Gevangenisdirecteur heeft te veel vrijheid

Twee gedetineerden op één cel wordt nu aanvaard. Maar dat kan alleen als de gedetineerden overdag iets te doen hebben. Daarvoor moet de gevangenisdirecteur zorgen. Doet hij dat niet, dan loopt het vanzelf een keer spaak.

Binnenkort hebben gedetineerden geen recht meer op een eigen cel. Vanaf 1 maart experimenteren zeven penitentiaire inrichtingen met zogenoemde meermanscellen.

Daarnaast heeft de ministerraad ingestemd met een wijziging van de Penitentiaire Beginselenwet die 'celdeling' voor grote groepen mogelijk maakt.

Een begrijpelijke maatregel. Het valt niet meer uit te leggen dat het afgelopen jaar bijna 5000 verdachten en veroordeelden (eerder) naar huis zijn gestuurd wegens plaatsgebrek. Zelfs de PvdA, traditioneel een verklaard tegenstander van twee-op-één-cel, ging de afgelopen verkiezingscampagne overstag. Tenzij het aanbod van gedetineerden plotseling opdroogt, lijken meermanscellen onafwendbaar.

De kernvraag is of dit kan worden ingevoerd zonder nadelige gevolgen voor gedetineerden en personeel. Voorstanders zien weinig problemen. Twee, drie, zelfs vier op een cel, het lijkt allemaal maar te kunnen. Volgens de kenners, daarentegen, levert twee-op-één-cel grote problemen op. Vakbonden en directeuren waarschuwen voor 'Amerikaanse toestanden'. Het samen opsluiten van gedetineerden leidt volgens hen tot onderlinge spanningen, seksuele uitbuiting en meer agressie binnen de inrichtingen.

Zoals het nu is levert de nieuwe maatregel inderdaad grote problemen op. Gedetineerden zitten vele uren per dag op cel, omdat de dagprogramma's in de meeste inrichtingen tot het wettelijk minimum zijn teruggebracht -een minimum dat vaak niet eens wordt gehaald. Er wordt de afgelopen jaren steeds minder gewerkt, geleerd en gesport. De keukens worden niet gebruikt om gedetineerden tot kok op te leiden; eten van externe cateraars wordt op cel genuttigd. Ook de lange avond en het weekend zitten gedetineerden 'achter de deur'. Zij hebben in Nederland niet alleen recht op een eigen cel, zij zijn er toe veroordeeld.

Het plaatsen van twee gedetineerden in één kleine cel is dan ook vragen om moeilijkheden. Dag in dag uit 16 uur tegen elkaar aan kijken, kan zelfs de meest beheerste mannen wel eens te veel worden.

Dit betekent echter niet dat twee-op-één-cel onmogelijk is. De invoering van meermanscellen hoeft niet ten koste hoeft te gaan van de detentiekwaliteit. De ervaring leert dat twee-op-één-cel weinig problemen oplevert, zolang gedetineerden gedurende de dag buiten hun cel bezig zijn. Het ongemak van meermanscellen wordt dan beperkt tot inbreuk op de nachtelijke privacy.

Een dagvullend en innovatief programma schijnt in Nederland echter niet meer mogelijk te zijn. De gevangenisdirecteuren wijten deze verschraling aan jarenlange bezuinigingen en hoge verzuimcijfers onder het personeel. Zij vertellen er niet bij dat het Nederlandse gevangeniswezen -in internationaal opzicht- nog steeds over relatief veel personeel beschikt en tot de duurste ter wereld behoort. Wel wijzen zij op de 'verharding' van de gevangenisbevolking, die volgens hen steeds gekker, verslaafder, allochtoner en agressiever wordt. Het is een loos argument van alle tijden, zoals Herman Franke (1990) laat zien in zijn boek 'Twee eeuwen gevangen'. Gedetineerden zijn altijd lastig geweest en zullen dat ook altijd blijven. Dat ontslaat gevangenisdirecteuren niet van de plicht om een zinvol programma aan te bieden en zo de detentie leefbaar te houden.

Een verantwoorde invoering van twee-op-één-cel eist daarom een omslag in het denken van gevangenisdirecteuren en hun personeel. Bovenal is verandering nodig in de Haagse beleidstoren. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is voor autonoom beleid. Hij ziet het niet als zijn taak aan de inrichtingen voor te schrijven hoe regelgeving en beleidsmaatregelen ingevuld worden. Met de afschaffing van de gevangenisinspectie is DJI gedegradeerd tot een doorgeefluik van budgetten. Gevangenisdirecteuren genieten daardoor veel vrijheid in het bestuur van 'hun' inrichting.

Blind varend op de deskundigheid van gevangenisdirecteuren zadelen de Haagse beleidsambtenaren inrichtingen op met een buitengewoon moeilijke en riskante opdracht. Zo'n vergaande en omstreden maatregel kan niet zonder aanwijzingen aan een onwillig veld worden overgelaten. Justitieambtenaren moeten hun verantwoording nemen en het veld uitleggen hoe deze maatregel uit te voeren. Zonder een duidelijke leidraad verworden de alarmkreten van gevangenisdirecteuren tot een self-fulfulling prophecy: als gedetineerden maar lang genoeg samen achter de deur zitten, gaat het vanzelf een keer goed mis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden