi nam het aanbod aan. Inmiddels is hij een ervaren fotograaf en heeft hij op zijn beurt een ’leerling’, die een deel van zijn opbrengst afstaat.

Nkosi’s grootste zorg is de criminaliteit in Johannesburg. De 32-jarige Zimbabwaanse immigrant woont met zijn vrouw en drie kinderen in een van de gewelddadigste wijken. Ook de buurt rond het park, waar hij zijn foto’s maakt, is gevaarlijk. Er hangen allerlei gangsters rond. Berovingen, verkrachtingen en moorden zijn aan de orde van de dag en er klinken geregeld pistoolschoten. „Het ziet er nu vredig uit”, grijnst hij met een gebaar naar het park om zich heen. „Maar de dingen kunnen hier plotseling veranderen. Je moet op je hoede zijn.”

Toch ziet Nkosi zichzelf voorlopig niet terugkeren naar zijn vaderland. „Ik heb lang gedacht dat de crisis in Zimbabwe van korte duur zou zijn, maar dat valt erg tegen. Het blíjft maar slechter worden. Ik droom er soms wel eens van om in Zimbabwe te gaan fotograferen. Maar dat is niet realistisch. Want de meeste Zimbabwanen worden elke dag armer. Ze hebben geen geld voor foto’s.”

De legerofficier wil niet met zijn naam in de krant en hij wil ook niet herkenbaar gefotografeerd worden, uit vrees voor represailles van het regime van Mugabe. Tot voor kort was hij kapitein in het Zimbabwaanse leger. Hij sympathiseerde met de oppositie, maar hield dat verborgen voor zijn collega’s. Zijn problemen ontstonden enkele maanden geleden door zijn vriendschap met een neef die actief is in een groepering die pleit voor democratie in Zimbabwe.

Op zaterdag 15 april werden hij en zijn neef door militairen opgepakt en in een vrachtwagen geduwd. Terwijl de truck rondreed werden de mannen urenlang zwaar mishandeld. Bij zijn neef werden de rasta-vlechten uit zijn hoofd getrokken. „Ze schreeuwden dat mijn neef een vijand was van Zimbabwe en dat ik geheimen aan hem had gegeven. Ik zat onder het bloed en had overal pijn. Ze dumpten ons ’s avonds langs een weg.”

De officier en zijn neef gingen hierna naar een arts, die hun verwondingen behandelde. Daar doken ze onder in een schuilhuis van een mensenrechtenorganisatie. Na drie weken vluchtten ze naar buurland Botswana, vanwaar ze twee weken later doorreisden naar Zuid-Afrika.

Echt veilig voelt de legerkapitein zich zelfs in Johannesburg niet. Want ook in Zuid-Afrika zijn volgens hem geheim agenten van Mugabe actief. Hij maakt zich bovendien zorgen over zijn vrouw in Zimbabwe. „De inlichtingendienst is naar haar op zoek, om te achterhalen waar ik ben. Mijn vrouw is daarom ondergedoken. Ik probeer haar nu veilig hierheen te krijgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden