Gevecht om het Orient House gaat over de toekomst van Jeruzalem

TEL AVIV - Keizer Wilhelm heeft er nog thee gedronken. De Ethiopische keizer Haile Selassie hield er hof tijdens zijn ballingschap.

Lange tijd - tot de Israëliërs in 1967 Oost-Jeruzalem veroverden - was het Orient House gewoon een hotel. Maar toen verleden week de Turkse premier Ciller, op bezoek in Israël, haar chauffeur opdracht gaf naar het Orient House te rijden, leidde het tot een diplomatiek incident en een handgemeen tussen haar Israëlische lijfwachten en die van het Orient House. Premier Rabin verweet 'de dame uit Turkije' hem om de tuin te hebben geleid. De Israëlische oppositie stond op haar achterste benen en eiste de onmiddellijke sluiting van het gebouw, dat dienst doet als 'het Binnenhof' van de PLO in Jeruzalem en daarmee een aantasting is van Israëls claim op soevereiniteit over heel de stad.

Drie dagen later kon Israël opnieuw niet voorkomen dat de Franse minister Simone Veil - zo net nog vriendelijk op de wang gekust door Sjimon Peres - ook haar chauffeur opdracht gaf koers te zetten naar het omstreden gebouw.

De hoofdbewoner van het Orient House, Faisal Hoesseini, door Arafat benoemd tot 'minister voor Jeruzalem', greep de gelegenheid en de camera's aan om op de trappen van zijn Orient House nog eens onomwonden te verklaren: “Voor de Palestijnen staat het Orient House gelijk aan het vredesproces. De Israëliërs kunnen kiezen: het Orient House of de Hamas.”

Het is niet de eerste keer dat het statige gebouw in het kleine zijstraatje in de Sjeik Jarrah-wijk in het Arabische deel van Jeruzalem zoveel beroering teweeg brengt. In 1988, tijdens de Palestijnse opstand, vielen agenten van de Israëlische veiligheidsdienst het gebouw binnen waar toen een Palestijns onderzoeksinstituut was gevestigd, onder leiding van Hoesseini. Hoesseini ging zonder enige rechtszaak de bak in. Hij zou hebben geopereerd namens de toen nog verboden PLO.

Vier jaar lang bleef het gebouw gesloten, tot twee jaar geleden de stukadoors en schilders arriveerden. In opdracht van de PLO kreeg de verwaarloosde mansion een opknapbeurt en werd gepromoveerd tot hoofdkwartier van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie. Bij de feestelijke opening belde Hoesseini met PLO-leider Arafat in Tunis en sprak: “Raad eens waar ik zit? In je nieuwe bureau in Jeruzalem.”

Want in de Palestijnse visie is het Orient House voorbestemd de zetel te worden van de Palestijnse regering in de toekomstige Palestijnse hoofdstad: Jeruzalem. Sindsdien is het gebouw, net als de Israëlische regeringsgebouwen, afgesloten met ijzeren poorten en staan er bewakers bij de ingang.

Sinds kort wordt zelfs de nationale vlag gehesen van de buitenlandse gasten als dezen het Orient House bezoeken. En dat gebeurt regelmatig, of het nu een Zweedse diplomaat, de vice-premier van India of een vertegenwoordiger van de EU is. Hoesseini zorgt er voor af en toe de plaatselijke consuls of vertegenwoordigers van de ambassades voor een praatje uit te nodigen. Het Orient House is dan nog niet het Downing Street 10 van Arafat, de allure van een ministerie van buitenlandse zaken heeft het inmiddels wel.

Om precies die reden is het gebouw een doorn in het oog van Israël, dat niets moet weten van deze 'officiële Palestijnse instelling' in 'de eeuwige onverdeelde hoofdstad van Israël'. In feite is het Orient House slechts het symbool in de strijd om Jeruzalem. Want de stad telt nog een fiks aantal Palestijnse (semi-)officiële instellingen.

De Palestijnen weten zich daarbij gesteund door het gros van de buitenlandse delegaties, die de annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël nooit hebben erkend en het oostelijke Arabische stadsdeel als deel van de bezette westelijke Jordaanoever beschouwen, zo niet al als de toekomstige hoofdstad van een Palestijnse staat. Ze vinden dat Israël een achterhoedegevecht voert als het de buitenlandse bezoekers wil beletten contacten te onderhouden met het Orient House.

Kenmerkend is bijvoorbeeld dat Nederland sinds kort een geheel eigen tweemans-delegatie in Jeruzalem heeft. Officieel behoren ze tot de Nederlandse ambassade in Tel Aviv (“om Israël niet voor het hoofd te stoten”, aldus een Nederlandse dipomaat), maar ze zijn specifiek aangesteld als 'eenheid voor Palestijnse aangelegenheden', houden regelmatig contact met het Orient House en rapporteren rechtstreeks aan Den Haag.

De Israëlische regering heeft er geen baat bij als buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders keer op keer openlijk haar protesten negeren. Maar zij kan er zich ook niet bij neerleggen dat het buitenland op die manier de Palestijnse aanspraak op Oost-Jeruzalem honoreert. Vandaar dat Israël het Orient House liefst vandaag nog ziet verdwijnen.

Daartoe diende premier Rabin deze week een wetsvoorstel in, zich beroepend op het akkoord tussen Israël en de PLO. Dat stelt dat alle instellingen die te maken hebben met het Palestijnse zelfbestuur alleen in de Gazastrook en Jericho mogen worden gevestigd. Volgens artikel zes in datzelfde akkoord mag het Palestijnse zelfbestuur zelfs helemaal geen diplomatieke betrekkingen onderhouden. Faisal Hoesseini reageerde furieus op Rabins voorstel: “Als het Orient House dicht gaat, betekent dat het einde van het vredesproces.”

Waarmee hij te kennen gaf dat het gevecht om het Orient House nog hoog zal oplopen en het nog lang kan duren voor de dagen van Wilhelm terugkeren, toen het gewoon lekker thee drinken was in het Orient House.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden