Gevaar van Tsjetsjeense djihad groeit

Met de dood van de Tsjetsjeense rebellenleider Aslan Maschadov deze week groeit de invloed van radicale terroristen in de Kaukasische republiek. Dat is ook voor Europa een gevaar, menen invloedrijke Kaukasus-experts.

De Russische president Poetin verdient daarom meer kritische betrokkenheid en praktische steun bij zijn Tsjetsjenië-politiek, in plaats van krachteloze berispingen voor het schenden van de mensenrechten.

Harde kritiek blijft nodig zolang democratische waarden in Tsjetsjenië worden geschonden, stellen Kaukasus-kenners Anatol Lieven (Carnegie-centrum), Thomas de Waal (Institute for War and Peace Reporting) en Fiona Hill (Brookings Institution). Maar Europa moet ook de sociale en economische wederopbouw sponsoren in de Noord-Kaukusus, de armste regio van Rusland. Ook kunnen Europa en de VS actiever helpen en toezien op terrorismebestrijding aan Ruslands zwakke zuidgrens.

Het Tsjetsjenië-beleid van de Europese landen is in een impasse geraakt, aldus de experts, vooral na 11 september. En dat bedreigt ook Europa, want Tsjetsjeense en Arabische terroristen opereren via Tsjetsjenië steeds verder buiten de grenzen van deze Russische deelrepubliek. Met andere woorden, een 'Beslan' in een Europees land is niet ondenkbaar.

De Tsjetsjeense politiek is voor buitenstaanders vaak een onontwarbaar kluwen van clanbelangen en intriges. Rusland heeft de laatste jaren sterk ingezet op 'Tsjetsjenisatie' van het bestuur in de republiek. Het parachuteerde haar favoriete Tsje tsjeen als pro-Russische president. Deze samenwerking met het lokaal bestuur is een stap op de goede weg, aldus Lieven, Hill en De Waal.

Maar de achilleshiel van deze politiek is de nog altijd catastrofale corruptie en criminaliteit onder bijna alle partijen in de republiek. Persoonlijk gewin is een niet te onderschatten belemmering voor stabiliteit in Tsjetsjenië.

President Poetin vertrouwt voor het behouden van werkelijke macht -naast zijn leger- bovendien te veel op de gevreesde, half-illegale troepen van vice-premier Ramzan Kadirov.

Voor alle Tsjetsjeense partijen -het lokale bestuur en de bevolking, de regering in ballingschap en de guerrillastrijders in de bergen- is de laatste jaren het streven naar 'onafhankelijkheid' naar de achtergrond verschoven. Dat was voor de eerste oorlog in Tsjetsjenië (1994-1996) nog de belangrijkste drijfveer.

De geradicaliseerde islamitische rebellen streven in naam naar een islamitische republiek en voeren een voortdurende djihad tegen Rusland en het Westen. De regering in ballingschap is met Maschadovs dood en diens fundamentalistische opvolger waarschijnlijk zijn grip op deze groep definitief kwijt. Volgens de Kaukasus-kenners zouden de Russen het beste kunnen toestaan dat zij langs democratische weg een plek veroveren in de lokale Tsjetsjeense politiek.

Voor het Kremlin spelen ook de geopolitieke ligging van Tsjetsjenië en de controle over de olie (en de doorvoer van olie uit de Kaspische Zee) mee. Toch heeft Poetin laten zien dat hij aan Tsjetsjeens bestuur dat hij vertrouwt, zoals oud-president van Tsjetsjenië Achmad Kadirov, bereid is grote mate van autonomie te geven.

Niemand gelooft meer dat één vredesverdrag de Tsjetsjeense kwestie kan oplossen. Voor 'gewone' Tsje tsjenen is hun dagelijkse ellende en de armoede het allergrootste probleem. Economische steun, ook van Europa, en een breedgedragen politieke inzet -zoals in Noord-Ierland en in Palestina- zouden stapje voor stapje de ellende kunnen verminderen en de radicale terroristen kunnen isoleren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden