Gevecht om de kinderoncologie

Hoeveel centra moeten er in Nederland komen waar kinderen met kanker behandeld kunnen worden? En waar? De partijen zijn er nog niet uit. Het St. Jude in het Amerikaanse Memphis laat in elk geval zien wat de voordelen van bundeling van zorg en onderzoek zijn.

De discussie over de concentratie van oncologische zorg voor kinderen in Nederland duurt voort. De initiatiefnemers van het Nationaal Kinderoncologisch Centrum (NKOC) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) hebben nog steeds geen overeenstemming.

Na de perspresentatie van de NKOC-plannen, afgelopen maart, ontbrandde een felle publieke strijd. De NFU – raden van bestuur van academische ziekenhuizen – blijft tegen de komst van één centrum in Amsterdam. Dit om redenen vanwege verlies aan prestige, gevaar van monopolievorming en te lange reisafstanden voor patiënten.

In twee umc’s, in Nijmegen en Groningen, verboden de raden van bestuur hun personeel dat zich bezighoudt met kinderoncologie zelfs in een brief om aan het NKOC mee te werken. Volgens een woordvoerder van UMC Groningen is geen sprake van druk, maar wijst de brief alleen nog eens op ’normale arbeidsverhoudingen’.

Kinderoncologen, maar ook radiotherapeuten, chirurgen, verpleegkundigen en laboranten gespecialiseerd in kinderoncologie, zitten door de opstelling van hun bazen in een spagaat. Zij zijn al jaren voor één centrum, omdat concentratie de overlevingskans van kinderen met kanker vergroot. Maar behandelaars gingen er altijd wel van uit dat zo’n centrum zou komen bij een academisch ziekenhuis.

Dat is in het huidige plan niet zo. De academische ziekenhuizen boycotten het NKOC. En spraken in NFU-verband af om niet te bieden op de bouwlocatie. Het centrum komt daarom bij een niet-universitair hospitaal, het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam.

Ook het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) blijft zich verzetten. De NVK wil minimaal twee centra voor kinderoncologie. Maar vindt vooral dat een geconcentreerd centrum ’gelieerd moet zijn aan een academisch ziekenhuis’, aldus voorzitter prof. W. Fetter van de NVK. Andere bezwaren zijn eveneens monopolievorming en het verre reizen. Ook is één centrum in Amsterdam volgens de NVK te kwetsbaar. Bijvoorbeeld bij ernstige infecties of een ramp.

Zorgverzekeraars steunen het NKOC en gaan daar straks zorg ’inkopen’.

Het ministerie van volksgezondheid bemiddelt momenteel intensief maar zegt niets. De coöperatie NKOC – met behandelaars in de kinderoncologie en de Vereniging Ouders, Kinderen en Kanker in het bestuur – verklaart dat het centrum begin 2014 opent. Desnoods zonder medewerking van de academische centra. Maar het NKOC-bestuur denkt er met de universitaire ziekenhuizen alsnog uit te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden