Review

Gevangen op het grote plein

Waar een mens al niet bang voor kan zijn: voor boeken (bibliofobie), voor blijdschap (cherofobie) of voor preken (homilofobie). Zulke fobieën laten ons doorgaans met rust, maar veel angsten van dich ter bij huis gaan zelfs mee op vakantie. Een serie over zomer angsten die u dit jaar weer om het hart zullen slaan. Aflevering 5: pleinvrees.

'Terug, ik krijg het weer'', beval moeder toen ze amper tien kilometer met de camper onderweg waren, ,,alsjeblieft, laten we de trein nemen.'' Maar nog maar net aan het sporen klonk het al voor de tweede halte benauwd: ,,De noodrem, ik moet eruit, mijn hart begeeft het.'' ,,We blijven ook dit jaar thuis'', bromde vader ontnuchterd.

Een geloofwaardig scenario is dit niet, want zo'n dappere poging zou je nooit durven vragen van iemand die je vaak zo in paniek hebt gezien. Wel geeft het aan hoe zo'n fobie van kwaad tot erger wordt. Zoals bij de patiënt in Angst, fobieën en dwang (Emmelkamp, Bouwman en Scholing), die hem aanvankelijk begint te knijpen op de weg. Bang voor brokken voelt hij zich gevangen, althans tot de volgende afslag, en dat kan net te ver zijn. Alras wordt de auto de trein, maar ook daarvan klapt de deur bij vertrek dicht. Zo trekt je wereld zich tenslotte terug op eigen erf en wordt het tijd voor hulp.

Agorafobie luidt de diagnose: angst voor ademnood, angst om de controle te verliezen, om het figuurlijk en vooral ook letterlijk in de broek te doen. ,,Ik heb knieën van rubber'', vatte een patiënte haar vrees samen voor een hartstilstand of om flauw te vallen. Van duizeligheid komt paniek, die nog duizeliger maakt, het hart weer meer doet bonken, en zo is de cirkel rond.

Vermijden is het devies van deze fobici: ga niet naar de film, stap niet in trein of vliegtuig, waag je niet in het theater of in de benauwdheid van het immense Plaza Mayor in Madrid. In de volksmond vonden we er het verkeerde begrip pleinvrees voor uit. Het ligt niet aan die plaza, maar aan het gevoel er vast te zitten, gevangen in ruimte. Wat een huiver voor het plein lijkt, is eerder angst voor de angst.

Een ongegronde vrees uiteraard, maar het verstand maakt kennelijk weinig klaar als je jarenlang zit te schipperen tussen hevige angsten en geruststellende besluiten als 'Dan maar niet winkelen' en 'Laat ik geen vakantie doen'. Met dat laatste beloon je jezelf, de angst blijft uit, maar de prijs is dat je jezelf nooit bewijst dat het buitengaats echt niet spookt. Zo bouwt de fobicus zelf aan de akelige reputatie van markt en plein. Je kunt natuurlijk met een kennis op verkenning gaan en je schoorvoetend tot wat ontspanning verplichten, maar sommige fobici ervaren die begeleider juist als een blok aan het been als de benauwdheid eenmaal toeslaat.

Hoe komt het toch, de één laat in een majestueus stadscentrum de blik verrukt 360 graden ronddwalen, de ander wordt licht in het hoofd, voelt de adem stokken en vreest ter plekke het leven te verlaten. Soldiersheart heette de kwaal aan het front in de Eerste Wereldoorlog: een ziek hart was het vaak niet, louter een 'paniekhart'. Dat begrijpen we. Evolutiebiologen denken, met verwijzing naar rat en hamster, agorafobie ook te begrijpen, want die dieren voelen zich en plein publique evenmin op hun gemak. In open veld kunnen ze immers moeilijker schuilen, en dus schuifelen zij, en wij sinds mensenheugenis, liever langs de rand.

Zo mager gaan we het niet verklaren. Per slot van rekening kent het merendeel die angst niet, en nogmaals, het zit hem niet in de ruimte. Lang is gedacht dat het lichaam zelf de angst in gang zet. Duizeligheid, kortademigheid, zweten en trillen lijken symptomen van alledag, na een al te forse inspanning. Paniekpatiënten bleken daarbij meer melkzuur (lactaat) te produceren dan anderen. Lag hier het geheim?

Als agorafobie een louter chemisch gestuurde vrees is, die begint met bescheiden lichamelijke ongemakken, dan zou een spuit melkzuur bij lijders dezelfde angst moeten opwekken en bij andere mensen niet of althans veel minder. Jawel, bij proeven met een lactaat-infuus raakten pleinvrezers beduidend ernstiger in paniek dan niet-fobici. Dat gebeurde ook bij het inhaleren van kooldioxide en een flinke scheut cafeïne.

Maar: het was toch paniek met minder angst. ,,Dankzij uw aanwezigheid'', kreeg de dokter te horen. Zijn witte jas stelde blijkbaar gerust. Dat doet vermoeden dat tussen de pure chemie in ons lijf en het optreden van paniek reacties een psychologische afweging zit, waarbij agorafobici al na een lichte duizeling voor zichzelf de noodklok luiden. Dat klopt: suggereer angstige proefpersonen ten onrechte dat hun hartslag hoog is, en de paniek is daar.

Een klein of zelfs niet bestaand lijfelijk ongemak wordt zo aangedikt. Laconieke proefpersonen plagen zichzelf niet met de verwachting van zo'n catastrofe. De psycholoog Paul Salvovskis beschrijft het in Phobias (ed. Graham Davey) als de normale houding van 'Niks aan de hand' versus de vreemde opluchting van 'Dat ging nog net goed', waarmee fobici de straat ontvluchten. Zij blinken uit in de overtuiging dat ze weer de dans zijn ontsprongen. Als ze slappe benen krijgen en bang zijn om van hun stokje te gaan, grijpen ze zich vast, daarmee zichzelf weer bevestigend dat ze er nog net op tijd bij waren.

Zo is pleinvrees weer psychologie geworden. Wie blijft dit jaar maar weer liever thuis om zichzelf geen catastrofe aan te hoeven praten en wie geniet? Verwacht geen diepgaande ontleding meer, psychologen kregen een nogal voor de hand liggend karakter in het vizier: de algemeen angstige, die altijd en overal spoken ziet en wordt keer op keer geplaagd door scheidingsangst, al dan niet doordat hij vroeger werd doodgeknuffeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden