Gevaar voor Weimar klein

PvdA-prominent Ed van Thijn somberde bij zijn afscheid dat Nederland ten prooi valt aan versplintering. Op die analyse valt veel af te dingen. Nu zijn er tien partijen, dat verschilt niet met de aantallen van de afgelopen 40 jaar.

De somberheid van Ed van Thijn dit weekend bij zijn afscheid van een leven lang politiek en bestuur was niet direct ingegeven door persoonlijke omstandigheden. Het zat dieper en breder. Van Thijn ziet een oude voorspelling werkelijkheid worden. Hij vreest de komst van een waaierdemocratie in Nederland. En wie waaierdemocratie zegt, moet vanzelf aan de Weimarrepubliek denken. Dat is geen vrolijk vooruitzicht.

Veertig jaar geleden al schetste hij de contouren van die waaierdemocratie. Het kenmerk ervan is dat het politieke spel wordt gespeeld door een groot aantal politieke partijen, afzonderlijk onmachtig en moeilijk tot samenwerking en besturen bereid en in staat. De resultaten zijn bestuurlijk onvermogen en een politieke patstelling, gevolgd door groeiende onvrede van burgers, die bij volgende verkiezingen vluchten naar extremere partijen of personen die beloven wel eens orde op zaken te zullen stellen. De democratie zou aldus zijn eigen graf graven.

Veertig jaar geleden bleek het uiteindelijk mee te vallen. Maar nu? Is de huidige situatie niet veel ernstiger dan toen hij voor de eerste maal zijn doemscenario schetste? Is het werkelijkheidsgehalte van dat scenario niet juist nu beangstigend groot? Van Thijn vertrouwt het niet. Hij ziet de VVD uiteen vallen, de PvdA ingehaald worden door de SP, en rekent zich arm door te suggereren dat misschien deze twee gevestigde partijen zelfs met het CDA niet tot een meerderheidscoalitie kunnen komen. Als zo’n regering al wenselijk zou zijn.

Op de analyse van Van Thijn valt echter wel wat af te dingen. Zeker, niemand kan ontkennen dat de VVD al enige tijd in zwaar weer verkeert. Dat wil echter nog niet zeggen dat de partij aan volledige desintegratie lijdt. Volgens de meest recente berichten lopen veel partijleden weg, maar komen er tegelijkertijd ook leden bij. Kennelijk ziet die laatste groep er nog wel heil in en is de VVD niet een zinkend schip dat door een ieder verlaten wordt.

De VVD ondergaat misschien wel een gedaanteverwisseling, maar bij een partij waar een liberaal en een conservatief hart in een en dezelfde boezem kloppen is zoiets op zijn tijd te verwachten. De kiezerswinst die Van Thijn vervolgens alvast inboekt voor de beweging van Verdonk en de qua structuur zo curieuze partij van Wilders, lijkt enigszins voorbarig. Jawel, in sommige peilingen doen de extreme concurrenten ter rechterzijde van de VVD het goed. Maar een gevestigde democratie gaat niet ten onder aan slechts opiniepeilingen.

Ook de trek naar links die Van Thijn waarneemt, van PvdA naar SP, moeten we relativeren. Het is immers de vraag of hier werkelijk van een krachtige beweging naar de uiterste linkerflank sprake is. De SP van nu is de SP van tien, laat staan twintig of dertig jaar geleden niet meer en de kwalificatie ’extreem links’ voor SP, en GroenLinks, hoeft al langere tijd niet erg serieus genomen te worden. Van Thijn moet overigens nog persoonlijke herinneringen hebben aan de tijd dat zijn eigen PvdA programmatisch beduidend linkser was dan de SP nu is! En er was een tijd dat diezelfde PvdA een partij als de KVP uitsloot als regeringspartner – geen evidente bijdrage aan een stabiel te besturen Nederland.

Trouwens, een aanzienlijk deel van de kiezers die kort geleden SP stemde, zou een volgende keer heel goed (weer) PvdA kunnen stemmen, simpelweg omdat de sympathie voor beide partijen nagenoeg even groot is. Dat kiezers zich aan de oppervlakte, in hun kiesgedrag, uiterste beweeglijk tonen, verhult het in kiezersonderzoek geconstateerde gegeven dat onderliggende houdingen en voorkeuren relatief stabiel zijn. Op dat onderliggende niveau is nauwelijks sprake van een forse trek naar de rechtse of linkse flanken.

Een andere factor die de ontwikkeling richting waaierdemocratie minder waarschijnlijk maakt, is de blijvende aanwezigheid van het CDA. In een verder verleden voorzag Van Thijn dat het met deze partij, of haar voorgangers, op korte termijn gedaan zou zijn. Dat was een ernstige misrekening, die trouwens meer politici hebben gemaakt. Nog altijd neemt het CDA een prominente plaats in in het centrum of lichtjes aan de rechterkant, van het Nederlandse politieke bestel. De partij is al weer enkele keren op rij de grootste in de Tweede Kamer en is na het paarse intermezzo nadrukkelijk terug van even weggeweest.

In die Tweede Kamer valt het trouwens met de politieke versnippering eigenlijk ook best mee. Na de verkiezingen van november 2006 werden de 150 zetels bezet door vertegenwoordigers van 10 verschillende lijsten. Ongeveer tien jaar eerder, na de verkiezingen van 1994, waren dat er 12, in 1986 9, in 1977 11, in 1967 11, en in 1963 10. Kortom, zo goed als de hele politieke loopbaan van Van Thijn heeft het aantal partijen in de Tweede Kamer rond de tien geschommeld. Van waaieren was en is nog altijd bij Tweede Kamerverkiezingen niet werkelijk sprake.

Van Thijn was blij dat hij er veertig jaar geleden naast zat. „Helaas krijg ik nu gelijk”, zo merkte hij somber op. Tja, misschien is er voor een sociaal-democraat weinig lol te beleven aan de huidige Nederlandse politiek. Maar zijn voorspelling, die komt ook dit keer waarschijnlijk niet uit. Het feit dat slechts weinigen dat erg vinden, kan en mag Van Thijn tot troost zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden