Gevangenissen / Op bed liggen is er niet meer bij

Gevangenissen gaan hun gedetineerden aanpakken. Het regime wordt strak en extraatjes moeten verdiend worden. Bovendien worden gevangenen beter voorbereid op hun terugkeer in de maatschappij.

De tijdgeest is ook doorgedrongen in de top van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). „De samenleving vraagt een andere aanpak van gedetineerden. Effectiever en efficiënter waar dat kan, zonder de veiligheid in gevaar te brengen”, zegt Peter van der Sande, directeur van het gevangeniswezen. „Daar komt bij dat we drastisch moeten bezuinigen. Maar ook als dat niet zo was, zouden we hebben ingegrepen.”

De revolutionaire veranderingen in het gevangeniswezen, zoals die in het plan Detentie en behandeling op maat (DBM) zijn vastgelegd, zijn van onthutsende eenvoud. Zo worden nog niet gestraften die in voorarrest zitten voortaan in een Huis van Bewaring in de buurt van de rechtbank ondergebracht. „Dat scheelt een hoop gezeul door het land”, weet Van der Sande. Kortgestraften met een maximum van vier maanden krijgen een basisregime met een volwaardig dagprogramma. „Intensieve pogingen om het gedrag te veranderen hebben geen zin in zo’n korte tijd. Wat we wel blijven doen zijn basale zaken als normale omgangsvormen bijbrengen”, zegt de DJI-directeur. „We geven ze niet op.”

Een sleutelbegrip in de plannen is de risico-inschatting. Aan de poort van de bajes wordt de gedetineerde onderworpen aan een analyse. De screening-methode houdt in dat er een diagnose wordt gesteld. Dan gaat het om kenmerken als vluchtgevaarlijk, agressief of de behoefte aan extra zorg. Op basis daarvan worden de gedetineerden in een bepaald beveiligingsregime ondergebracht. „Lang niet alle gedetineerden hoeven een topbeveiliging om zich heen te hebben. Nu is dat in een gesloten inrichting overal wel zo.”

Makkelijk te hanteren gevangenen komen in een groep waar ze meer bewegingsvrijheid binnen de inrichting krijgen. Gedetineerden met geestelijke stoornissen of een verslaving worden ondergebracht in een aparte inrichting waar specifieke zorg kan worden geboden.

Op basis van de diagnose en het risico op recidive wordt het programma op maat gesneden. „In dat zogenoemde RISc-onderzoek komt naar voren waardoor iemand in de fout is gegaan. We bieden aan daarmee aan de slag te gaan. Als de gedetineerde gemotiveerd aan zijn tekortkomingen werkt en zich aan de afspraken houdt, kan hij privileges verwerven. Dan moet je denken aan meer bezoek, ruimer beltegoed, eerder op verlof.”

Wie geen trek heeft in een programma waarbij gepoogd het gedrag te veranderen, wordt juist gekort op faciliteiten. Van der Sande: „We willen duidelijkheid scheppen. De eigen verantwoordelijkheid van gedetineerden staat centraal. In de Verenigde Staten heb ik bijvoorbeeld gezien hoe het gaat met het tellen van de gedetineerden. Dat is in gevangenissen een dagelijks terugkerend ritueel. Wie in de VS zijn mond opendoet, krijgt vijf dagen afzondering. Reken maar dat de bewakers ongestoord kunnen tellen.”

Binnen Detentie en behandeling op maat zullen geen extreme regels worden gesteld. De touwtjes worden wel aangetrokken. „Er worden heldere afspraken gemaakt. Een gedetineerde moet precies weten wanneer er wordt beloond en wanneer gestraft.”

Het stelsel van straffen en belonen wordt nu nog uitgewerkt. „We zijn op dit moment op tournee langs alle inrichtingen om met het personeel te praten hoe we dit gaan inkleden. We praten ook nog met de bonden en de medezeggenschap. In het najaar starten we op zeven plekken. Dan kijken we of het in de praktijk werkt. Volgend jaar rollen we het nieuwe systeem uit in alle zestig inrichtingen.”

De veranderingen zullen van de werkers in de inrichtingen, de PIW’ers, heel wat meer vragen dan nu. In het huidige stelsel kan een gedetineerde aanspraak maken op vastgestelde faciliteiten. Ook wat het verlof betreft, ligt alles vast. De PIW’er speelt geen rol bij het toekennen van faciliteiten. „Of iemand zich als een lastpak gedraagt, maakt niet uit. Ja, als hij onhandelbaar is, kunnen we wel wat maatregelen nemen. Maar met die gasten die steeds de grens opzoeken, kun je nu niks. Dat wordt straks wel anders. Op bed blijven liggen en denken: het zal mijn tijd wel duren, kan dan niet meer.” Wat Van der Sande betreft is ’polderen’ er niet meer bij. PIW’ers krijgen de opdracht gedetineerden constant en consequent te aanspreken op hun gedrag. „Gedetineerden moeten ervaren dat positief gedrag loont”, hoopt de justitietopman.

De selectie aan de poort houdt ook in dat er meer zelfde groepen ontstaan. Nu zit vaak van alles vaak door elkaar: veroordeelden die – nu ze toch vastzitten – de kans aangrijpen een nieuwe start te maken en gevangenen met wie niets aan te vangen is. „Op die laatste groep laten we een standaardregime los. Onze PIW’ers blijven overigens met ze praten om ze te prikkelen hun gedrag aan te passen. Want daar gaat het ons uiteindelijk om. Vroeg of laat komen ze weer buiten. We doen dit uiteindelijk allemaal om de recidive terug te dringen.”

En dat dat geen overbodige luxe is, laat de jongste cijfers van het wetenschappelijk instituut van justitie (WODC) zien. Vorig jaar kwam bijna driekwart (70 procent) na vrijlating binnen zes jaar weer met justitie in aanraking.

De plannen hebben onder het personeel onrust gezaaid. Momenteel vinden gesprekken met de bonden plaats. Van der Sande: „Ik vergelijk het vaak met de invoering van de meermanscellen. Dat riep grote weerstand op. Daar heb ik begrip voor gehad. Het is ook niet niks. Tachtig jaar lang dachten we hier in Nederland dat meer gedetineerden op een cel onbeheersbaar zou zijn en dan wordt het ineens toch ingevoerd. Gebleken is dat er niet of nauwelijks incidenten zijn. Voor de meeste gedetineerden die ermee te maken hebben, is het juist goed dat ze niet in hun eentje zitten. Zeker in de laatste fase van hun detentie.”

Het personeel vreest vooral dat met het terugbrengen van het aantal arbeidsplaatsen te weinig aandacht besteed kan worden aan gedetineerden. Daardoor kunnen de spanningen binnen de bajessen oplopen. Van de twaalfduizend arbeidsplaatsen, waarvan tienduizend op de werkvloer, zullen er zo’n zevenhonderd verdwijnen. Van der Sande verzekert dat de afname van personeel geen gevaarlijker situaties oplevert. „Het heeft alles te maken met de screening van de gedetineerde aan het begin en de samenstelling van de groepen. Daarnaast hebben we heel nauwkeurig bekeken hoeveel personeel er echt nodig is per activiteit, per doelgroep en per beveiligingsniveau. Je hebt echt niet voor ieder onderdeel van het programma op elke twaalf gedetineerde een PIW’er nodig.”

Het beeld dat 700 mensen hun baan verliezen is ook niet juist. Wel is er een verschuiving in functies. „In dezelfde periode hebben we meer dan 1000 mensen extra nodig. We zijn nog steeds een groeisector.”

Het klinkt toch wat vreemd dat er met minder personeel meer gedaan kan worden. Zeker als bedacht wordt dat het avondprogramma, dat drie jaar geleden werd afgeschaft, weer wordt ingevoerd. Van der Sande denkt dat het nieuw leven inblazen van het avondprogramma winst op personeelsgebied oplevert: „Nu gaan de gedetineerden om vijf uur achter de deur die om vijf uur weer opengaat.

De PIW’ers klagen dat ze overdag geen tijd hebben om een normaal contact te hebben met hun klanten, zodat ze niet weten wat er in hun hoofd omgaat. Nu de avond weer voor dat soort zaken is, wordt het overdag minder stressvol. Voor gedetineerden biedt het avondprogramma het voordeel dat men meer contact met thuis kan hebben. Dat was een veelgehoorde klacht. Met het belonen en straffen maken we het voor iedereen helder wat wordt gestimuleerd en wat niet. Dat levert een beter klimaat op, denken we. Zeker omdat het dagprogramma wordt uitgebreid.”

Ook moet de stofkam door het aanbod van programma’s die gedetineerden beter gedrag moeten aanleren. Van der Sande: „In de loop van de jaren zijn er door het hele land honderddertig programma’s ontstaan. Dat zijn we aan het terugbrengen naar acht of tien. We gebruiken alleen programma’s die aantoonbaar effect hebben”.

DJI verwacht verder dat er meer gebruik gemaakt kan worden van technologische snufjes. In Lelystad wordt al druk geëxperimenteerd met elektronische hulpmiddelen. Er zijn zespersoonscellen. Elke gedetineerde draagt een polsbandje dat registreert waar hij op welk moment is. Als de gevangene ’de weg kwijt is’ gaat een alarm af. In andere, minder moderne gevangenissen, zal het inzetten van elektronica zich veelal nog beperken door een grotere inzet van camera’s. Van der Sande: „Daar is niks engs aan. Het werkt preventief. Als je weet dat er eentje hangt, denk je wel drie keer na voor je iets gaat uithalen. Camera’s hebben een ondersteunende functie. Ze kunnen nooit onze medewerkers vervangen.”

En dan de laatste fase: de gedetineerde staat op het punt de poort uit te lopen. Van der Sande: „Allereerst gaan we nu een gedetineerde in de regio plaatsen waar die vandaan komt. Dat is voor het verlof en bezoek een vooruitgang. Acht weken voordat justitie de gedetineerde naar buiten laat, is er contact met de gemeente waar de ex-gevangene naar toe zal gaan. „Daarvoor hebben we 186 medewerkers maatschappelijke dienstverlening aangetrokken. Die helpen bij de meest basale zaken: huisvesting, papieren, werk of een uitkering. Ook wordt gekeken of iemand zorg nodig heeft.”

Het gebeurt nu vaak dat een net vrijgelaten gedetineerde in een ambtelijk doolhof vastloopt. Minister Donner van justitie heeft daar afspraken over gemaakt met de gemeenten. Van der Sande verwacht dat de nieuwe nazorg een succes wordt: „Er zijn er nogal wat die geen papieren hebben, daarom geen huis kunnen krijgen, geen werk enzovoort. Die gaan als ze niet aan de bak komen snel weer de fout in. Dan hebben wij ze zo weer terug en dat is nu net niet de bedoeling.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden