Gevlucht naar Woerkum

Het West-Brabantse vestingplaatsje Woudrichem staat bekend als een voorbeeld van waar het wél goed gaat, tussen asielzoekers en autochtonen. Maar de recente discussie over criminele asielzoekers wakkert oude weerstanden aan. ,,Die burgemeester van Groningen zegt het toch niet voor niets?''

Alle stamgasten zijn er vanavond, in café The Corner aan de Woudrichemse Kerkstraat: de stille drinkers, de getapte jongen, de verlopen intellectueel en het echtpaar met de bulldog. Ze wisselen hun dagelijkse beslommeringen uit, onder zorgvuldige regie van de potige uitbater. In zijn café hangen nog de huiden lampenkappen met franje, liggen de Perzische kleedjes op tafel en tikken de hele avond de ballen op het biljart. Hier zitten geen 'inwoners van Woudrichem', geen import, hier zitten Woerkumers.

Ze willen best praten over de asielzoekersboot, die sinds een dik jaar bij Woudrichem aan de kade ligt. Als ze maar niet met hun naam in de krant komen. De pers schrijft alles toch alijd maar mooier op, als het om buitenlanders gaat.

De barman: ,,Laat ik zeggen dat we die boot met argusogen volgen. We stonden niet te juichen toen hij er kwam.'' Nee, hij kent de asielzoekers niet. Een paar zijn wel eens een biertje komen drinken, maar hij heeft er ook al de toegang ontzegd. Eentje, een 'opgewonden standje uit Afrika' heeft eens de fiets gestolen van een van de stamgasten. ,,We vonden hem bij de boot, er zat al een ander slot op.''

,,Ik zou de fietsen bij de boot maar eens tellen als je langsgaat'', zegt de vrouw van de bulldog. Terwijl de meesten aan een borrel of een biertje zitten, drinken zij en haar man elk vier koppen koffie. ,,Ik hoor steeds maar: in Woudrichem zijn ze zo enthousiast over die asielzoekers. Maar wie is dat dan? Niemand! In Groningen, die burgemeester, die zegt dat toch niet voor z'n lol, van die criminele asielzoekers. Het ¡s gewoon zo. Er zijn hier drie keer zoveel inbraken sinds de boot er ligt. En laatst stond er weer één amok te maken, omdat hij niet na zessen in de supermarkt mocht.''

Als de barman bromt dat Nederlanders toch ook stennis kunnen maken, valt de man van de bulldog zijn echtgenote bij: ,,Het verschil is dat zij hier te gast zijn''. Zij: ,,Ja, wij zijn nette, werkende, Nederlandse mensen, wij mogen wat meer''. Hij: ,,Ik heb een paar keer in de bajes gezeten en ik kan je zeggen: driekwart is daar zwart hoor''.

Woudrichem is oorspronkelijk een vesting, met stadsrechten uit 1356. Na een bloeitijd als hoofdstad van het omliggende Land van Altena, aan de Merwede, verpauperde het plaatsje in de negentiende eeuw toen het zijn vestingrechten kwijtraakte. Sinds de jaren vijftig, toen de rivieren ernstig vervuild raakten en de visserij aan belang ver loor, zet het verval door. Het oude centrum is gerestaureerd en trekt 's zomers heel wat toeristen, maar de ene na de andere middenstander pensioneert of gaat over de kop, waardoor de vesting schilderachtig is, maar ook doods.

En Woudrichem heeft de laatste jaren zijn schandalen gehad: de gemeentesecretaris die gratis winkelde, kostbaarheden ontvreemdde en voortdurend dronken was en de wethouder die moest aftreden omdat hij volgens kwade tongen niet van jonge scholieres af kon blijven. Dik een jaar geleden kwam hier een asielzoekersboot te liggen. Er was weerstand. Zo ging er een brief rond met een oproep tot protest. Gevreesd werd dat huizen in waarde zouden dalen, maar ook werden asielzoekers vergeleken met nazi's. De gemeente Woudrichem telt vijftienduizend zielen, maar het eigenlijke plaatsje nog geen vijfduizend. Op een plek waar nooit allochtonen hadden gewoond, wekte de komst van 250 asielzoekers in één keer beroering. De gemeenteraad was uiteindelijk unaniem voor de boot en in het afgelopen jaar kwam Woudrichem in het nieuws met een uniek project: LETS.

LETS staat voor Local Exchange Trade System, een idee uit Canada. Asielzoekers doen klusjes bij mensen thuis, of in bedrijven. Ze mogen geen betaald werk doen, maar krijgen 'druppels', een verzonnen betaalmiddel, waarmee ze bij winkels spulletjes kunnen kopen, een soort ruilhandel dus. Honderd asielzoekers doen mee. Februari vorig jaar beschreef Trouw hoe bijvoorbeeld het opknappen van een tuin werd geruild tegen een dagje varen.

Binnenkort gaat zelfs een LETS-centrum over, een clubhuis voor de asielzoekers met een huiskamer, kinderopvang, een kapsalon en een computerruimte, waar bewoners van de boot hun tijd kunnen doorbrengen. Het pand wordt nu opgeknapt. Plaats: de Kerkstraat, direct naast café The Corner. De barman waarschuwt: ,,Er hoeft maar één ding te gebeuren en je hebt een tweede Kollum.''

,,Tja, het is een heel bepaald soort mensen, de Woudrichemers'', zegt de 23-jarige Ruud de Deugd, bedrijfsleider in het chique hotel Heren van Altena. Hij woont twaalf jaar in Woudrichem en is dus 'import'. ,,Je komt er nooit tussen, die oude kern. Als je er een avond tussen zit, zijn ze in staat je de hele avond dood te zwijgen.'' Volgens hem valt het nogal mee met die criminele asielzoekers. ,,Als je gestolen fietsen wilt vinden, kun je beter bij de oorsponkelijke bewoners kijken.''

Het hotel heeft het niet makkelijk om zich een plaats in de gemeenschap te verwerven. ,,De raarste verhalen gaan: dat we failliet gaan, dat er stenen door de ruiten zijn gegooid, molotovcocktails zelfs. De eigenaar is Amsterdammer. Ze hebben liever dat iemand van de eigen kliek succes heeft. Wat dat betreft staan ze niet negatiever tegenover iemand uit Ghana dan tegenover iemand uit Amsterdam.''

Net buiten het plaatsje Woudrinchem, aan de noordoostelijk gelegen Hoge Maasdijk, ligt de Embrica Marcel. Het schip steekt helder af tegen de woeste Hollandse lucht boven de rivier. Het grote, witte blok, dat naast een weg- en waterbouwwerf drijft, heeft nog het meeste weg van een huizenblok uit de wederopbouw. Voor de ingang staat een eindeloze rij fietsen onder een afdak, voor de ramen hangt vitrage en staan potplantjes.

Op de boot wonen tweeëndertig nationaliteiten. De grootste groepen vormen die uit Azerbeidzjan en Armenië. Directeur Joost van Gerven vindt de opmerkingen van de stamgasten in The Corner 'raar'. ,,Wij horen van de politie heel weinig klachten. Ik begrijp de vooroordelen wel. Als ik hier zou wonen - ik kom zelf uit Lage Zwaluwe - en mijn fiets werd gestolen, dan zou ik hier ook even komen kijken, zo ben ik ook wel weer. Maar ik denk dat je op 250 Nederlanders ook wel een fietsendief hebt.''

Bij de supermarkt, waar laatst nog een asielzoeker 'amok' zou hebben gemaakt, hebben ze in ieder geval geen last. ,,Zal ik je een sterk verhaal vertellen?'', zegt de bedrijfsleider vanuit zijn hokje achter de lege-flessenband. ,,Laatst was hier een man van de boot en die laadde zijn spullen niet in een mandje, maar in een grote sporttas. Dus ik loop erachteraan om te kijken of hij er alles wel uithaalt bij de kassa, zou ik bij iedereen doen die spullen in een tas stopt. Terwijl ik sta te wachten bij de kassa bied ik de klant voor hem aan om diens spullen in te pakken. Ik pak die tas op, zit er een artikel van ons in! En die asielman haalt keurig zijn tas leeg!''

Hussein (niet zijn echte naam) is in het monumentale pand aan de Kerkstraat met een paar andere asielzoekers aan het klussen. Hij kwam anderhalf jaar geleden uit Irak naar Nederland, maar wil niet zeggen waarom. In Irak was hij elektricien en ook nu werkt hij aan de bedrading. ,,Ik zit een jaar op de boot, anderhalf jaar in Nederland'', vertelt hij in redelijk Engels. Hij is blij dat hij kan werken. ,,Anders verveel ik me dood.'' Hij heeft al meer klussen gedaan, ook bij mensen thuis. ,,Van de 'druppels' kunnen we iets nuttigs kopen, zoals een fiets.'' Want de fiets is het kostbaarste bezit van de azc-bewoner in Woudrichem. Hussein vindt het plaatsje maar saai en neemt dan liever de fiets en de veerboot naar het grotere Gorinchem, aan de overkant van de Merwede, waar meer winkels zijn.

Hussein heeft veel 'heel vriendelijke' mensen ontmoet in het dorp, maar hij heeft ook negatieve reacties gekregen. ,,Dan praten mensen niet met je, maar aan hun gezichten zie je dat ze het niet op vluchtelingen hebben. Ze zijn bang, geloven dat we allemaal crimineel zijn. Ik ken de verhalen wel. Sommige asielzoekers zijn ook geen goede mensen, maar dat zegt niets over de rest. Er zijn hoogopgeleide mensen bij. Ik weet dat mijn geweten schoon is.''

Over ongeveer een maand moet het pand voor de asielzoekers klaar zijn. De kapster die recht tegenover het pand haar zaak heeft - een ouderwetse zaak in bruintinten - bekijkt de vorderingen 'met gemengde gevoelens'. ,,Ik heb geen behoefte aan contact met die mensen. Als je het mij vraagt, heeft tachtig procent niet het recht om hier te zijn. De echte vluchtelingen kunnen zo'n reis niet betalen hoor, die zitten nu ergens in de bergen. Dezen hebben allemaal mobieltjes en de nieuwste sportschoenen. Het zijn ook allemaal jongeren. Goudzoekers, noemen wij ze. Ik zie ertegen op dat ze hier met mooi weer allemaal op straat gaan hangen. Naar vrouwen fluiten, jonge meiden lastigvallen, zo gaat dat hoor.''

,,Wij Hollanders zijn denk ik nuchterder'', vervolgt de kapster, terwijl ze bij een klant krullers uithaalt. ,,Als ons land in de shit zit, zeggen we: schouders eronder en opbouwen. Niet de benen nemen, zoals zij doen.'' Ze wil niet discriminerend overkomen. ,,Ik ben helemaal niet racistisch. Maar dat wordt gewoon opgewekt, hè, doordat zij zoveel krijgen. Voor onze peuterspeelzaal is nauwelijks geld, terwijl er in dat pand van alles wordt gestopt. Mijn jongste zit in een klas met zevenendertig kinderen, h£n kinderen hebben één leraar op twaalf leerlingen, in een gloednieuw gebouw.''

Tja, zo kent burgemeester Joop Worrell er nog wel een. ,,Die nieuwe school moesten we neerzetten, omdat de ouders uit Woudrichem geen kinderen van asielzoekers bij hun eigen kinderen in de klas wilden.'' Volgens Worrell gaat het, op wat zorgen in het begin na, prima met de asielzoekers in Woudrichem. ,,Dat ze integreren gaat te ver, maar ze nemen wel echt deel aan de activiteiten in de gemeente. En wat mensen ook beweren, de politie signaleert hier gewoon geen extra criminaliteit door asielzoekers. Door die discussie rond Groningen wordt de hele boel opgeklopt. Ik ga na een paar gevallen niet roepen: het is bovenmatig.''

Worrell snapt dat het gek staat: het college beloofde de inwoners dat de asielzoekersboot er maar voor drie jaar zou liggen en nu lijkt het toch of er permanente voorzieningen worden getroffen. ,,Wij houden ons aan het contract. Na drie jaar gaan we opnieuw de discussie aan met de bewoners, maar ik geloof dat hier altijd wel asielzoekers zullen blijven.'' Wat de subsidies betreft: ,,Wij geven alleen maar geld uit aan asielzoekers dat we van het rijk specifiek voor dat doel hebben gekregen.''

,,Er loopt hier nu eenmaal een scheidslijn tussen degenen die hier echt zijn geboren en die van daarbuiten'', verzucht de Amsterdammer Worrell. ,,Ik wil dat niet bagatelliseren, niet doen of het alleen die echte autochtonen zijn die problemen hebben met asielzoekers, maar als je in het ziekenhuis van Gorinchem bent geboren, tel je al niet meer als echte Woerkumer meer.''

Misschien is het zoals de oude dame zegt, van 82, op weg door het dorp dat naar haar smaak veel te veel veranderd is: ,,Ik groet alleen een Woerkumer. Dat gaat gewoon zo.'' Of wat de dichter schrijft, wiens strofen het gebouwtje sieren in de historische haven achter de Schapendam:

Klotsend water streelt het bruine staal / als de visser - zwijgend - zijn netten haalt / (...)

De torenklok galmt: verstrijken van de tijd /

Verleden en heden, 't is in Woerkum gelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden