Gevangen in de lens van Lex

Het Stadsarchief Amsterdam toont nog onbekend werk van de in 2007 overleden concertfotograaf Lex van Rossen. Hij was een scherpschutter, 'de frontsoldaat van de popjournalistiek'.

Die samengespannen mond van B.B. King, de dromerig gesloten ogen van Nirvana-bassist Krist Novoselic of de opengesperde keel van Sinéad O'Connor. Op de concertfoto's van Lex van Rossen is goed te zien dat popsterren op het podium op hun best zijn. Daar, op de planken van Paradiso of Ahoy, gaan de sterren op in zichzelf, in hun kunst, in hun muziek.

De in 2007 aan kanker overleden Van Rossen wist dat soort momenten als geen ander te vangen op zijn filmrolletjes. Een hoop daarvan lagen nog onontwikkeld in de archieven van het Maria Austria Instituut in Amsterdam, die de nalatenschap van Lex van Rossen beheert. De fotograaf die eind jaren zeventig voor Het Parool begon, en later voor muziekblad Oor en dagbladen NRC en Trouw fotografeerde, groeide in de jaren tachtig uit tot een van bekendste concertfotografen van Nederland.

In de oude kluizen onder het monumentale Stadsarchief Amsterdam is nu een kleine tentoonstelling te zien met een selectie uit dat tot nu toe onontwikkelde werk. Wietze Wedman stelde de expositie samen.

"Ik ging door talloze oranje dozen heen waar al deze rolletjes in zaten. Het waren 2200 series, keer 36 opnamen per rolletje, dus reken maar uit." Uit deze duizenden ongepubliceerde foto's selecteerde Wedman 35 foto's die volgens hem representatief zijn voor de fotograaf: zwart-wit, in Ahoy, Paradiso of Melkweg geschoten, een enkele portretfoto, maar vooral met de nadruk op de live-energie.

Van Rossen werkte voornamelijk in zwart-wit, maar niet met zo'n grove korrel die we kennen van die andere grootheid in de Nederlandse popfotografie, Anton Corbijn. En waar Corbijn zich specialiseerde in geregisseerde portretfotografie, is Van Rossen vooral bekend om zijn livefoto's. Zoals die knielende Bono, schuin vanachter gefotografeerd, waarop hij een Rotterdamse Kuip toezingt in 1987.

Door die foto werd Van Rossen ook over de landsgrenzen bekend, en verschenen zijn platen in Rolling Stone en de New York Times.

Van Rossen fotografeerde in een tijd waarin concertfotografen nog geen paginalange contracten met het management van artiesten hoefden te tekenen, een tijd waarin fotografen nog in de kleedkamer van de artiest in slaap konden vallen. Er werd nog gewerkt met rolletjes in plaats van memorysticks. Fotopits vooraan het podium bestonden nog niet, Van Rossen wurmde zich met zijn lenzentassen tussen drommen concertbezoekers naar voren. Toen Van Rossen in 2004 werd onderscheiden met de Pop Pers Prijs, betitelde de jury hem hierom als 'frontsoldaat van de popjournalistiek'.

Maar dan toch een scherpschutter, daar met zijn lenzen, in de frontlinies van concertzalen. Want waar andere concertfotografen rap hun rolletjes volschoten, wachtte Van Rossen geduldig op de juiste lichtval, zegt Wedman. "Met de juiste belichting wist Van Rossen zijn grijstinten net dat stukje extra energie mee te geven." Om de rocksterren tijdens die verstilde momenten te laten leven.

De expositie 'De Sterren van Lex' is tot 20 september te zien in de kluizen onder het Stadsarchief Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden